|
|
|
|
| Waaiersluis | Zie getijdesluis. |
| Wachtnamen | Het
wachtlopen op een schip bestaat uit perioden van vier uur. In de koopvaardij ook wel zes
uur (zes uur op, zes uur af). Kanenbraaier Jos Komen geeft het volgende ezelsbruggetje voor de vier-uurs wachtnamen: Het Dingetje Van Adam Prikkelde Eva. 00.00 - 04.00u = hondenwacht (het hondje) 04.00 - 08.00u = dagwacht 08.00 - 12.00u = voormiddagwacht 12.00 - 16.00u = achtermiddagwacht 16.00 - 20.00u = platvoetwacht 20.00 - 24.00u = eerstewacht |
| Walenschip |
| Walstroom | Bij een walstroomaansluiting is het 220V boordnet verbonden met een wandcontactdoos in de huid van het schip. Dat is een spatwaterdichte eurostekker met de pennen naar buiten, waarin de contrastekker van de walstroom kan worden gestoken. Om te voorkomen dat op stalen schepen bij langdurige aansluiting (ook zonder stroomverbruik) galvanische corrosie optreedt mag de walaardeaansluiting niet met de scheepshuid verbonden zijn. Dit gebeurt onbedoeld bij geaard metalen behuizingen van apparatuur (denk b.v. aan een combilader) welke aan een scheepsschot is bevestigd. Gebruik dus alleen dubbelgeïsoleerde apparatuur, herkenbaar aan het symbool van twee in elkaar geplaatste vierkantjes, of zorg voor volstrekt geïsoleerde montage. In alle gevallen is het beter gebruik te maken van een scheidingstrafo. Lees in ieder geval eerst "walstroom, hoe zit het nu echt", waarin elektrotechnisch specialist Erik Hayes het "waarom" van bepaalde veiligheidsmaatregelen bij een walstroomaansluiting uit de doeken doet. Op ons Varen4U forum schreef Leendert Jan nog de volgende tip: "Om te meten of je inzake electrolyse in de veilige sector zit, neem een koperdraad die over circa 15 cm blank gemaakt is en laat die 50 cm in het water zakken en verbindt die met de plus van een digitale voltmeter. De min verbind je met het schip. Bij een spanning beneden de 650 millivolt (staal) of 850 milivolt (aluminium) is je schip onbeveiligd. Bij een hogere waarde is het schip beschermd. Doe de meting met en zonder walaansluiting. Als bij walaanluiting de spanning lager wordt heb je een serieus aardingsprobleem. Het komt helaas vaker voor dan men denkt". |
| Want | Benaming voor al het
lijnenwerk aan boord en onderdeel van de tuigage, maar ook
de benaming voor visnetten. Staand want: alle stilstaande of vaststaande lijnen; de stagen en pardoens en de in de hoofdtouwen geweven ladders. De dwarstouwen waarover de bemanning opentert heten weeflijnen. Een motorboot met mast kan ook want hebben. Het zijn dan de lijnen voor de dwarsscheepse steun aan de mast, die via een zaling lopen en vastgezet worden aan een putting. Lopend want: al het lopende werk, het touwwerk en staaldraad dat dient om zeilen te hijsen, te bergen of de stand te regelen, de vallen en schoten en de strijkreep, met behulp waarvan de mast gestreken kan worden. In de visserij kennen we staand- en gaand want. Staand want wacht op vis (stilstaande/hangende warnetten en fuiken), gaand want gaat er op af (voortgetrokken vistuig). |
| Warmte wisselaar |
|
| Water in dieselolie | Water in dieselolie is
een vervelend euvel. Het ontstaat meestal door condensvorming in een niet afgevulde tank.
De kans dat dit gebeurt is het grootst bij een tank die contact maakt met de stalen romp.
De motor kan er absoluut niet tegen en het is een voedingsbodem voor de gevreesde dieselbacterie die leidingen en filters kan verstoppen.
Bovendien kunnen brandstofleidingen zelfs bevriezen. Een waterafscheider in de
brandstoftoevoer is geen luxe en de tank moet tijdens de winterstop
in ieder geval vol zijn. De wijdverbreide tip die ooit in het blad Transport en Logistiek
gestaan zou hebben om je systeem watervrij te houden door per 100 liter dieselolie
maximaal een halve liter brandspiritus toe te voegen is een broodje aap. Doe dit niet.
Brandspiritus bevat zo'n 10% water. Het is vragen om moeilijkheden. Bezoeker Cees
Spaanderdam zei: "Als ooit iemand je dit verhaal weer op de mouw speldt, vraag dan
naar het bewuste nummer van Transport en Logistiek Nederland. Dat bestaat namelijk
niet". Verwant: biodiesel. |
| Waterbederf | Met drinkwater
aan boord dient voorzichtig te worden omgesprongen. Het verdient aanbeveling de
drinkwatertank die voor consumptie wordt gebruikt niet te groot te nemen. Een tank van
zo'n 200 liter waarborgt een goede doorstroming. Liever wat vaker vers water bunkeren, dan
het gemak van een grote drinkwatertank. Doe thuis de test. Vul een glas of beker met water
en laat het een week staan. Gooi het daarna leeg en voel met je vinger aan de binnenkant.
De gladde slijmerige laag die je dan voelt is een zwakke weergave van de wand van je
drinkwatertank. Verwant: drinkwater. |
| Wateren | Een typische gevalletje van "hé, dat wist ik niet". Wateren is iets (een schip) uit het oog verliezen door de bolling van de aarde [JvG]. |
| Waterlijn | Met de "waterlijn" duidt men een denkbeeldige lijn op het schip ter hoogte van de waterspiegel aan, die de scheiding vormt tussen boven- en onderwaterschip, het gedeelte dat water verplaatst. Het is de streek van het schip, welke zoals men vroeger zei tusschen water en wind ligt en bij houten schepen het meest aan bederf onderhevig is. Meestal wordt de lijn zichtbaar gemaakt met een geschilderde of geplakte band in een afwijkende kleur. De lengte wordt o.a. gebruikt bij de formule voor het bij benadering bepalen van rompsnelheid en kruissnelheid. Het verschil tussen de lengte van de waterlijn en de lengte van het hele schip noemt men "overhang". Het bepalen van de water- of vlotlijn voor het aanbrengen van een bies kan een lastig klusje zijn. Het beste kan je eerst een seizoen varen, dan het schip uit het water halen en voordat het afgespoten wordt, de door vuil zichtbaar geworden waterlijn of moetrand aftekenen. Op die manier krijg je een zuiver rechte lijn, waarboven (5 à 10cm) de bies kan worden aangebracht. Verwant: diepgang. |
| Waterschip |
| Waterslag scheepsmotor |
|
| Watersport
|
Tja, wat wordt nu eigenlijk bedoeld met watersport. Wat is watersport? De weervrouwen en -mannen van TV weten het wel. Het is zeilen. Wanneer het 's zomers droog is met een stevige wind melden zij "prima weer voor de watersport". Nou, daar is de gemiddelde pleziervaarder het echt niet mee eens. Die heeft een broertje dood aan windkracht 4 plus. Hij is dus geen watersporter. Hoewel? De Maritieme Encyclopedie verstaat onder watersport: "In eigenlijke zin alle lichamelijke oefening en ontspanning, dus alle sportbeoefening op of in het water. In het algemeen rekent men hiertoe echter alleen die sporten, die op het water worden beoefend met een speciaal daarvoor bestemd vaartuig: kanosport, motorbootsport, roeisport, waterskien, ijszeilen en zeilsport". Het BPR ziet watersport als iets kleins. Het bord "sport" betekent "kleine schepen toegestaan of verboden". Jaren geleden noemde de sluismeester van de Oranjesluizen ons via de praai-installatie "dat weekendscheepje". Verwant: sportboot. |
| Watersport verbond | Het Watersportverbond, voorheen KNWV, is met meer dan 500 aangesloten watersportverenigingen en 60 klassenorganisaties de grootste vertegenwoordiger van watersporters in Nederland. Doel van het verbond is het bevorderen van de watersport in Nederland. In 2004 is na een intensief samenwerkingsverband de Noord Nederlandse Watersport Bond (NNWB) met zo'n 100 aangesloten watersportverenigingen en organisaties uit de Noordelijke provincies opgegaan in het Watersportverbond. |
| Waterstand | Om te
weten of een bepaald vaarwater op getijdewater diep genoeg is, kan aan de centrale
meldpost per marifoon de actuele waterstand gevraagd worden. In het jargon worden vaak
verkleinwoorden gebruikt. Bezoeker Marien Nieuwesteeg uit Baarn hoorde in het seizoen 2003
op de Waddenzee deze prachtige: "Brandaris, hier de Ark van Noach, mag ik een
waterstandje van u?" De Ark van Noach is een charterschip uit de bruine vloot. |
| Waterstuk |
Een waterstuk is het lage boeisel bij sommige bokken tussen de
oorstukken. Oorstukken zijn de hogere boeisels bij de plechten. De twee benamingen
zijn terug te vinden in het proefschrift "Verdwenen schepen" van Gerrit
Schutten onder het hoofdstuk "Zuid-Hollandse bouworde". Bokken zonder
waterstuk werden gebruikt voor baggerwerk en veevervoer en bokken met
waterstuk voor droge lading (turf).
|
| Watertank | Zie drinkwater. |
| Water verplaatsing |
1) De
term wordt gebruikt voor het gewicht van de hoeveelheid water die door een drijvend
lichaam (een schip dus) verplaatst wordt, welke gelijk is aan het totaalgewicht van het
schip met alles "d'rop en d'ran". Ook wel aangeduid als deplacement. Hier komen
we de beroemde, voor de scheepsbouw zo fundamentele hydrostatische wet van onze Grieks
mathematicus en fysicus Archimedes [287-212 v. Chr] tegen. Deze wet leert dat een zich in
een vloeistof bevindend voorwerp een opwaartse kracht ondervindt gelijk aan het gewicht
van de hoeveelheid verplaatste vloeistof. Strikt genomen is er verschil tussen de woorden
waterverplaatsing en deplacement. Waterverplaatsing is gerelateerd aan het volume van een
volledig gezonken object. Deplacement is gerelateerd aan het gewicht van het drijvend
lichaam, zoals hierboven beschreven. Leuk vraagje: Een dekschuit met grind ligt in een sluis met gesloten deuren en gesloten rinkets. Ineens kantelt het schip en verliest zijn lading, maar richt zich op en blijft drijven. Wat gebeurt er met het waterniveau in de sluiskolk? Gaat het omhoog? Gaat het omlaag? Of blijft het gelijk? Hier het antwoord. 2) Waterverplaatser (waterverdringer) wordt ook gebruikt als aanduiding voor een langzaam varend schip dat niet in plané kan komen. Huidige jachtbouwers en makelaars noemen deze vaareigenschap niet zelden "verdrenger". Het klinkt vakkundig, maar verdrenger is een spookwoord (niet bestaand woord). Zie ook het modewoord maritiem voor watersport op binnenwater. Verwant: vuistregel waterverplaatsing. |
| Water vliegtuig |
Op de Randmeren en IJsselmeer/Markermeer kan je theoretisch te maken krijgen met een watervliegtuig. Of liever gezegd juist niet, want hier gelden dezelfde regels als voor draagvleugelboten en luchtkussenvaartuigen. Volgens Art 6.02 BPR zijn ze verplicht andere schepen voorrang te verlenen. Een watervliegtuig (oude benaming drijvervliegtuig) wijkt voor alle vaart en zal een voorgenomen landing over de marifoon aankondigden. |
| Weer | Een eenvoudige gratis
weersvoorspelling is overal op internet te vinden. Met zo'n voorspelling als uitgangspunt
is het mogelijk door eigen waarneming met redelijke betrouwbaarheid een verwachting voor
de komende uren vast te stellen. Onderweg kan geluisterd worden naar radio of marifoon;
zie weer- en veiligheidsberichten de klok rond. Weersverslechtering. -luchtdruk daalt. -wind krimpt en wordt krachtiger. -opkomende cirruswolken (windveren), meestal vanuit het westen of kring om de zon. Vaak betekent dit de voorkant van een frontale storing (depressie). Als nog geen luchtdruk en temperatuurdaling wordt waargenomen zal de verslechtering overigens niet in de eerstkomende uren plaatsvinden. De waarschuwing voor een verslechtering (al of niet) is vervat in een oud zeemansrijmpje: Komt eerst de wind en dan de regen, daar kunnen de bramzeilen wel tegen. Maar komt eerst de regen en dan de wind, reef je zeilen dan gezwind. Weersverbetering. -luchtdruk stijgt. -wind ruimt en neemt af. -bewolking breekt bij stratuswolken of cumulus wordt minder. De te verwachten weersverbetering kan van korte duur zijn en gevolgd worden door een nieuwe depressie. Dit als het KNMI wisselvallig weer voorspelde. Wanneer het weer niet verbeterde sprak men vroeger over: "het weer biet geen zoen". De onstuimigheit des luchts en stilt niet, het weer schijnt noch niet te willen bedaren. Kenmerken bij constante wind en luchtsoort (in de zomer): Polaire lucht uit het noordwesten. -koude vochtige luchtmassa. -meestal goed zicht, wisselvallig weer. Atlantische tropische lucht uit het zuidwesten. -warme vochtige luchtmassa. -matig zicht, sterke bewolking, vaak motregen. Afrikaanse tropische lucht uit het zuiden. -droge warme luchtmassa. -matig tot slecht zicht door meegevoerd stof, sluierbewolking. Continentale tropische lucht uit het oosten. -zeer warm. -helder weer, goed zicht. Balkanlucht uit het zuidoosten. -zeer warm, heiig, kans op (warmte)onweer. Occlusiefront in een depressie. -ontstaat wanneer het langzamer bewegend warmtefront in een depressie wordt ingehaald door het sneller bewegend koufront. Vaak ontstaat frontale mist. Verwant: barometer. |
| Wegering |
Bij houten schepen de langsscheepse verstevigingsbalk met inkepingen waarmee het spantwerk wordt verbonden, maar ook de langsscheepse aftimmering van het ruim met planken. Onbewegerd en toch een wegering... Hoe zit dat? Kijk bij turfschip. |
| Westerling |
| Westlander |
| Wieleffect | Het draaien
van de schroef geeft een zogenaamd wieleffect of directe schroefwerking. De achterkant van
het schip zal in de richting van de draaibeweging van de schroef trekken. Bij een rechtse
schroef naar stuurboord, bij een linkse naar bakboord. Bij een sneldraaiende kleine schroef met weinig spoed zal het wieleffect kleiner zijn dan bij een langzaam
draaiende grote schroef met grote spoed. Het bepalen of je schroef links of rechts draait
doe je door achter het schip te gaan staan en het bovenste schroefblad te bekijken. Als
daarvan de rechterkant meer naar voren staat is het een rechtse schroef en omgekeerd
natuurlijk links. Als het schip in het water ligt kan je tijdens het varen naar de
draaibeweging van de schroefas kijken. Links of rechts wordt dan bepaald door in de
richting van het voorschip te kijken. Bij
vooruit varen merk je weinig van het wieleffect omdat door de achterwaartse stuwkracht van
het schroefwater de roerwerking zal overheersen. Bij
afstoppen of achteruit varen is het een ander verhaal. Er is nu geen stuwkracht op het
roer. Het wieleffect gaat overheersen. De rechtse schroef draait bij achteruitslaan
linksom; het achterschip trekt dus naar bakboord. Een
noodstop zal het schip al gauw dwars op de koers brengen, hoewel het effect bij een
normale stop gecorrigeerd kan worden door het schip van te voren bakboord uit te sturen.
Bij achteruitvaren zal als het schip eenmaal vaart maakt, meestal alleen gecorrigeerd
kunnen worden door een korte klap vooruit met het roer in de juiste richting. Als het
klapje kort genoeg is zal het schip tengevolge van de slip nog
steeds wat vaart achteruit blijven lopen. In de beroepsvaart wordt de schroef overigens
vaak in een tunnel geplaatst, waardoor het wieleffect vermindert. De Voith-Schneider- of kantelbladschroef die wel bij sleep- en
veerboten wordt toegepast kent geen wieleffect. Pleziervaarders preferen een
linksdraaiende schroef, want bij afmeren aan de (meest gebruikelijke) rechterzijde van
vaarwater of sluis zal het wieleffect bij achteruitslaan er voor zorgen dat de achterzijde
van het schip naar de kant getrokken wordt.Zie ook draaicirkel en sluizen. |
| Wieringeraak |
| Wieringer lichter |
| Wierpot | Wierbak of koelwaterfilter. Een pot met een uitneembaar en gemakkelijk te reinigen groffilter dat zich in de toevoerleiding van opgepompt buitenwater bevindt. In de handel zijn ook huiddoorvoeren met rooster verkrijgbaar. Het gebruik daarvan is sterk af te raden. Grove waterplanten (waterpest e.d.) kunnen tegen het rooster gezogen worden waardoor de opening geheel geblokkeerd wordt met alle gevolgen van dien. Ook de goedbedoelde "waterschepjes" kennen dat gevaar. Het filter van de wierpot is juist ontworpen om zo'n blokkade tegen te gaan en het is niet slim daar een extra barrière aan toe te voegen. |
| Windeffect | Een effect dat door motorbootvaarders nogal eens wordt vergeten. Zoals de zeiler zijn windvaantje in de gaten houdt, moet de motorbootschipper zijn geusje in de gaten houden als hij op de vierkante centimeter gaat manoeuvreren. Als het schip vaart maakt zal de wind weinig vat hebben, maar bij bijna stilliggen kan je voor verrassingen komen te staan. Het windeffect werkt weliswaar vertraagd, maar je schip zal onverbiddelijk opzij gezet worden. Afhankelijk van de opbouw zal het met de boeg of met de kont worden weggezet. In die omstandigheid kan het wel eens zijn dat je roer tegengesteld moet staan aan de richting waar je naar toe wilt. Met benutting van het wieleffect kan dan zonder de roerstand te wijzigen met korte klapjes voor- en achteruit toch zijdelings naar de gewenste plek gekomen worden. Omdat het effect per schip enorm kan verschillen moet je dit uitproberen. Voorbeelden zijn moeilijk zonder tekening te geven, vandaar een verwijzing naar een duidelijke uitleg in Waterkampioen nr 20 van 2000 onder de titel: "Wind als boegschroef". |
| Windjammer | Windjammer is een verzamelnaam voor zeegaande ijzeren en stalen zeilvaartuigen uit de latere periode van de koopvaardij. Een tijdperk dat eindigde met de opkomst van de stoomvaart. Aan dit onderwerp is een aparte pagina gewijd met veel afbeeldingen en uitleg. |
| Wind snelheid |
De
windsnelheid wordt meestal uitgedrukt in schaaldelen Beaufort.
De schaal gaat niet verder dan windkracht 12. Voor orkanen is er de aparte schaal voor
hurricanes volgens Saffir
& Simpson.
|
| Windstreken | De
kompasroos is verdeeld in windstreken. Een streek komt overeen met 11¼ graden, dat is het
32e deel van een cirkel. De streken worden als volgt benoemd, waarbij steeds een halvering
van de hoeken tussen de vorige benamingen. Denk er aan dat graden onderverdeeld worden in
minuten. 22½º kan dus ook geschreven worden als 22°30'. Hoofdstreken: [90º] noord N, oost O, zuid Z en west W. Hoofdtussenstreken: [45º] noordoost NO, zuidoost ZO, zuidwest ZW en noordwest NW. Tussenstreken: [22½º] noord-noordoost NNO, oost-noordoost ONO, oost-zuidoost OZO, zuid-zuidoost ZZO, zuid-zuidwest ZZW, west-zuidwest WZW, west-noordwest WNW en noord-noordwest NNW. Streken: [11¼º] de streken worden vanaf de hoofd- of hoofdtussenstreken benoemd, dus vanaf noord tot oost: noord ten oosten NtO, noordoost ten noorden NOtN, noordoost ten oosten NOtO en oost ten noorden OtN enz. Een verdere verdeling kan nog worden gemaakt door de streken in halve-, kwart-, of achtste delen te verdelen, dus bijv.: NOtO½O (noordoost ten oosten een half oost). |
Windveer![]() |
In meervoudsvorm de populaire benaming voor cirruswolken. Bij een zeilschip de aanduiding voor het achterschip, gerekend vanaf de bezaansmast tot de spiegel, of in engere zin de vertikale verlenging van het hek. Zie voor een afbeelding rantsoenhout. Weerkaarten kennen ook windveren. De windrichting wordt aangegeven door een pijl of schacht met cirkeltje, de windkracht door een heel- (10 knopen) of half (5 knopen) streepje aan de schacht. De streepjes heten veren en worden bij elkaar opgeteld. In dit voorbeeld dus 25 knopen. Het open cirkeltje betekent onbewolkt. Naarmate het cirkeltje in kwarten dichter wordt getekend is er meer bewolking. Een geheel dicht cirkeltje betekent geheel bewolkt. |
| Winkelhaak | Verrassend
genoeg werd in de oude scheepsbouw niet alleen op het oog gebouwd, maar veelvuldig gebruik
gemaakt van de rechte hoek van een winkelhaak, al of niet in combinatie met een loodlijn.
Scheepsbouwer Cornelis van Yk [1697] vertelt hoe een winkelhaak "toe te stellen"
is. "Laat genomen sijn drie Stokjes, 't eene lang 3, 't ander 4 en het derde 5
gelyke Delen, en al d' Einden t' samen gebragt sijnde, zal den Hoek die de twee kortste t'
samen stellen, altijd regt wesen, gelyk by de Figuur B genoegsaam te sien is; en in der
Wiskonstenaren eerste Wetboek, in de zeven-en-veertigste Propositie gezeid, en bewesen
werd".
|
| Winschooten | Wigardus à Winschooten was in de 17e eeuw een Nederlands taalkundige, die in Leiden onderwijs gaf. Van belang voor de scheepvaarthistorie is zijn boek Seeman; behelzende een grondige uitlegging van de Neederlandse Konst- en Spreekwoorden, voor so veel die uit de seevaert sijn ontleend en bij de beste schrijvers deeser eeuw gevonden werden [Leiden 1681]. Op deze site is gebruik gemaakt van excerpten. |
| Winterklaar maken |
Winterklaar maken dient om lang stilliggen en vorst geen schade te laten
berokkenen aan je schip. Er zijn ook bootbezitters die hun schip niet
winterklaar maken maar de boot vorstvrij houden met elektrische kacheltjes
op thermostaat of het schip in een verwarmde loods laten overwinteren. Over wel of niet in het water overwinteren zijn de meningen
verdeeld. In het water is de kans op vorstschade in ieder geval kleiner dan op de wal
(buiten of onverwarmde loods),
omdat de romp de watertemperatuur zal aannemen. Zelfs bij een dikke ijsvloer zal het
onderwaterschip nog steeds vorstvrij zijn. Alleen in ondiep water zal in de loop van een
vorstperiode de watertemperatuur kunnen zakken tot min nul graden. Wees dan bedacht op het
natuurverschijnsel van onderkoeling. In principe kan
elk schip een aantal jaren tot de volgende onderhoudsbeurt in het water blijven. Dat geldt
ook voor houten en polyester schepen en zeker voor schepen met osmose.
Het op wal overwinteren lijkt dé methode om het hout of polyester eens lekker te laten
drogen, maar werkt vaak averechts. Bij houten schepen kunnen de huidgangen door krimp
openwerken of zelfs scheuren en bij "osmoseklantjes" veranderen de pukkeltjes
vaak in grote blazen, doordat het ingetrokken vocht bij droging niet goed weg kan. Verder
is het bij lichtgewicht zeilschepen (polyester) van belang de mast te strijken of te
verwijderen. De storm van 18-01-2007 heeft weer eens laten zien dat deze boten van de
bokken kunnen worden geblazen en in jachthavens waar ze op rij liggen een domino-effect
opleveren. Aan vaarwater dat 's winters bij ijsgang zo lang mogelijk wordt
opengehouden, is het wel aan te bevelen op wal te overwinteren. Dikke - door ijsbrekers
losgewerkte - ijsschotsen kunnen zelfs bij stalen schepen schade veroorzaken. Voor een
laag schip, waar schaatsers gemakkelijk op de boorden kunnen komen en krassen veroorzaken,
is dat misschien ook verstandiger. Stukvriezen van leidingen en kranen gebeurt overigens
tijdens bevriezen en niet zoals hele volksstammen denken tijdens ontdooien. Het
misverstand is begrijpelijk, want pas na ontdooien bemerk je dat de boel stuk is. Het doet
er ook eigenlijk niet toe, want stuk is stuk... Accu's:
Gescheiden volladen en het liefst tijdens de winterstop wat ontladen/bijladen. Als ze niet
te zwaar zijn kan je ze ook mee naar huis nemen en daar af en toe wat ontladen/bijladen.
Aan boord kan je dit proces automatiseren door gebruik te maken van een zonnepaneel en een ventilator tegen condensvorming en daarmee twee vliegen in één klap slaan.
Een volgeladen accu kan temperaturen van zo'n -45°C doorstaan. Een bijna lege accu kan al
stuk gaan bij -10°C. Het enige voordeel van lage temperaturen is dat de zelfontlading in
een lager tempo gaat dan 's zomers. |
| Witsen | Zie Nicolaes Witsen, schrijver van Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier [1671]. |
| Woeling | Een
strak aangehaald touwbindsel om rondhouten. Werd in vroeger tijd vooral gebruikt bij gekuipte masten om de schaaldelen bijeen te houden en bij ra's uit twee delen om de lange afgeschuinde kanten samen te
binden, maar ook als stijve verbinding van boegspriet aan romp. Bij masten en ra's werden
meerdere woelings op zo'n halve meter afstand aangebracht. Bij masten werden de woelings
wel opgesloten (bijeengehouden) door houten hoepels. Een woeling wordt aangelegd als een takeling. Zie ook de snebbe van
een galjoen.
|
| Wolken | Om te kunnen bepalen
of het weer op korte termijn verslechtert of verbetert is
herkenning van wolkensoorten belangrijk. Een beknopte beschrijving: -afzonderlijke wolken. -teer, vezelig, zonder eigen schaduw, meestal wit. -soms als krijtstrepen aan de hemel. -soms afzonderlijke toefjes of veren. -afzonderlijke wolken. -bovenzijde koepelvormig met halfronde uitwassen. -onderzijde vrijwel horizontaal. -met zon in de rug vlakken witter dan randen. -tegen de zon in donker met lichte rand. -zijdelings licht: sterke contrasten van licht en donker. -aan boven- en onderzijde scherp begrensd. -uitgebreide wolkenmassa's. -bovenzijde vezelachtig, pluim- of aambeeldvormig. -buien, geen gestage neerslag; mogelijk onweer. (Regen en sneeuw kunnen als bui vallen, hagel alleen als bui, motregen nooit). -sluiers aan het firmament. -soms witachtige sluier, halo (kring) om de zon. -soms vezelachtige sluier met grauwe tint, zon vaag te zien als door matglas. -soms als laag vormloos wolkendek, egaal en donkergrijs. Verwant: barometer. |
| Wrakkenwet | De wrakkenwet dateert van 19 juli 1934 en dient tot vaststelling van bepalingen omtrent de opruiming van vaartuigen en andere voorwerpen, die binnen territoriaal gebied in openbare wateren zijn gestrand, gezonken of aan den grond geraakt of in waterkeringen of andere waterstaatswerken zijn vastgeraakt. De wet geldt nog steeds en is van de toenmalige minister van Waterstaat Ir. J.A. Kalff (die van het kalfdek). De regeling dient om de beheerder van het vaarwater bij opruiming te vrijwaren van schadeclaims van belanghebbenden. Naar huidige maatstaven een vreemde wet. Je zou verwachten dat de wrakeigenaar voor opruimingskosten opdraait, maar artikel 10 is daar genuanceerd over: "De kosten, krachtens deze wet gemaakt, komen, voor zoveel zij niet door belanghebbenden zijn terugbetaald, of uit de opbrengst van het [....] verkochte kunnen worden gekweten, ten laste van den beheerder, onverminderd diens bevoegdheid om de [.....] te zijnen laste komende kosten te verhalen op degene, die volgens de wet daarvoor aansprakelijk is". |
| Wrang | Ook vrang. Dwarsscheepse versteviging in het vlak van een schip, meestal voorzien van gaten (muizelingen of loggaten) waardoor lek- en condenswater naar het laagste punt kan lopen. Bij grote schepen met dubbele bodem bestaan de wrangen uit verticale platen met mangaten. |
| Wrikken | De
manier om een (roei)boot, doorgaans over korte afstand, voort te bewegen met één
roeispaan aan de achterzijde van de boot. Op de spiegel is
een uitsparing, wrikgat of scheegat genoemd, of een dol, waarin
de roeispaan heen en weer gewrikt wordt. Wrikken moet je leren, het is een slag. De juiste
opstelling is langsscheeps aan stuurboord of bakboord van de riem; het einde daarvan met
beide handen voor de borst, de binnenhand in bovengreep en de buitenhand in ondergreep,
zodat het blad in snelle achtvormige schroefbewegingen gebracht kan worden.
|
| Wrijfhout | Bij
grote (binnenvaart)schepen kunnen geen luchtgevulde stootwillen of fenders worden toegepast omdat ze door het enorme gewicht van
het schip zouden knappen. In plaats daarvan worden houten palen of balken, tegenwoordig
ook van kunststof, gebruikt die verticaal of vaker horizontaal langszij worden gehangen.
Wrijfhouten worden ook wel aangebracht langs kaden en sluismuren, meestal op een dusdanige
wijze dat ze met de waterspiegel kunnen zakken of rijzen. Ze heten dan scheerhout. Witsen: Wryf-houten of willen. Ronde langachtige houten, welke buitewaarts tegen de scheepen gehangen werden, voor ’t aanbotzen en stooten van uiterlyk geweldt. |
| Wulf | De achterzijde van het schip. Met een "rechte wulf" werd het hakkebord bedoeld met daaronder e.v.t een "kromme wulf". De begrenzing/reling van de galderij werd ook wulf genoemd. Witsen noemt dat een tweede krom-wulf. |
| Heel graag op- of aanmerkingen. |
Op alle materiaal
(layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke
toestemming.
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.