|
| Vaam/vadem | Oude diepte- en lengtemaat van zes voet of 66 duim. Ook bekend als klafter of lagter. De Amsterdamse lengtevadem was 1,7 meter. Oorspronkelijk: "eene maat die men tot het meeten van de zee en rivieren gebruikt, zynde de lengte van twee uitgestrekte armen". Kettinglengtes worden zo wel aangegeven met als vuistregel dat een lengte ketting 15 vadem (27,5 mtr) is. Vamen wordt in schippersjargon ook als werkwoord gebruikt. "Invamen", een lijn binnenhalen of inkorten |
| Vaantje | Windvaan of verklikker. Op zeilboten het lapje dat in een metalen frame om een pen in de masttop draait. Geeft tijdens varen de richting van de schijnbare wind aan. In plaats van het vaantje wordt ook wel een kleine stabielere windzak gebruikt; de koffiezak. Daarnaast wordt als handig hulpmiddel voor de grootzeiltrim ook wel gebruik gemaakt van tell-tales. Dat zijn draadjes, welke aan weerszijden van het zeil zijn genaaid, om elk vlaagje wind te kunnen waarnemen. |
| Vaarbewijs | Er zijn drie
vaarbewijzen. Groot vaarbewijs, Beperkt groot
vaarbewijs en Klein vaarbewijs. Van elk
van de vaarbewijzen zijn twee versies. Het lichte deel I voor rivieren kanalen en meren en
het zware deel II voor alle wateren binnen de kustlijn. Voor de "gewone"
pleziervaart is eigenlijk alleeen het Klein
vaarbewijs van belang. Het is sinds 1 april
1992 op binnenwater verplicht voor niet bedrijfsmatig gebruikte schepen met een lengte van
15 tot 25 meter en kortere motorboten die een snelheid van meer dan 20km per uur kunnen
halen. Het Klein vaarbewijs is geldig tot de dag waarop je 70 wordt. Daarna kan het steeds
(met gezondheidsverklaring) voor een periode van 5 jaar verlengd worden. Voor alle vaarbewijzen geldt een minimum leeftijd van 18 jaar. Vaarbewijs II bestaat uit vaarbewijs I en vaarbewijs a, waarbij de kanttekening dat vaarbewijs a alleen gehaald kan worden tegelijkertijd met vaarbewijs I, of afzonderlijk na het behalen van vaarbewijs I. Hieruit volgt dat indien bij het gezamenlijk examen deel I niet gehaald wordt en deel a wel, je toch gezakt bent voor het gehele examen. Het omgekeerde; slagen voor deel I en zakken voor deel a is minder vervelend, want vaarbewijs I wordt dan wel afgegeven. Groot vaarbewijs, Bestaat uit een theorie-examen en vier jaar vaarervaring van ten minste 180 dagen. Met het diploma mag met elk schip gevaren worden, ook niet zijnde pleziervaart. Vaargebied afhankelijk van I of II. Beperkt groot vaarbewijs, Bestaat uit een theorie-examen en drie jaar vaarervaring van ten minste 180 dagen, of alleen het theorie-examen "CWO Groot Motorschip". Met het diploma mag met elk schip tot 40 meter gevaren worden, behalve passagiersschip en veerboot voor meer dan 12 passagiers (of sneller dan 30km/u) en sleep-, of duwvaart. Klein vaarbewijs I, Bestaat uit een theorie-examen en is nodig voor niet bedrijfsmatig gebruikte schepen met een lengte van 15 tot 25 meter en kortere motorboten die een snelheid van meer dan 20km per uur kunnen halen voor het varen op rivieren, kanalen en kleine meren incl. Gouwzee en Randmeren t/m Ketelmeer/Zwarte Meer, uitgezonderd Westerschelde, Oosterschelde, IJsselmeer, Markermeer en IJmeer (per 1-4-2003), Waddenzee, Eems en Dollard, waar vaarbewijs II voor nodig is. Voor het bevaren van aangrenzende zeehavens is vaarbewijs I echter voldoende, anders gezegd: de havens aan "vaarbewijs II gebieden" zijn "vaarbewijs I gebied". Klein vaarbewijs II, Bestaat uit een theorie-examen en is nodig voor niet bedrijfsmatig gebruikte schepen met een lengte van 15 tot 25 meter en kortere motorboten die een snelheid van meer dan 20km per uur kunnen halen, geldig voor het varen op alle wateren binnen de kustlijn. Zonder vaarbewijs, Vanaf 16 jaar (zie leeftijd) alle pleziervaart tot 15 meter, waarvan motorboten niet sneller kunnen varen dan 20km/u. Er is natuurlijk niets op tegen om zonder wettelijke verplichting het klein vaarbewijs te halen. Het getuigt alleen maar van goed zeemanschap. Je kunt je kennis testen en verbeteren op vaartest.nl en voor antwoorden van examens vaarbewijs en marifonie kan je terecht op de Nederlandse Vaarbewijs site. |
| Vaarcursus | Zie opleiding. |
| Vaar documenten | Als je gaat varen in het buitenland zijn papieren nodig. Douanepapieren en in sommige gevallen een bewijs van bekwaamheid. Drie documenten die bij buitenlandse reizen van pas komen zijn: het Internationaal Certificaat Pleziervaartuig (ICP), de Vlaggebrief (beide douanedocumenten) en een bewijs van bekwaamheid, het International Certificate of Competence (ICC). Het ICC is eigenlijk een equivalent van het Nederlandse vaarbewijs. Voor Duitsland geldt b.v. dat bij een motorvermogen van meer dan 3,68 Kw (5 pk) al een ICC nodig is, dat alleen te verkrijgen is op vertoon van minimaal vaarbewijs I. Houders van een ICC oude stijl (zonder vaarbewijs) konden dit nog gebruiken tot eind 2003. Voor het varen in Oost-Duitsland is op vaartips de Duitstalige brochure Informationen-Sportschifffahrt-WSD-Ost-2003 te downloaden met zeer uitgebreide info: regelgeving, plaatjes, telefoonnummers etc. (met dank aan Frank Jansen). Voor Frankrijk is een ICC nodig voor vaartuigen met meer dan 7,28 Kw (9,9 pk) vermogen op de schroef. Zie voor nadere informatie of aanvraag (en vooral de laatste stand van zaken, want er doen zich elk jaar wijzigingen voor) de site van het Watersportverbond. |
| Vaarregels | Het is verplicht
een recent exemplaar van de vaarreglementen aan boord te hebben. Een kleine open boot
zonder voor- of achterdek is vrijgesteld, BPR art 1.11. Het best kan daarvoor deel 1 van
de ANWB wateralmanak worden aangeschaft. Deze bevat de reglementen en bijzonder
waardevolle vaartips. Een exemplaar dat via een elektronisch middel op ieder moment
geraadpleegd kan worden is eveneens toegestaan. Je kunt op vaartips
het volledige BPR-20004 downloaden en op je laptop
installeren of uitprinten. Zie ook het overzichtskaartje.
|
| Val | Lijn om het zeil, gaffel of ra te hijsen. Bij zware
zeilen en ra's van grote schepen werd een takel met één of meerdere blokken toegepast en
werd dan kardeel genoemd. Het eigenlijke val heet dan draaireep.
Een val over een éénschijfsblok heet een wipper. Verwant: bierstrekker. |
| Valling | De voor- of achterwaartse helling van een mast. Schepen met een latijnzeil hebben vaak een voorwaartse valling. |
| Varend(e) | In artikel 1.01 D4° van het BPR wordt "varend" als volgt omschreven: "Niet ten anker of gemeerd liggend noch vastgevaren". Hieruit volgt dat een schip dat geen vaart loopt toch varend is, ook wanneer door motorstoring of een ongeval het schip stilligt of wanneer een zeilschip geen vaart loopt door windstilte. |
| Veerpont |
Een klein schip moet
voorrang verlenen aan een vertrekkende, kerende of overstekende veerpont, Art. 6.23 BPR.
Da's een duidelijk artikel, maar hoe kan je nu zien dat een veerpont vertrekt? Da's
dus gokken aan de hand van sluitende slagbomen of een omhoogkomende kabel. Het
Watersportverbond wil dan ook dat veerponten verplicht worden bij vertrek een wit rondom
schijnend flikkerend licht te voeren [augustus 2009]. Veerponten waren vroeger
roeiveren. De vaartuigen, meestal boerenschouwen
of vliegers, werden geroeid, geboomd of gewrikt,
maar er bestonden ook overhaalponten (kabelponten), gierponten en zelfs halve ponten. Bij
de laatste was het voorschip uitgevoerd als bij een gewone boot, maar aan de achterzijde
was een heve met koebrug (aanbrug).
Pont of veerschuit: Is een breede platbodemde schuit, of een soort
van vliegende brug, om niet alleen menschen en beesten, maar ook de grootte vragtwagens
over eene rivier te voeren. Deeze machine bestaat uit een groot, meestendeels vierkant en
plat schip, 't welk maar een of twee voet diep in 't water gaat, en hetzelve is, ten einde
door den stroom des waters niet weggevoerd of voortgedreeven te worden, met rollen aan een
strek touw vastgemaakt, dat over de rivier gespannen is, met zulk een slappe bogt, dat het
anders diep genoeg in 't water ligt, om andere scheepen de vrye vaart niet te beletten.[NvW].
|
| Veiligheid | Veiligheid aan boord. Zie Calamiteiten draaiboek en ook veiligheid per radio of marifoon. |
| Veldschuit |
| Vengeance | Wat de handel al niet verzint :-) Verkopers van schroeven (propellers) voor snelle motorboten noemen hun aanbod tegenwoordig vengeance. Het grappige is dat het buiten "heftig", "wraak" en "snelheid" (dat het een aard heeft) ook "niet zuinig" betekent. In de filmindustrie had vengeance overigens altijd met wraak te maken. Vanaf 1935 inmiddels zo'n 70 titels (moviemeter.nl). |
| Ventjager |
| Verdagen | Door wind of stroom afdrijven van een stuurloos schip, ook wel verzeilen. Verwant: verlijeren. |
| Verfsoorten | Maritieme
coatings voor beroeps en pleziervaart. Verfsoorten hebben een basis van hars ( epoxyhars, poly-urethaan alkyd, vinyl, chloorrubber, acryl, epoxyester) waaraan oplosmiddelen, pigmenten en nog enige toevoegingen zijn gedaan. Door het eventueel toevoegen van verdunningsmiddelen wordt de viscositeit bepaald. Voor aflakverf worden vaak hardere (duurdere) harssoorten gebruikt zoals alkydhars of nog harder polyerethaanhars of een combinaties urethaan-alkyd. Koolteer en bitumen. Primer. Hechtprimer. Grondverf. Aflak. Twee-componenten verf. Drinkwatertanks Antifouling Bron: artikelen van Elbert Vissers in de Scheepvaartkrant van 2 april 2003 en 26 juli
2006. |
| Verhaalkam | Een verhaalkam is een in- of op de verschansing aangebrachte opening waarin een landvast loopt (plaatje links). |
| Verhaalkluis | Een verhaalkluis
is een in de verschansing aangebrachte opening met verdikte rand (kluisbaard of dop)
waardoor een landvast loopt. Een verhaalkluis is beter dan
een verhaalkam omdat de landvast er onmogelijk uit kan springen (plaatje rechts).
|
| Verhaalpot | Bij een kleine (moderne) sluis met groot verval zullen voor de pleziervaart glijstangen of glijbolders zijn aangebracht. De grotere sluizen waar veel beroepsvaart passeert hebben verhaalpotten [ook genoemd haalkom, haalpot of meerkom]. In de sluiswand zijn loodrecht boven elkaar één of meerdere inhammen met bolders of haalpennen aangebracht. Tijdens het schutten kan de schipper zijn lijn naar de volgende pot of pen "verhalen". |
| Verhalen | Verhalen of vervaren is het verplaatsen van het schip naar een andere ligplaats binnen de haven. De meerlijnen worden verplaatst naar een andere meerpaal en het schip wordt daarheen getrokken. Indien gebruik wordt gemaakt van de voortstuwing sprak men over verstomen. |
| Verjongen | Wie wil het niet...
Deze merkwaardige benaming (ook wel slurpen) wordt gebruikt voor het geleidelijk
dunner maken van een tamp, door garens uit kardelen weg te snijden en nadien te bezetten met een takeling,
waardoor de lijn gemakkelijker door een blok gehaald kan worden. Te lastig zinnetje? Goed, nog een keer...: Deze merkwaardige benaming wordt gebruikt voor het geleidelijk dunner maken van een touweind, door garens uit de strengen weg te snijden en het eind nadien te omwikkelen met bindgaren, waardoor de lijn gemakkelijker door een katrol gehaald kan worden. Het dun uitlopende eind wordt ook wel zwieping genoemd. Bij het huidige kunststoftouw wordt het uiteinde met een brander of aansteker bewerkt en het gesmolten stuk steeds tussen een lap doorgetrokken tot de gewenste "verjonging" is bereikt en een geslurpt touwtje is verkregen. |
| Verlijeren | Zijwaarts naar lij afdrijven van het schip. De "wraak" of "drift". Vooral een knikspant of platbodem zonder gestoken zwaard heeft weinig laterale weerstand en zal bij matige snelheid bij zijwind verlijeren. De mate van verlijeren, ook wel "neergaan" of "afdrijven"genoemd, is te zien aan de scheve baan van het kielzog (zeilschip), of schroefwater (motorschip). Bij het met zijwind afmeren van een motorschip zal daar heus rekening mee gehouden moeten worden en een ervaren motorschipper zal in zo'n situatie anticiperen door, b.v. ook bij het wachten voor een brug, gebruik te maken van het wieleffect van zijn schroef. |
| Verrekijker
|
Een
verrekijker, in scheepstaal ook wel kattenoog, loerglas of far away
looker, is onontbeerlijk aan boord. Wat gaat dat schip in de verte doen? Wat is
de naam? Welk nummer staat er op die ton? Enfin verzin het zelf maar. Een goede kijker
moet een helder beeld geven en niet overdreven vergroten. De standaard aanduiding van een
kijker bestaat uit vergroting x objectiefdiameter, b.v. 7 x 50. Een vergroting van 7 x
maakt dus dat een doel op 700 meter slechts op 100 meter lijkt te liggen. Voor aan boord
wordt een vergroting van minder dan 7 als onvoldoende beschouwd en boven de 10 wordt het
beeld door je lichaamsbeweging te instabiel. De aanduiding: "vergroot 7 x" is volgens Herman Finkers trouwens onzin. Hij kon er voor de achtste keer ook nog prima door kijken... De objectiefdiameter wordt uitgedrukt in millimeters. Hoe groter de diameter hoe helderder het beeld. Een diameter van 50 mm wordt echter als maximum ervaren. Verder is van belang te weten dat bij een sterkere vergroting het gezichtsveld wel wordt verkleind. Een goede leverancier zal ook de uittreepupil in millimeters vermelden. Dat is de kleine zwarte cirkel die je kan zien als de kijker op zo'n 30 cm van het gezicht wordt gehouden. Ook hier geldt hoe groter de doorsnee hoe helderder het zicht. Bij een echt goede kijker ligt dit rond de 7 mm, gelijk aan de grootte van een oogpupil in het donker. |
| Verschansing | Een dichte borstwering - boeisel - rond het gangboord of opperdek, die voorkomt dat golven over het dek spoelen en dat er bij storm bemanning overboord, "over de muur", gaat. Hoewel met "verschansing" oorspronkelijk zowel een gesloten als open borstwering (vertuining, voorscheen) werd bedoeld, gebruikt men tegenwoordig voor een open hekwerk meestal de naam reling. |
| Versebalie (varsebalie) |
Koksmaat.
Oorspronkelijk had de "versebalie" tot taak het zoutvlees en -spek alsmede
stokvis vóór bereiding in een kuip (balie of weekbak) met zoet water te weken, dat elke
wacht te verversen, om tot besluit het overtollige nat met de voeten uit te
"treden". Dit "spekverversen" diende ook om de steeds erger wordende
stank van het bedorven vlees te verminderen. Het spreekt vanzelf dat de schepelingen knap
dorstig werden van dit zoutvlees. Reeds in de 17e eeuw begon een bekend uitporlied met: "Verse
balie, malle gek; rijs uit je kooi, ververs je spek". Het is trouwens de vraag
of alleen in zoet water werd geweekt. Drinkwater was schaars. Verwant: bottelier, victualiën, wachtnamen. |
| Vertieren | In scheepvaartbetekenis is dit een oude term voor de voortgang van een schip. Zie onderaan bij kilometerraai. |
| Verwaaid liggen | Het bij een zeilschip door hevige wind afdrijven of in een luwte vallen en daardoor geen voortgang maken. Maar ook het niet veilig kunnen uitvaren. "We lagen twee dagen verwaaid in Enkhuizen", of zoals men vroeger zei: "De schepen lagen daar beweerd". |
| Verweerde verf | Verweerde verf op een stalen schip of krasjes bij een polyester schip? Over het algemeen met goed resultaat te behandelen door te cleaneren met Commandant nr 4 (groen blik) en daarna in de was zetten met Commandant nr 7, een was met siliconen. Denk eraan dat bij latere schilderwerkzaamheden de siliconenwas een probleem kan geven. Schilderwerk hecht niet op sporen van siliconen. Het dient zorgvuldig verwijderd te worden met een polijstpasta zoals b.v. Commandant nr 3. Klik hier voor nadere informatie. |
| Verzekering | Bootverzekering: Merkwaardigerwijs bestaat er geen verzekeringsplicht voor pleziervaartuigen. Er zijn maatschappijen waarbij in de AVP polis (aansprakelijkheid particulieren) kleine bootjes automatisch zijn meegenomen voor letselschade. Men hanteert dan de norm van een motorvermogen tot 3kW (4pk) en/of een zeiloppervlak tot 16m². Uiteraard is een All-Risk verzekering verstandiger, daarmee is schade aan het eigen schip ook gedekt. Bij veel maatschappijen is de voortstuwingsinstallatie na enkele jaren echter beperkt verzekerd of uitgesloten. Kies daarom voor een gespecialiseerde scheepsverzekeraar, die over het algemeen volledige vergoeding van alle reparatiekosten zal geven, zonder aftrek nieuw-voor-oud tegen een verhoudingsgewijs lage premie. Een goede keus daarvoor is scheepsverzekeringsmij: Compact DOV, eertijds hoofdsponsor van vaartips. Denk eraan dat voor snelle motorboten op sommige wateren een WA verzekering verplicht is en dat voor snelle motorboten kleiner dan 6,50 m een relatief hogere premie gevraagd kan worden. Een goede scheepsverzekering is ook nodig als je bedenkt dat de aansprakelijkheid op binnenwater anders in elkaar zit dan op de weg. |
| Verzetten | Eén van de drie translatiebewegingen van een schip. |
| Vetkoord | Een
vetgesmeerde gland, wordt afgesloten door een
schroefaspakking van één of meerdere vetkoorden. De gland mag geen water lekken. Als dat
na wat aandraaien van beide moeren toch gebeurt dient een nieuw vetkoord toegevoegd te
worden. Dit kan gedaan worden terwijl het schip in het water ligt. Gebruik een koord dat
iets dikker is dan de beschikbare opening (de wanddikte van de sluitbus). Tik het met
een hamer enigszins plat tot de juiste diameter. Wikkel het overlappend om de schroefas en
breng het bij de overlap met een schuine snede op lengte. Duw het in de gland en draai de
sluitbus zover aan dat de schroefas met de hand nog net draaibaar is. (De snijvlakken van
een tweede of derde koord mogen niet tegenover elkaar zitten, dus "verschervend"
aanbrengen). Na een uurtje varen nog een keer op dezelfde wijze aandraaien. De gland mag
inmiddels handwarm zijn, maar niet echt heet. Zorg dat beide moeren een gelijk aantal
slagen krijgen zodat de sluitbus zuiver recht zit. Bij twijfel (slagen niet bijgehouden)
de flensruimte links en rechts controleren met een schuifmaat. Na een aantal jaren zal het
nodig zijn oude hardgeworden restanten te verwijderen alvorens nieuw koord aan te brengen.
Met een haaknaald kunnen die verwijderd worden. Dit klusje kan het best op de wal gedaan
worden, maar is in het water ook mogelijk. Draai dan van te voren wat extra vet in de
schroefaskoker en houd emmer en dweil bij de hand. Zie ook bij vuistregels: dikte vetkoord. Het enigszins afplatten van het koord is een gruwel voor ons forumlid Joson ex-machinist bij de Koninklijke Marine. Hij zegt: "Mijn haren reizen te berge. Toen ik in 1972 geplaatst werd bij de technische opleidingen van de KM om daar het vak te leren was een van de allereerste dingen hoe je een as moet verpakken en ga in ieder geval het vetkoord niet met een hamer plat slaan. Je verprutst de structuur van het gevlochten koord en een deel van het vet verdwijnt al uit de pakking":
|
| Victualiën | Mondvoorraad of proviand. Eten en drinken. Zie ook zeemansvoeding in vroeger eeuwen. Verder een victualiënlijst uit 1697 voor een tocht van een jaar en een overzicht van de "lijftocht" op een oorlogsschip voor een maand, ieder uitgaande van een equipage van 100 man. Op dezelfde pagina een "scheeps-portie" uit 1775; rantsoenen voor de koopvaardij in de 20e eeuw per man per week en voorraden voor een reis van 50 dagen op het passagiersschip Willem Ruys dat vanaf 1947 met max. 785 passagiers op Indie pendelde. Verwant: parlevinker, katschip. |
| Vierkant getuigd |
Vroeger
waren zeegaande schepen vierkant getuigd. Vierkante zeilen, nou ja, ietwat trapeziumvormig
met een licht naar boven gebogen onderlijk aan een ra. De zeilen
waren niet uit één stuk gemaakt, maar uit banen, waardoor ze heel zwaar werden. De
onderste razeilen van het zwaarste doek nr. 00 wogen (droog) wel een ton en waren nat
haast niet te buigen. Pas in de loop der tijd ging men combineren met een langsscheeps
getuigde mast voor betere wendbaarheid en de mogelijkheid beter in de wind te zeilen. De Amerikaanse schoeners waren
bij mijn weten de eerste grote schepen met een volledig langsscheeps tuig en waren snelle hoog aan de wind zeilers. Om voor de wind en met ruime
wind nog betere stuwkracht te krijgen werd toch terug gegrepen op vierkante zeilen. In
de fokkemast werden op die koersen boven het schoenerzeil nog één of twee razeilen
gevoerd. Je had dan de snelste all-round zeiler van die tijd, een topzeilschoener. Zie ook overstag met een zeegaand volschip. |
| Vingerling | Een aangehangen roer hangt met pennen (roerhaken) in ringen die aan de achtersteven bevestigd zijn. Zo'n ring heet een vingerling en bij grote diameter vroeger ook wel duimling. De vingerling is soms beschermd door een metalen bus, het/de panstel. Een schip met aangehangen roer zal optimaal wendbaar zijn, omdat de gunstigste plaats voor een roer zover mogelijk naar achteren is. Verwant: vissend roer. |
| Visbout | Visbouten
zijn kolomschroeven om gaten in een stalen schip te dichten. Oorspronkelijk bedoeld als
tijdelijke vervanging van een verroeste klinknagel. De visbout heeft een platte kop met
daaronder een zacht metalen plaatje of ring. Het draadeind loopt taps toe en is voorzien
van een touwtje om de bout van buiten naar binnen door het gat te vissen. De visbout wordt
aan de binnenzijde vastgedraaid met een moer. De site van de Vereniging Woonboten Groene Staart
Watergraafsmeer geeft bij "ideeën en tips" een uitleg. In de 2e
wereldoorlog werd een soort keilbout gebruikt om kogelgaten te dichten. Deze
"kogelbout" werd van binnen uit door het gat gestoken en hoefde dus niet gevist
te worden. De uitstulping aan de buitenkant was niet erg, het was slechts een
thuiskomertje.
|
| Visbun | Bun of beun. De ruimte in een schip of bootje waarin de gevangen vis levend bewaard wordt. De visbun kan je zien als een kist op het vlak met een deksel dat afgesloten kon worden door een schuifslot of grendel, de scheuter, waarbij in de scheepsbodem gaatjes zijn aangebracht, die voor de doorstroom van vers water zorgen, of zoals bij botters een min of meer dubbele bodem. Daarbij is het deksel de loopvloer die deken genoemd wordt. De daarop staande inhouten heten dekenpoten. De bun werd ook wel kaar genoemd en met het werkwoord karen werd het met een schepnet (kisnet) verwijderen van dode vis uit de bun bedoeld. De visserman zelf noemde het beunhazen van verzopen vis. |
| Viscositeit | De dikte aanduiding van vloeistoffen. Je zou ook kunnen zeggen de mate van stroperigheid. Bij smeerolie als een SAE getal (Society of Automotive Engineers). Olie vormt een film tussen de bewegende delen van motor of keerkoppeling en dient om wrijving en slijtage te voorkomen, maar zorgt bij de motor ook voor koeling en een goede afdichting tussen zuigerveren en cilinder. Voor elk type motor of transmissie is olie met een voorgeschreven viscositeit nodig. Bij te hoge viscositeit (te dik) zal de olie niet voldoende spreiden, waardoor onvoldoende smering. Bij te lage viscositeit (te dun) zal de olie het metaal-op-metaal contact niet kunnen voorkomen, dus ook onvoldoende smering. Met de toevoeging van de letter W wordt aangegeven dat de olie geschikt is voor lage temperaturen. De SAE classificatie van motorolie kan niet vergeleken worden met die van transmissieolie. Deze heeft hogere getallen, maar is niet dikker. De viscositeit van SAE 80 transmissieolie b.v. is ongeveer gelijk aan SAE 20 motorolie. Multigrade motorolie is geschikt voor zomer en winter en is herkenbaar aan een twee getalsaanduiding b.v. 10W 30. De olie zal zich bij -17º C gedragen als een SAE 10 en bij 100º C als een SAE 30. De letters HD (Heavy Duty) geven aan dat de olie speciaal geschikt is voor dieselmotoren. Verder wordt een kwaliteitsaanduiding gehanteerd, de z.g.n. API-classificatie (American Petroleum Institute). De laagste kwaliteit is A. Een C geeft aan dat de olie geschikt is voor dieselmotoren. |
| Vissend roer | Een aangehangen roer dat voor een deel onder het vlak uitsteekt en zo is ingericht dat het bij droogvallen omhoog gehaald kan worden zonder uit de vingerlingen te schieten. Een gebruikelijke constructie is dat zowel aan roer als achtersteven ringen zijn aangebracht welke scharniergewijs op elkaar vallen met daar doorheen lange roerhaken of één stang waarlangs het roer omhoog kan komen. Een vissend roer wordt toegepast op schepen met weinig diepgang. |
| Visserman | Natuurlijk
de naam voor een persoon die vist, maar vroeger meer gebruikelijk de aanduiding voor ieder
soort vissersvaartuig, behalve een walvisvaarder. Je spreekt b.v. over een vissermanaak of
vissermanschouw wanneer het schip voor de visserij gebouwd is en niet voor vrachtvervoer
of pleziervaart. Wanneer een zeilboot met gehesen zeilen op de motor vaart dient een
zwarte kegel met de punt naar beneden gevoerd te worden. De zeilboot vaart dan vissermannend
of eigenlijk vissermandend, waarschijnlijk afgeleid van de vissermand
die een binnenvisser voert of de zwarte driehoek met de punt naarboven uit de zeevisserij.
Voor het BPR is de zeilboot
dan een motorboot!
|
Visserij![]() |
Een
vissersschip is volgens het BPR
een schip dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig, die de
manoeuvreerbaarheid beperken [Art 1.01 13º]. Een niet vissend vissersschip is dus
geen vissersschip. Het vissersschip voert in het want twee zwarte kegels met de punt
naar elkaar toe. Uit de verte ziet dit eruit als een zandloper en aan de kleur zwart moet
je niet te veel waarde hechten, want meestal wordt een zandlopervormige rieten mand
gehesen. Bovendien wordt vaak "vergeten" het dagmerk te strijken als het schip
van de ene stek naar de andere vaart. Toch zal je als pleziervaarder moeten uitwijken. De
verlichting is hetzelfde als bij een vrij varende veerpont, het
vissersschip mag echter een wit toplicht voeren, maar hoeft dat niet [Art 3.37b].
De binnenvisserij is bij lange niet meer wat het geweest is. Werd er vroeger met name op
de rivieren gevist op trekvissen als zalm, forel, steur, elft, fint, houting en paling,
tegenwoordig is daar door vervuiling, kanalisering en bedijking eigenlijk alleen nog maar
mondjesmaat paling overgebleven. Daarnaast wordt ook op snoekbaars gevist. In de schoner
wordende rivieren zien we gelukkig weer een aantal trekvissen terugkomen, maar nog te
weinig voor een broodwinning. Bovendien heeft de visserman te maken met stroperij. Het is
een serieuze bedreiging voor de weinige beroepsvissers. Hier een stukje uit de Schuttevaer
van 13 maart 2010: Het Visstroperijteam Friesland heeft zondagmorgen 7 maart op het Sneekermeer een visstroper aangehouden. De man had 500 meter staandwant uitgezet. Hij werd betrapt terwijl hij zijn vistuig aan het ophalen was. In zijn netten werden zestig snoekbaarzen en 25 kilo witvis aangetroffen. Het vistuig en de boot van de man zijn in beslag genomen. Tegen de stroper werd proces-verbaal opgemaakt, waarna hij in vrijheid werd gesteld. Het was voor de tweede maal in enkele maanden dat hij bij het stropen van vis werd betrapt. Vistuigen, vaar-en voertuigen van stropers worden in beslag genomen. Stropers kunnen rekenen op forse boetes, die tot 16.750 euro oplopen. Altijd al willen weten wat de thuishaven van een vissersschip is? Verder een hele pagina met beschrijvingen en afbeeldingen van oude vissersschepen. Verwant: sportvisserij.
|
| Vlagtekens |
|
| Vlagvoering
|
Met de etiquette of courtoise van vlagvoering wordt nogal eens de hand
gelicht Waar op het schip? Wanneer? Wetenswaardig.
|
| Vlak | Komt van vlaak, de bodem van een schip tussen de kimmen. De oude benaming voor bodem was boom hetgeen we terugvinden in b.v. platboomd. In sommige Zuiderzeehavens als Volendam, Monnikendam, Makkum, Harlingen, Lemmer en Den Oever sprak men over flak. Dat zou echter best een scherp uitgesproken "V" kunnen zijn, zoals de Amsterdammers van een "Z" een "S" maken, want op Marken en Urk was het gewoon vlak. |
| Vleet |
De vleet
is de benaming voor een strook aan elkaar geknoopte drijfnetten die een bom, buis, of logger uitzette voor de haringvangst. Het drijfnet, ook wel
want hangt verticaal in het water en wordt rechtop gehouden door drijvers. Er
wordt met grote aantallen netten naast elkaar een kilometers lang gordijn uitgezet tot een
"muur des doods". Oud visserman Leo Rog, die van 1953 tot 1969 op visserijschepen werkte, vertelde het volgende: Er waren twee soorten vleten, een Schotse vleet en een Hollandse vleet.
|
| Vlet |
| Vlieboot |
| Vlieger | De benaming voor een stagzeil of het bovenzeil bij een spriettuig. Een vlieger is ook een type roeiboot van een binnenschip. |
| Vliegroest | Vliegroest is een bruine aanslag van miniscule deeltjes roest en dient onmiddellijk verwijderd te worden. Het ontstaat vliegensvlug bij slijp- of boorwerkzaamheden en kan, alleen als het kort geleden is veroorzaakt, verwijderd worden met oxaalzuur. Verdunning 100 gram op een liter water. Zo'n oplossing wordt wel ontweringswater genoemd omdat dezelfde verdunning ook goed bruikbaar is om het "weer" uit hout te halen. Grondig naspoelen met leidingwater. Bouwmarkten verkopen kant-en-klaar ontweringswater, dat - uit eigen ondervinding - redelijk werkt. Een veel beter product dat verbazend goed werkt is "New Stalume" van Zep Cleaning & Maintenance uit Bergen op Zoom. Het professionele middel is ontwikkeld als desoxideerder en ontvetter van niet geanodiseerd aluminium, maar inmiddels hebben reparatiewerven ontdekt dat ook (zelfs oudere) vliegroest als sneeuw voor de zon verdwijnt. Het dient dan onverdund met een plantenspuit o.i.d. te worden aangebracht, waarna het begint te bruisen. Even in laten werken, daarna afvegen en goed naspoelen. Voorlopig heb ik alleen ervaring op twee-componenten verf; op gewone verf dus eerst een stukje proberen! |
| Vliegwiel | In tegenstelling tot een auto wordt een schip niet in beweging gezet door een koppeling(pedaal). De kracht van de stationair lopende motor wordt door het inschakelmechanisme in één klap via de keerkoppeling overgebracht op de schroef. Om te voorkomen dat de motor door deze plotselinge weerstand af zou slaan, wordt gebruik gemaakt van een verzwaard vliegwiel met daaraan een demperplaat. De massa van deze twee tezamen dempt de schakelklap waardoor de motor draaiende blijft. De hoofdfunctie van de veren of kunststof nokken in de demperplaat is echter het dempen van torsietrillingen van de motor (vooral bij lage toerentallen). |
| Vloed | Zie getijwater. |
| Vloeien | De gepunte bladen van een anker worden vloeien of handen genoemd. Hoe groter het oppervlak van de vloeien hoe beter het anker zich zal ingraven en zal houden. "Lange handen" voorkomen dat het anker alleen vuil of wier verzamelt en daarachter blijft haken in plaats van in de grond. De afstand tussen de ene en de andere hand noemt men greep. De verbrede handen van een ouderwets stokanker heten wem en degene die zich in de grond graaft noemt men onderwem of onderhand. Zie ankeren. |
| Vlotschuit |
| VOC mentaliteit | Jef Last [1898-1972] schetste in 1945 - met literatuurverwijzing - in zijn "Het eerste schip op de Newa" een onthutsend beeld van de VOC. In 2006 dacht onze premier daar anders over. Hij was trots op die "VOC mentaliteit". |
| Voet | Deze oude lengtemaat wordt traditioneel in scheepvaartkringen nog steeds gebruikt. Het verwarrende is dat er meer soorten waren. De belangrijkste drie waren de Amsterdamse 28,3 cm, de Rijnlandse 31,4 cm en de Engelse 30,48 cm. De laatste met als aanduiding ft (foot) is de enige waar nu nog mee gerekend wordt. Hoewel... Op de Bataviawerf wordt natuurlijk nog de Amsterdamse voet gebruikt. Deze bestond niet uit 12 duim, maar uit 11 duim van elk 2,57 cm. Zie ook de schippersmaatlat. |
Voith![]() |
De naam van een scheepswerf uit Heindenheim a.d. Brenz, die de door de Oostenrijkse ingenieur Ernst Schneider uitgevonden cycloïdeschroef in 1929 verbeterde en daarmee bekend werd onder de naam Voith-Schneider propeller. Het is een propeller, die bestaat uit een horizontale schijf waar vertikaal een krans van schepvormige bladen is aangebracht; een reusachtige slagroomklopper. Via een mechanisch kantelsysteem kunnen de bladen worden versteld, waardoor de stuwkracht in elke gewenste richting kan worden geleid en in principe geen roer nodig is. Voldoet uitstekend bij sleep- en veerboten. De VSP, hier ten lande kantelbladschroef genoemd, bevindt zich niet aan de achterzijde van het schip, maar onder het vlak enigszins voor het midden. Nadere uitleg en tekeningen: VSP-pagina. |
| Volschip |
Als bij een
zeilschip alle masten vierkantgetuigd zijn spreekt men van een volschip. Een volschip kan
wel tot zes of zeven masten voeren, maar heeft dan een uitgebreide bemanning nodig. Zie windjammers.
|
| Voor de wind | Zie zeilstanden. |
| Voorliggen | Een bepaalde koers (streek van het kompas) varen: "Welke koers ligt dat schip voor?". |
| Voorrang | Voorrang op het water bestaat niet, wel moet je in bepaalde gevallen voorrang verlenen of uitwijken. Je kan je afvragen of dit taalzifterij is, maar er wordt bedoeld dat voorrang nooit genomen mag worden, hetgeen overigens ook geldt voor het wegverkeer. Rechts heeft geen voorrang, maar krijgt voorrang. Het vernieuwde BPR [2004] verstaat onder "uitwijken" een daadwerkelijke koersverandering en onder "voorrang verlenen" een koers- of snelheidswijziging. Zie verder vaarregels, laveren en zeilschepen onderling (ook voor windsurfers). |
| Voorspanboot | Ander woord voor een sleepboot. Eigenlijk een extra sleepboot die bij moeilijke passages in bergvaart voorgespannen kan worden. De voorspanboten lagen op de Rijn op strategische punten klaar. Zelfs bij de huidige duwvaart wordt bij harde dwarswind nog wel gebruik gemaakt van deze sleepboten. |
| Vormt | De Vormt is een beruchte ondiepte in het IJsselmeer. Hij stamt uit de ijstijd en bestaat uit een enorme bult zand en keien waaruit Urk is ontstaan. De ondiepte ligt pal west van de vuurtoren met een uitloper naar het noorden. Ondanks een goede betonning lopen vooral onervaren watersporters hier omhoog met vaak behoorlijke schade door de keien. |
| Vouwfiets | Voor het
overbruggen van afstanden tot zo'n 10 kilometer is een vouwfiets aan boord ideaal. De
betere fietsjes zijn snel in/uit elkaar te vouwen en hebben voor niet te grote afstanden
door hun versnelling uitstekende rij-eigenschappen. In een test van de Waterkampioen
kwamen twee merken als beste uit de bus. De "Di Blasi" met derailleurversnelling
en de "Brompton" met naar keuze derailleur- of naafversnelling. De eerste is ook
leverbaar in een RVS uitvoering. Voor langere tochten zijn ze minder geschikt. Voor de
echte luiaards heeft Di Blasi zelfs een opvouwbare brommer! Het is de R7 ook in RVS
leverbaar als R7S. Resp. ± 1740 en 2170 euro (prijsstelling 2003).
|
| Vrijboord | Bij pleziervaartuigen de hoogte van het deel van het schip vanaf de waterlijn tot het dek (bij open vaartuigen tot het boord). Anders gezegd, het gedeelte dat boven de waterspiegel uitsteekt. Bij binnenvaartuigen spreekt men liever van minimum vrijboord, omdat het de afstand aangeeft tussen het vlak van de grootst toegestane diepgang en de bovenkant van de denneboom. Kijk voor zeeschepen bij plimsollmerk. |
| Vrijzetten | Term uit de zeevaart. Iets overboord (over de muur) zetten, werpen. "De jonen zijn vrijgezet". Het tegengestelde van iets aan boord hebben. "De visborden zijn scheep (gezet)". |
| Vuilwatertank | Een
vuilwatertank is (en wordt) niet verplicht, maar omdat pleziervaart vanaf 2009 niet meer
op oppervlaktewater mag lozen worden nieuwe schepen er wel van voorzien. Inbouw in
bestaande schepen is niet altijd makkelijk. Voor het mooi zou de tank lager dan de afvoer
van kombuis en toilet/douche moeten zitten, omdat anders bij elk van deze voorzieningen
een aparte mechanische afvoer gerealiseerd moet worden. Gelukkig is er een slimmere
oplossing, waarbij de tank op elke plek (hoog of laag) in het schip geplaatst kan worden.
In de bilge wordt dan een kleine buffertank (b.v. 50 liter)
geplaatst waar alle - uit zich zelf weglopende - afvoeren op uit komen. Middels een
vlotterschakelaar wordt dit buffertankje automatisch leeggepompt naar de grote
vuilwatertank. Ondanks relatief schoon water is af en toe reinigen noodzakelijk, want
aangekoekt vuil (grijze drab) maakt de vlotter na een jaar of twee onbetrouwbaar. Bij zo'n systeem kan overigens het best gekozen worden voor een elektrisch toilet dat wel direct naar de grote tank pompt. Uiteraard is het noodzakelijk dat deze grote "giertank" van een niveaumeter wordt voorzien, om te weten wanneer hij vol zit. Helaas kan je toch in de stront komen te zitten omdat gebleken is dat vlotter en standaanwijzer door indikken, aankoeken, of kalkaanslag kunnen gaan haperen. Waterkampioen 07/2004 adviseerde als "gangbaarmaker" het product Anzeigolan. Verder verkoopt Shiptron in Enkhuizen z.g.n. "happertjes". Van deze "slapende" bacterie onder de productnaam ProRun kan een theelepeltje opgelost in lauw water aan het vuilwaterleidingsysteem worden toegevoegd. De bacterie wordt "wakker" en hecht zich in een dag of vijf aan de tankwand om zich tegoed te doen aan de vaste massa en deze vloeibaar te maken/houden. Elke maand een theelepeltje schijnt voldoende te zijn om de populatie in stand te houden. Een prachtige biologische oplossing! Stankoverlast kan bestreden worden met HC stankverwijderaar. Waardevolle informatie over vuilwaterinstallaties en een actueel overzicht van vuilwaterpompen in Nederland vind je op vuilwater.info. Je kunt zien dat vuilwaterpompen nog geen gemeengoed zijn. Bovendien willen ze het nogal eens af laten weten door verkeerd gebruik. Dat is de reden dat er op veel plekken alleen begeleid (havenmeester) gebruik van mag worden gemaakt. Een ander probleem is de sterke zuigcapaciteit. Die is natuurlijk nodig, maar heeft volgens onderzoek al een aantal keer tot implosie van een tank geleid. Mogelijk waren de tanks te dunwandig uitgevoerd of hadden een beluchter/geurfilter met te weing luchtcapaciteit. De beluchter zou minstens dezelfde doorsnede moeten hebben als het afzuigpunt. Een te kleine tank kan bij de afzuiginstallatie ook problemen geven. Je kan je voorstellen wat er gebeurt als een tankje van jerrycanformaat aan een vuilwaterpomp met grote capaciteit wordt aangesloten. Een beetje vuilwatertank heeft al gauw een capaciteit van 150 tot 200 liter. |
| Vuistregels | In de watersport
worden zoals op veel andere gebieden vuistregels gehanteerd. Denk eraan dat een vuistregel
niets anders is dan een regel die ongeveer opgaat. Hieronder een opsomming in
alfabetische volgorde. De schipper kan niet instaan voor de juistheid. De laatste drie met
een knipoog!
|
| Heel graag op- of aanmerkingen. |
Op alle materiaal
(layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke
toestemming.
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.