Hé, dat wist ik niet...

Tips en wetenswaardigheden
Gebruik het vaartips-zoekveld wanneer je iets niet kunt vinden.
Geen zoekveld? Klik dan op het huisje (home) rechtsboven.

W

Waaiersteven
Scherpe gestrekte motorjachten snijden gemakkelijk door de golven, maar rijzen moeilijk vanuit een golfdal. Om toch een bepaalde opwaartse lift te krijgen koos men vaak voor een uitwaaiende boegvorm. Deze sierlijke waaiersteven ziet men nog op klassieke motorjachten.
Waarloos Aan boord ter vervanging in voorraad gehouden materiaal. Bij de marine ook wel waarlodelen of kortweg waarlo.
Reserverondhout noemt men barring; de opslagplaats ervan: de barring, waarschijnlijk een verbastering van het Maleise barang, dat zoiets betekent als "gezamenlijke eigendommen". In officiele stukken wordt b.v. gesproken van barringijzers, waarmee de twee als stemvorken gebogen ijzers worden bedoeld, die langs het dolboord in de sloepen geplaatst waren om de losse delen, rondhouten en riemen te kunnen opbergen. De persoonlijke uitrusting (psu) van een marineman wordt nog steeds barang genoemd.
Wachtnamen Het wachtlopen op een schip bestaat uit perioden van vier uur. In de koopvaardij ook wel zes uur (zes uur op, zes uur af).
Kanenbraaier Jos Komen geeft het volgende ezelsbruggetje voor de vier-uurs wachtnamen:
Het Dingetje Van Adam Prikkelde Eva.
00.00 - 04.00u = hondenwacht (het hondje)
04.00 - 08.00u = dagwacht
08.00 - 12.00u = voormiddagwacht
12.00 - 16.00u = achtermiddagwacht
16.00 - 20.00u = platvoetwacht
20.00 - 24.00u = eerstewacht
Walenschip
Walstroom Bij een walstroomaansluiting is het 220V boordnet verbonden met een wandcontactdoos in de huid van het schip. Dat is een spatwaterdichte eurostekker met de pennen naar buiten, waarin de contrastekker van de walstroom kan worden gestoken. Om te voorkomen dat op stalen schepen bij langdurige aansluiting (ook zonder stroomverbruik) elektrolytische corrosie optreedt mag de walaardeaansluiting niet met de scheepshuid verbonden zijn. Dit gebeurt onbedoeld bij geaard metalen behuizingen van apparatuur (denk b.v. aan een combilader) welke aan een scheepsschot is bevestigd. Gebruik dus alleen dubbelgeïsoleerde apparatuur, herkenbaar aan het symbool van twee in elkaar geplaatste vierkantjes, of zorg voor volstrekt geïsoleerde montage. In alle gevallen is het beter gebruik te maken van een scheidingstrafo. Lees in ieder geval eerst "walstroom, hoe zit het nu echt", waarin elektrotechnisch specialist Erik Hayes het "waarom" van bepaalde veiligheidsmaatregelen bij een walstroomaansluiting uit de doeken doet. Op ons Varen4U forum schreef Leendert Jan nog de volgende tip: "Om te meten of je inzake electrolyse in de veilige sector zit, neem een koperdraad die over circa 15 cm blank gemaakt is en laat die 50 cm in het water zakken en verbindt die met de plus van een digitale voltmeter. De min verbind je met het schip. Bij een spanning beneden de 650 millivolt (staal) of 850 milivolt (aluminium) is je schip onbeveiligd. Bij een hogere waarde is het schip beschermd. Doe de meting met en zonder walaansluiting. Als bij walaanluiting de spanning lager wordt heb je een serieus aardingsprobleem. Het komt helaas vaker voor dan men denkt".
Walstroomalarm
Wanneer 12V voor verlichting wordt gebruikt en walstroom alleen om "stille" verbruikers te voeden kan het gebeuren dat je niets in de gaten hebt als de spanning wegvalt. Dat kan door een fout (overbelasting) of simpelweg doordat het muntje op is. In grote gebouwen wordt noodverlichting wel aangesloten op een "netwachter". Bezoeker Michel Verhoeven heeft een netwachter uitgedacht voor aan boord, welke op zijn schip uitstekend voldoet. Zijn netwachter geeft met een lampje aan dat walstroom binnenkomt en geeft (indien aangezet) een akoestisch alarm als het uitvalt. De netwachter wordt met een schakelaar geactiveerd, hetgeen door een tweede lampje wordt aangegeven. Het alarm is dus uit te zetten voor de nacht.
Want Benaming voor al het lijnenwerk aan boord en onderdeel van de tuigage, maar ook de benaming voor visnetten.
Staand want: alle stilstaande of vaststaande lijnen; de stagen en pardoens en de in de hoofdtouwen geweven ladders. De dwarstouwen waarover de bemanning opentert heten weeflijnen. Een motorboot met mast kan ook want hebben. Het zijn dan de lijnen voor de dwarsscheepse steun aan de mast, die via een zaling lopen en vastgezet worden aan een putting. Lopend want: al het lopende werk, het touwwerk en staaldraad dat dient om zeilen te hijsen, te bergen of de stand te regelen, de vallen en schoten en de strijkreep, met behulp waarvan de mast gestreken kan worden.
In de visserij kennen we staand- en gaand want. Staand want wacht op vis (stilstaande/hangende warnetten en fuiken), gaand want gaat er op af (voortgetrokken vistuig).
Wantij Na het gereedkomen van de Deltawerken komen wantijen op binnenwater niet meer voor. Wantijen (wan = verkeerd) komen alleen nog voor op de Wadden en open Zeeuws water. Bij opkomend water botsen twee vloedstromen achter een eiland of zandbank tegen elkaar. Het effect is dat terplekke wel waterstijging plaatsvindt, maar nauwelijks stroom, waardoor veel zand/slib gedeponeerd wordt.
Het Dordtse "Wantij" - de verbinding tussen Beneden Merwede en Nieuwe Merwede - dankt die naam aan de eertijds tegengestelde stromingen en wisselende ondieptes. Na het gereedkomen van de Ottersluis was dat voorbij, maar de naam "Wantij" bleef. Zo heeft de schipper in Dordt leren zwemmen in het Wantijbad, een prachtig openluchtzwembad dat in 1936 geopend werd. Door geldgebrek heeft het bad niet meer de oude glorie, want het prachtige ondiepe bassin (van niets naar 1.80) met diverse schiereilandjes bestaat niet meer en is vervangen door een lelijk rechthoekig exemplaar.
Warmte
wisselaar
Of intercooler. Om het koelcircuit van de motor te koelen wordt de koelvloeistof bij een interkoelsysteem door een pakket van dunne buisjes geleid dat zich in een dikke holle pijp bevindt waar buitenwater doorheen wordt gepompt. De vele buisjes liggen iets uit elkaar waardoor elk buisje rondom met het koude water in aanraking komt. De werking van een oliekoeler berust op hetzelfde principe, maar is anders uitgevoerd omdat olie dikker is. Bovendien wordt deze niet gekoeld door buitenwater, maar opgenomen in het koelcircuit van de motor.
Water in dieselolie Water in dieselolie is een vervelend euvel. Het ontstaat meestal door condensvorming in een niet afgevulde tank. De kans dat dit gebeurt is het grootst bij een tank die contact maakt met de stalen romp. De motor kan er absoluut niet tegen en het is een voedingsbodem voor de gevreesde dieselbacterie die leidingen en filters kan verstoppen. Bovendien kunnen brandstofleidingen zelfs bevriezen. Een waterafscheider in de brandstoftoevoer is geen luxe en de tank moet tijdens de winterstop in ieder geval vol zijn. De wijdverbreide tip die ooit in het blad Transport en Logistiek gestaan zou hebben om je systeem watervrij te houden door per 100 liter dieselolie maximaal een halve liter brandspiritus toe te voegen is een broodje aap. Doe dit niet. Brandspiritus bevat zo'n 10% water. Het is vragen om moeilijkheden. Bezoeker Cees Spaanderdam zei: "Als ooit iemand je dit verhaal weer op de mouw speldt, vraag dan naar het bewuste nummer van Transport en Logistiek Nederland. Dat bestaat namelijk niet".
Wateren Een typische gevalletje van "hé, dat wist ik niet". Wateren is iets (een schip) uit het oog verliezen door de bolling van de aarde [JvG].
Waterlijn Met de "waterlijn" duidt men een denkbeeldige lijn op het schip ter hoogte van de waterspiegel aan, die de scheiding vormt tussen boven- en onderwaterschip, het gedeelte dat water verplaatst. Het is de streek van het schip, welke zoals men vroeger zei tusschen water en wind ligt en bij houten schepen het meest aan bederf onderhevig is. Meestal wordt de lijn zichtbaar gemaakt met een geschilderde of geplakte band in een afwijkende kleur.  De lengte wordt o.a. gebruikt bij de formule voor het bij benadering bepalen van rompsnelheid en kruissnelheid. Het verschil tussen de lengte van de waterlijn en de lengte van het hele schip noemt men "overhang". Het bepalen van de water- of vlotlijn voor het aanbrengen van een bies kan een lastig klusje zijn. Het beste kan je eerst een seizoen varen, dan het schip uit het water halen en voordat het afgespoten wordt, de door vuil zichtbaar geworden waterlijn of moetrand aftekenen. Op die manier krijg je een zuiver rechte lijn, waarboven (5 à 10cm) de bies kan worden aangebracht. Verwant: diepgang.
Waterpolitie In tegenstelling tot hetgeen veel mensen denken is de zorg voor veiligheid en welzijn van de waterrecreant een taak van de regionale politie. De gespecialiseerde waterpolitie is voornamelijk actief op doorgaande vaarwegen en ruime wateren, maar ondersteunt op verzoek de regionale politie. Beiden behoren tot het Korps landelijke politiediensten KLPD. Daarnaast heeft Rotterdam-Rijnmond als enige regio een eigen Zeehavenpolitie, voorheen Rivierpolitie. Het werkgebied loopt van Ridderkerk tot 5 mijl op zee, maar in de zomermaanden wordt er ook gesurveilleerd op het Brielse Meer en het Haringvliet. Het altijd bereikbare landelijke nummer van de KLPD-waterpolitie is 0343-535355. Voor minder urgente zaken de afdeling communicatie 0343-535427. De meldkamer van de Zeehavenpolitie is te bereiken op 010-2741212. Uiteraard zijn politievaartuigen, mits binnen zendbereik, ook via marifoonkanaal 10 of een blokkanaal aan te roepen.
Waterschip
Waterslag scheepsmotor
Waterslag wil zeggen dat er op de een of andere manier koelwater in de cilinders van de motor terecht komt. En omdat water niet samendrukbaar is heeft dit bij starten of aanslaan van de motor onherroepelijk schade tot gevolg. Kapotte zuigers, verbogen drijfstangen en erger. Een goed watergekoeld uitlaatsysteem is dan ook voorzien van een antihevel ventiel. Er is echter een vrij onbekende andere oorzaak:
Risico van waterslag bij lang doorstarten.
Als er lang doorgestart moet worden omdat de motor weigert aan te slaan, bijvoorbeeld bij de eerste start na de winter is het bij motoren met een watergekoelde uitlaat zaak hierop bedacht te zijn. De verklaring is als volgt: bij draaiende motor wordt het koelwater in de uitlaat geïnjecteerd en via waterslot en zwaanshals door de druk van de uitlaatgassen naar buiten geperst. Bij niet aanslaan van de motor begint de koelwaterpomp wel water in de uitlaat te pompen, maar dit water wordt vervolgens niet naar buiten geperst. Het gevolg: waterslot en uitlaatleiding zullen na herhaalde startpogingen vol water komen te staan. Mogelijk zelfs zover, dat het niveau het uitlaatspruitstuk bereikt en via een geopende uitlaatklep in een van de cilinders terecht komt. De kans op schade als gevolg van waterslag is dan erg groot.
Als lang doorstarten door wat voor oorzaak noodzakelijk is, draai dan de buitenboordkraan van het koelsysteem tijdelijk dicht en demonteer de rubber waaier (impeller) van de koelwaterpomp, want deze kan niet tegen droogdraaien. Zodra de motor tot leven komt, kan hij gerust een tijdje zonder koelwater draaien. De kunststof en rubber onderdelen van de uitlaat houden het echter door de hete gassen zonder waterkoeling niet veel langer dan een halve minuut uit.
Bron: Waterkampioen.
Watersport

Tja, wat wordt nu eigenlijk bedoeld met watersport. Wat is watersport? De weervrouwen en -mannen van TV weten het wel. Het is zeilen. Wanneer het 's zomers droog is met een stevige wind melden zij "prima weer voor de watersport". Nou, daar is de gemiddelde motorbootvaarder het echt niet mee eens. Die heeft een broertje dood aan windkracht 4 plus. Hij is dus geen watersporter. Hoewel? De Maritieme Encyclopedie verstaat onder watersport: "In eigenlijke zin alle lichamelijke oefening en ontspanning, dus alle sportbeoefening op of in het water. In het algemeen rekent men hiertoe echter alleen die sporten, die op het water worden beoefend met een speciaal daarvoor bestemd vaartuig: kanosport, motorbootsport, roeisport, waterskien, ijszeilen en zeilsport". Het BPR ziet watersport als iets kleins. Het bord "sport" betekent "kleine schepen toegestaan of verboden". Jaren geleden noemde de sluismeester van de Oranjesluizen ons via de praai-installatie "dat weekendscheepje". Verwant: sportboot.
Watersport verbond Het Watersportverbond, voorheen KNWV, is met meer dan 500 aangesloten watersportverenigingen en 60 klassenorganisaties de grootste vertegenwoordiger van watersporters in Nederland. Doel van het verbond is het bevorderen van de watersport in Nederland. In 2004 is na een intensief samenwerkingsverband de Noord Nederlandse Watersport Bond (NNWB) met zo'n 100 aangesloten watersportverenigingen en organisaties uit de Noordelijke provincies opgegaan in het Watersportverbond.
Waterstand Om te weten of een bepaald vaarwater op getijdewater diep genoeg is, kan aan de centrale meldpost per marifoon de actuele waterstand gevraagd worden. In het jargon worden vaak verkleinwoorden gebruikt. Bezoeker Marien Nieuwesteeg uit Baarn hoorde in het seizoen 2003 op de Waddenzee deze prachtige: "Brandaris, hier de Ark van Noach, mag ik een waterstandje van u?"
De Ark van Noach is een charterschip uit de bruine vloot.
Watertank Zie drinkwater.
Water
verplaatsing
De term wordt gebruikt voor het gewicht van de hoeveelheid water die door een schip verplaatst wordt, welke gelijk is aan het totaalgewicht van het schip met alles "d'rop en d'ran", ook wel aangeduid als deplacement. Hier komen we de beroemde, voor de scheepsbouw zo fundamentele hydrostatische wet van onze Grieks mathematicus en fysicus Archimedes [287-212 v. Chr] tegen. Deze wet leert dat een zich in een vloeistof bevindend voorwerp een opwaartse kracht ondervindt gelijk aan het gewicht van de hoeveelheid verplaatste vloeistof. Strikt genomen is er verschil tussen de woorden waterverplaatsing en deplacement. Waterverplaatsing = volume (iets meer bij zeewater). Deplacement = gewicht, zoals hierboven beschreven. Bij zoet water zijn de getalwaarden gelijk.
Verwant: vuistregel waterverplaatsing.
Water
vliegtuig
Op de Randmeren en IJsselmeer/Markermeer kan je theoretisch te maken krijgen met een watervliegtuig. Of liever gezegd juist niet, want hier gelden dezelfde regels als voor draagvleugelboten en luchtkussenvaartuigen. Volgens Art 6.02 BPR zijn ze verplicht andere schepen voorrang te verlenen. Een watervliegtuig (oude benaming drijvervliegtuig) wijkt voor alle vaart en zal een voorgenomen landing over de marifoon aankondigden.
Weer Een eenvoudige gratis weersvoorspelling op internet is te vinden bij weeronline.nl. Met zo'n voorspelling als uitgangspunt is het mogelijk door eigen waarneming met redelijke betrouwbaarheid een verwachting voor de komende uren vast te stellen. Onderweg kan geluisterd worden naar radio of marifoon; zie weer- en veiligheidsberichten de klok rond.
Weersverslechtering.
-luchtdruk daalt.
-wind krimpt en wordt krachtiger.
-opkomende cirruswolken (windveren), meestal vanuit het westen of kring om de zon.
Vaak betekent dit de voorkant van een frontale storing (depressie).
Als nog geen luchtdruk en temperatuurdaling wordt waargenomen zal de verslechtering overigens niet in de eerstkomende uren plaatsvinden. De waarschuwing voor een verslechtering (al of niet) is vervat in een oud zeemansrijmpje:
  Komt eerst de wind en dan de regen,
  daar kunnen de bramzeilen wel tegen.
  Maar komt eerst de regen en dan de wind,
  reef je zeilen dan gezwind.

Weersverbetering.
-luchtdruk stijgt.
-wind ruimt en neemt af.
-bewolking breekt bij stratuswolken of cumulus wordt minder.
De te verwachten weersverbetering kan van korte duur zijn en gevolgd worden door een nieuwe depressie. Dit als het KNMI wisselvallig weer voorspelde.
Kenmerken bij constante wind en luchtsoort (in de zomer):
Polaire lucht uit het noordwesten.
-koude vochtige luchtmassa.
-meestal goed zicht, wisselvallig weer.
Atlantische tropische lucht uit het zuidwesten.
-warme vochtige luchtmassa.
-matig zicht, sterke bewolking, vaak motregen.
Afrikaanse tropische lucht uit het zuiden.
-droge warme luchtmassa.
-matig tot slecht zicht door meegevoerd stof, sluierbewolking.
Continentale tropische lucht uit het oosten.
-zeer warm.
-helder weer, goed zicht.
Balkanlucht uit het zuidoosten.
-zeer warm, heiig, kans op (warmte)onweer.
Occlusiefront in een depressie.
-ontstaat wanneer het langzamer bewegend warmtefront in een depressie wordt ingehaald door het sneller bewegend koufront. Vaak ontstaat frontale mist.
Verwant: barometer.
Wegering
Bij houten schepen de langsscheepse verstevigingsbalk met inkepingen waarmee het spantwerk wordt verbonden, maar ook de langsscheepse aftimmering van het ruim met planken. Onbewegerd en toch een wegering... Hoe zit dat? Kijk bij turfschip.
Westerling
Westlander
Wieleffect Het draaien van de schroef geeft een zogenaamd wieleffect of directe schroefwerking. De achterkant van het schip zal in de richting van de draaibeweging van de schroef trekken. Bij een rechtse schroef naar stuurboord, bij een linkse naar bakboord. Bij een sneldraaiende kleine schroef met weinig spoed zal het wieleffect kleiner zijn dan bij een langzaam draaiende grote schroef met grote spoed. Het bepalen of je schroef links of rechts draait doe je door achter het schip te gaan staan en het bovenste schroefblad te bekijken. Als daarvan de rechterkant meer naar voren staat is het een rechtse schroef en omgekeerd natuurlijk links. Als het schip in het water ligt kan je tijdens het varen naar de draaibeweging van de schroefas kijken. Links of rechts wordt dan bepaald door in de richting van het voorschip te kijken. Bij vooruit varen merk je weinig van het wieleffect omdat door de achterwaartse stuwkracht van het schroefwater de roerwerking zal overheersen. Bij afstoppen of achteruit varen is het een ander verhaal. Er is nu geen stuwkracht op het roer. Het wieleffect gaat overheersen. De rechtse schroef draait bij achteruitslaan linksom; het achterschip trekt dus naar bakboord. Een noodstop zal het schip al gauw dwars op de koers brengen, hoewel het effect bij een normale stop gecorrigeerd kan worden door het schip van te voren bakboord uit te sturen. Bij achteruitvaren zal als het schip eenmaal vaart maakt, meestal alleen gecorrigeerd kunnen worden door een korte klap vooruit met het roer in de juiste richting. Als het klapje kort genoeg is zal het schip tengevolge van de slip nog steeds wat vaart achteruit blijven lopen. In de beroepsvaart wordt de schroef overigens vaak in een tunnel geplaatst, waardoor het wieleffect vermindert. De Voith-Schneider- of kantelbladschroef die wel bij sleep- en veerboten wordt toegepast kent geen wieleffect. Pleziervaarders preferen een linksdraaiende schroef, want bij afmeren aan de (meest gebruikelijke) rechterzijde van vaarwater of sluis zal het wieleffect bij achteruitslaan er voor zorgen dat de achterzijde van het schip naar de kant getrokken wordt.
Zie ook draaicirkel en sluizen.
Wieringeraak
Wieringer lichter
Wierpot Wierbak of koelwaterfilter. Een pot met een uitneembaar en gemakkelijk te reinigen groffilter dat zich in de toevoerleiding van opgepompt buitenwater bevindt. In de handel zijn ook huiddoorvoeren met rooster verkrijgbaar. Het gebruik daarvan is sterk af te raden. Grove waterplanten (waterpest e.d.) kunnen tegen het rooster gezogen worden waardoor de opening geheel geblokkeerd wordt met alle gevolgen van dien. Ook de goedbedoelde "waterschepjes" kennen dat gevaar. Het filter van de wierpot is juist ontworpen om zo'n blokkade tegen te gaan en het is niet slim daar een extra barrière aan toe te voegen.
Windeffect Een effect dat door motorbootvaarders nogal eens wordt vergeten. Zoals de zeiler zijn windvaantje in de gaten houdt, moet de motorbootschipper zijn geusje in de gaten houden als hij op de vierkante centimeter gaat manoeuvreren. Als het schip vaart maakt zal de wind weinig vat hebben, maar bij bijna stilliggen kan je voor verrassingen komen te staan. Het windeffect werkt weliswaar vertraagd, maar je schip zal onverbiddelijk opzij gezet worden. Afhankelijk van de opbouw zal het met de boeg of met de kont worden weggezet. In die omstandigheid kan het wel eens zijn dat je roer tegengesteld moet staan aan de richting waar je naar toe wilt. Met benutting van het wieleffect kan dan zonder de roerstand te wijzigen met korte klapjes voor- en achteruit toch zijdelings naar de gewenste plek gekomen worden. Omdat het effect per schip enorm kan verschillen moet je dit uitproberen. Voorbeelden zijn moeilijk zonder tekening te geven, vandaar een verwijzing naar een duidelijke uitleg in Waterkampioen nr 20 van 2000 onder de titel: "Wind als boegschroef".
Windjammer Windjammer is een verzamelnaam voor zeegaande ijzeren en stalen zeilvaartuigen uit de latere periode van de koopvaardij. Een tijdperk dat eindigde met de opkomst van de stoomvaart. Aan dit onderwerp is een aparte pagina gewijd met veel afbeeldingen en uitleg.
Wind
snelheid
De windsnelheid wordt meestal uitgedrukt in schaaldelen Beaufort. De schaal gaat niet verder dan windkracht 12. Voor orkanen is er de aparte schaal voor hurricanes volgens Saffir & Simpson.
Bft omschrijving km/h knopen m/s effect op het zeeoppervlak
In 1927 door de Duitse kapitein Petersen aan de schaal van Beaufort toegevoegd.
0 windstil 0-1 0-1 0-0,2 Spiegelgladde zee (blak).
1 zwakke wind
(flauw en stil)
1-5 1-3 0,3-1,5 Golfjes welke de zee een geschubd aanzicht geven.
2 zwakke wind
(flauwe koelte)
6-11 4-6 1,6-3,3 Kleine, nog korte golven, toppen breken niet.
3 matige wind
(lichte koelte)
12-19 7-10 3,4-5,4 Kleine golven, toppen beginnen te breken, hier en daar een op zichzelf staande witte schuimkop.
4 matige wind
(matige koelte)
20-28 11-16 5,5-7,9 Kleine langer wordende golven. witte schuimkoppen beginnen al vrij veel voor te komen.
5 vrij krachtige wind
(frisse bries)
29-38 17-21 8-10,7 Matige golven van aanmerkelijk grotere lengte. Overal witte schuimkoppen; hier en daar opwaaiend schuim.
6 krachtige wind
(stijve bries)
39-49 22-27 10,8-13,8 Grotere golven, de brekende koppen geven grote witte schuimplekken; veelvuldig opwaaiend schuim.
7 harde wind 50-61 28-33 13,9-17,1 Golven worden hoger, witte schuim begint zich als strepen in de richting van de wind te ontwikkelen.
8 stormachtige wind 62-74 34-40 17,2-20,7 Matig hoge golven met aanmerkelijke kamlengte. De toppen waaien af en vormen goed ontwikkelde schuimstrepen in de richting van de wind.
9 storm 75-88 41-47 20,8-24,4 Hoge golven, zware strepen schuim. Rollers beginnen zich te vormen. Het zicht kan door verwaaid schuim worden beïnvloed.
10 zware storm 89-102 48-55 24,5-28,4 Zeer hoge golven met lange overstortende kammen. Grote oppervlakken schuim worden in zulke zware witte strepen verspreid dat de zee een wit aanzicht krijgt. Zware overslaande rollers. Het zicht is door verwaaid schuim verminderd.
11 zeer zware storm 103-117 56-63 28,5-32,6 Buitengewoon hoge golven (middelgrote schepen verliezen elkaar in een golfdal tijdelijk uit zicht). De zee is geheel bedekt met lange schuimstrepen. de kammen  verwaaien overal. Het zicht is sterk verminderd.
12 orkaan >117 >63 >32,6 De lucht is met schuim en verwaaid zeewater gevuld. De zee is volkomen wit door schuim. Zicht op enige afstand bestaat niet meer.
Een 17e eeuwse omschrijving:
Zeer harde storm-windt, die zoo geweldig aen komt, dat het gansche water daer van bewoogen werdt, en opstuift, drijft hey compas ront, werpt schepen om verre, en doet het water over landt-vloeien.

En de termen die Nederlandse zeelui in de zeventiende eeuw gebruikten om de windkracht aan te duiden. Een nadere uitleg bij de tijd vóór Beaufort. Koelt = koelte.

Uitdrukking Omschrijving
Hapje, zogje, zugje Windvlaagje.
Fariabel lugie Zeer zwakke variabele wind.
Labberkoelt, flauwe koelt Zwakke wind, slappe zeilen. Vergelijkbaar met 2 Bft.
Lichte koelt Zwakke tot matige wind. Vergelijkbaar met 3 Bft.
Bramzeilskoelt, matige koelt Matige wind. De bramzeilen moesten bij meer dan een matige wind gestreken of gereefd worden omdat het schip anders topzwaar werd. Vergelijkbaar met 4 Bft.
Dichte of stijve koelt, frisse bries Vrij krachtige wind.
Bakstage- of bakstags wind, stijve bries Stevig doorstaande, meer dan vier streken achterlijker dan dwars inkomende wind. Ook wel anders gezeylt genoemd.
Marszeilskoelt Krachtige wind.
De wind is wieuw (waauw) De wind is kwaad (goede wind).
Haak of kaak; haakwinden Rukwind of bui. Opkomende harde buiige winden
Huiken en guiten De wind raast (harde wind).
Onderzeilskoelt of schoverzeils weer Sterk doorstaande harde wind tot storm. Topzeilen (bram- en marszeilen) kunnen niet meer gevoerd worden.
Bijlegger Stormachtige tegenwind.
Lenzen voor top en takel Het schip in zware storm zonder zeilen voor de wind weg laten lopen.
Zeilen waaien uit de lijken Door orkaanwind scheuren zeilen los van het lijk (zoomtouw).
Uitschot Winddraaiing gepaard aan een windkrachtsprong.
Drooge buien; zengen Plotseling windstoten, vaak bij heldere hemel (white squall)
Bron: Historiche Maritieme Windschalen, H.Walbrink en F.Koek
Windstreken De kompasroos is verdeeld in windstreken. Een streek komt overeen met 11¼ graden, dat is het 32e deel van een cirkel. De streken worden als volgt benoemd, waarbij steeds een halvering van de hoeken tussen de vorige benamingen. Denk er aan dat graden onderverdeeld worden in minuten. 22½º kan dus ook geschreven worden als 22°30'.
Hoofdstreken: [90º] noord
N, oost O, zuid Z en west W.
Hoofdtussenstreken: [45º] noordoost
NO, zuidoost ZO, zuidwest ZW en noordwest NW.
Tussenstreken: [22½º] noord-noordoost
NNO, oost-noordoost ONO, oost-zuidoost OZO, zuid-zuidoost ZZO, zuid-zuidwest ZZW, west-zuidwest WZW, west-noordwest WNW en noord-noordwest NNW.
Streken: [11¼º] de streken worden vanaf de hoofd- of hoofdtussenstreken benoemd, dus vanaf noord tot oost: noord ten oosten
NtO, noordoost ten noorden NOtN, noordoost ten oosten NOtO en oost ten noorden OtN enz.
Een verdere verdeling kan nog worden gemaakt door de streken in halve-, kwart-, of achtste delen te verdelen, dus bijv.:
NOtO½O (noordoost ten oosten een half oost).
Windveer
In meervoudsvorm de populaire benaming voor cirruswolken. Bij een zeilschip de aanduiding voor het achterschip, gerekend vanaf de bezaansmast tot de spiegel, of in engere zin de vertikale verlenging van het hek. Zie voor een afbeelding rantsoenhout. Weerkaarten kennen ook windveren. De windrichting wordt aangegeven door een pijl of schacht met cirkeltje, de windkracht door een heel- (10 knopen) of half (5 knopen) streepje aan de schacht. De streepjes heten veren en worden bij elkaar opgeteld. In dit voorbeeld dus 25 knopen. Het open cirkeltje betekent onbewolkt. Naarmate het cirkeltje in kwarten dichter wordt getekend is er meer bewolking. Een geheel dicht cirkeltje betekent geheel bewolkt.
Winkelhaak Verrassend genoeg werd in de oude scheepsbouw niet alleen op het oog gebouwd, maar veelvuldig gebruik gemaakt van de rechte hoek van een winkelhaak, al of niet in combinatie met een loodlijn. Scheepsbouwer Cornelis van Yk [1697] vertelt hoe een winkelhaak "toe te stellen" is. "Laat genomen sijn drie Stokjes, 't eene lang 3, 't ander 4 en het derde 5 gelyke Delen, en al d' Einden t' samen gebragt sijnde, zal den Hoek die de twee kortste t' samen stellen, altijd regt wesen, gelyk by de Figuur B genoegsaam te sien is; en in der Wiskonstenaren eerste Wetboek, in de zeven-en-veertigste Propositie gezeid, en bewesen werd".
Winschooten Wigardus à Winschooten was in de 17e eeuw een Nederlands taalkundige, die in Leiden onderwijs gaf. Van belang voor de scheepvaarthistorie is zijn boek Seeman; behelzende een grondige uitlegging van de Neederlandse Konst- en Spreekwoorden, voor so veel die uit de seevaert sijn ontleend en bij de beste schrijvers deeser eeuw gevonden werden [Leiden 1681]. Op deze site is gebruik gemaakt van excerpten.
Winterklaar
maken
Winterklaar maken dient om lang stilliggen en vorst geen schade te laten berokkenen aan je schip. Over wel of niet in het water overwinteren zijn de meningen verdeeld. In het water is de kans op vorstschade in ieder geval kleiner dan op de wal, omdat de romp de watertemperatuur zal aannemen. Zelfs bij een dikke ijsvloer zal het onderwaterschip nog steeds vorstvrij zijn. Alleen in ondiep water zal in de loop van een vorstperiode de watertemperatuur kunnen zakken tot min nul graden. Wees dan bedacht op het natuurverschijnsel van onderkoeling. In principe kan elk schip een aantal jaren tot de volgende onderhoudsbeurt in het water blijven. Dat geldt ook voor houten en polyester schepen en zeker voor schepen met osmose. Het op wal overwinteren lijkt dé methode om het hout of polyester eens lekker te laten drogen, maar werkt vaak averechts. Bij houten schepen kunnen de huidgangen door krimp openwerken of zelfs scheuren en bij "osmoseklantjes" veranderen de pukkeltjes vaak in grote blazen, doordat het ingetrokken vocht bij droging niet goed weg kan. Verder is het bij lichtgewicht zeilschepen (polyester) van belang de mast te strijken of te verwijderen. De storm van 18-01-2007 heeft weer eens laten zien dat deze boten van de bokken kunnen worden geblazen en in jachthavens waar ze op rij liggen een domino-effect opleveren. Aan vaarwater dat  's winters bij ijsgang zo lang mogelijk wordt opengehouden, is het wel aan te bevelen op wal te overwinteren. Dikke - door ijsbrekers losgewerkte - ijsschotsen kunnen zelfs bij stalen schepen schade veroorzaken. Voor een laag schip, waar schaatsers gemakkelijk op de boorden kunnen komen en krassen veroorzaken, is dat misschien ook verstandiger. Stukvriezen van leidingen en kranen gebeurt overigens tijdens bevriezen en niet zoals hele volksstammen denken tijdens ontdooien. Het misverstand is begrijpelijk, want pas na ontdooien bemerk je dat de boel stuk is. Het doet er ook eigenlijk niet toe, want stuk is stuk...

Accu's: Gescheiden volladen en het liefst tijdens de winterstop wat ontladen/bijladen. Als ze niet te zwaar zijn kan je ze ook mee naar huis nemen en daar af en toe wat ontladen/bijladen. Aan boord kan je dit proces automatiseren door gebruik te maken van een zonnepaneel en een ventilator tegen condensvorming en daarmee twee vliegen in één klap slaan. Een volgeladen accu kan temperaturen van zo'n -45°C doorstaan. Een bijna lege accu kan al stuk gaan bij -10°C. Het enige voordeel van lage temperaturen is dat de zelfontlading in een lager tempo gaat dan 's zomers.
Standpijpen onder de waterlijn (met afsluiter): Draai de kraan dicht. Vul de standpijp met koelvloeistof en draai bij kogelkranen, dat zijn de kranen met een hendel, daarna de kraan open en direct weer dicht. Als je daarbij de pijp of slang op druk brengt (blazen) komt er ook koelvloeistof in de kamer van de afsluitkogel. N.B. dit zal alleen maar nodig zijn bij zeer strenge vorst, want in Nederland zal het water dieper dan pakweg 20cm niet snel bevriezen. Maar goed, dat weet je niet van te voren.
Op de wal: alleen de kraan open.
Stand- of loospijpen boven de waterlijn (zonder afsluiter): Hang door de pijp een stukje (tuin)slang dat aan de bovenzijde open en aan de onderzijde afgesloten is met een kurk. Het kan ook met de open zijde in het water, maar dan moet de slang zeker 20cm onder het vlak uitsteken.
Onderwatertoilet:
Er mag vanaf 2009 niet meer geloosd worden op buitenwater
Bovenwatertoilet:
Er mag vanaf 2009 niet meer geloosd worden op buitenwater.
Ander toilet: Veel mensen zullen gekozen hebben voor een vuilwatertank of chemisch toilet. Bij aansluiting op een vuilwatertank is het meestal voldoende de toevoerleiding van het spoelwater leeg te blazen en wat antivries in de pot te doen en na één doorspoeling aan te vullen tot een laagje in de pot. Een chemisch toilet kan gewoon leeg gemaakt worden.
Vaste drinkwatertank: Leeg maken.
Flexibele watertank: Hoeft niet leeg, maar i.v.m. waterbederf toch aan te bevelen.
Drinkwaterleidingen: Zoveel mogelijk leeg blazen en kranen openen.
Leegblazen kan met behulp van een fietspomp en een (niet te oude) binnenband. Knip de band naast het ventiel door en plak het korte uiteinde dicht. Schuif het lange eind een stukje over de leiding en bindt dit goed vast. Draai nu de band bij de leiding een aantal slagen om zodat er geen lucht door kan en pomp de band op tot ballondikte. Laat de slagen los en de leiding wordt keurig leeggeblazen. Zonodig herhalen.
Brandstoftank: Volledig vol tanken anders kan condens ontstaan met kans op de dieselbacterie. Zeker wanneer de tank bij een stalen schip tegen de buitenwand ligt. Als je tijdens de winterstop niet vaart is e.v.t. vlokvorming van dieselolie onbelangrijk, zodra de temperatuur omhoog gaat verdwijnt het euvel. Als je in de winter wel af en toe vaart en de brandstoftank en leidingen zich niet onder de waterlijn bevinden, zorg dan dat de gebunkerde dieselolie van na oktober is. De z.g.n. winterkwaliteit. Deze geeft tot -16º C geen vlokvorming.
Motor: Olie verversen en e.v.t filters vervangen. Nieuwe olie zorgt voor goede conservering tijdens een lange periode van stilstand. Hoewel... Er gaan steeds meer stemmen op dat moderne oliën helemaal niet ververst hoeven te worden. Zeker niet bij een bootmotor met regelmatig toerental. Maar goed... Oude olie kan het best bij warme motor worden afgetapt. Laat de motor na draaien een tijdje met rust om bezinksel gelegenheid te geven naar beneden te zakken. Verwijder daarna de aftapbout onderin de carterpan. Als het door ruimtegebrek niet mogelijk is daar een bak onder te plaatsen, gebruik dan een carterpompje via de peilstokopening, of laat door een motorenbedrijf een permanent carterpompje installeren. Bij gemariniseerde automotoren zonder aangepaste carterpan (zonder kuiltje onder de peilstok) kan het nadeel zijn dat het residu (slijpsel en andere ongerechtigheden) niet helemaal mee komt en in het carter achterblijft.
Brandstofsysteem:
Sommige schippers gaan zo ver, dat ze ook het brandstofsysteem beveiligen met een speciale conserveringsolie. Het brandstoffilter wordt verwijderd en men laat de motor even lopen met de conserveringsolie als brandstof, tot deze flink begint te roken. Ikzelf heb dit nooit gedaan en ben van mening dat het alleen zoden aan de dijk zet als het schip voor meerdere jaren opgelegd wordt.
Buitenboordmotor: Olie vervangen, (elk tweede seizoen olie in staartstuk vervangen). Zet een emmer schoon water op een kruk onder de motor, zodat het staartstuk er in hangt, of gebruik een verzwaarde kliko. Motor even laten draaien. Bougiekabels lostrekken. Carburateur aftappen. Water aftappen uit de uitlaatdemper (met een carterpompje gaat dat prima). Draai de bougies er uit, sproei wat motorolie in de gaten, draai de motor een paar slagen rond  en zet de bougies weer terug. BB-motoren blijven m.i. ondingen. Simon Carmiggelt schreef in zijn korte verhaal "Bootje": "... zo'n ploffende buitenboordmotor die je, door aan een touwtje te rukken, in werking stelt. Soms lukt dat. Niet vaak". Onze Belgische buur Herman Maes schreef een prachtige verhaal over een net gekocht bootje met bb-motor: "Er is echter nog een klein probleempje: tot op heden zijn we er nog niet in geslaagd om de motor aan de praat te krijgen. Het trekken aan die koord is beenhard en de weerslag ervan doet de handen altijd weer ergens tegenaan slagen". En even verder: "Vanaf   9 uur proberen we de motor te starten. Een volledig uur hebben we nodig maar dan plots lukt het!"
Gesloten koelsysteem: Koelvloeistof verversen (uiterlijk om de 2 jaar, de corrosiewerende middelen zijn dan uitgewerkt).
Open koelsysteem zonder thermostaat en wierpot: Een nog weinig voorkomend systeem. Motor starten en inlaatkraan dichtdraaien. Motor afzetten wanneer geen water meer uit de loospijp komt. Beter is om de aanzuigslang boven de inlaatkraan los te koppelen en koelvloeistof te laten opzuigen tot het uit de loospijp komt. Slang weer vastmaken en in beide gevallen de standpijp inpakken met isolatiemateriaal.
Open koelsysteem met thermostaat en wierpot: Motor op temperatuur laten komen want de thermostaat moet open staan, anders wordt het koelwater omgeleid. Daarna stationair laten draaien. Deksel van wierpot halen. Inlaatkraan dichtdraaien. Koelvloeistof in wierpot gieten tot het uit de uitlaat of loospijp komt. Motor stop zetten. Nog iets koelvloeistof bijgieten. Kraan open en direct weer dichtdraaien.
Interkoeling systeem: In het motorcircuit koelvloeistof verversen (uiterlijk om de 2 jaar). Het buitencircuit dat langs de wisselaar loopt behandelen als beschreven bij open koelsysteem. De motor hoeft echter niet op temperatuur te komen. N.B. voor het buitencircuit (watergekoelde uitlaat) kan ook het goedkopere antivries gebruikt worden.
Buitenkant schip: Schoonmaken en in de was zetten. Vlaggen, fenders, touwwerk en demontabel houtwerk (naambordjes) verwijderen. Bij vastzittende bouten en moeren is dieselolie een prima alternatief voor kruipolie. Sluit ontstane gaten af met korte passende boutjes met kunststof sluitringen en een lik vaseline.
Mondvoorraad: Minimaal niet-alcoholische dranken en bederfelijke waar mee naar huis nemen. Blikvoer en droog spul als kruiden, macaroni en rijst kan, mits de vervaldatum nog ver weg is, best aan boord blijven.
Gasflessen: Bij overdekte stalling mee naar huis nemen (is meestal verplicht). Bij overwintering in het water is dit overbodig. Propaangas kan goed tegen vorst. Uiteraard de gasfles dichtdraaien.
Verf, kit e.d: Mee naar huis nemen.
Lijnen en schoten van kunststof kan je gehuld in een kussensloop handwarm wassen in de wasmachine. Ze zijn dan weer in tiptop conditie voor het volgend seizoen.
Interieur: Als het kan ventileren en anders gebruik maken van een of meerdere vochtvreters.
Een uitstekend boekje over onderhoud en winterklaar maken is in 1987 uitgegeven bij Hollandia: Foeke Roukema; Handboek onderhoud voor zeil- en motorjachten, ISBN 90 6045 520 7.

Witsen Zie Nicolaes Witsen, schrijver van Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier [1671].
Woeling Een strak aangehaald touwbindsel om rondhouten. Werd in vroeger tijd vooral gebruikt bij gekuipte masten om de schaaldelen bijeen te houden en bij ra's uit twee delen om de lange afgeschuinde kanten samen te binden, maar ook als stijve verbinding van boegspriet aan romp. Bij masten en ra's werden meerdere woelings op zo'n halve meter afstand aangebracht. Bij masten werden de woelings wel opgesloten (bijeengehouden) door houten hoepels. Een woeling wordt aangelegd als een takeling. Zie ook de snebbe van een galjoen.
Wolken Om te kunnen bepalen of het weer op korte termijn verslechtert of verbetert is herkenning van wolkensoorten belangrijk. Een beknopte beschrijving:
Cirruswolken.
-afzonderlijke wolken.
-teer, vezelig, zonder eigen schaduw, meestal wit.
-soms als krijtstrepen aan de hemel.
-soms afzonderlijke toefjes of veren.
Cumuluswolken.
-afzonderlijke wolken.
-bovenzijde koepelvormig met halfronde uitwassen.
-onderzijde vrijwel horizontaal.
-met zon in de rug vlakken witter dan randen.
-tegen de zon in donker met lichte rand.
-zijdelings licht: sterke contrasten van licht en donker.
-aan boven- en onderzijde scherp begrensd.
Cumulonimbuswolken.
-uitgebreide wolkenmassa's.
-bovenzijde vezelachtig, pluim- of aambeeldvormig.
-buien, geen gestage neerslag; mogelijk onweer.
(Regen en sneeuw kunnen als bui vallen, hagel alleen als bui, motregen nooit).
Stratuswolken.
-sluiers aan het firmament.
-soms witachtige sluier, halo (kring) om de zon.
-soms vezelachtige sluier met grauwe tint, zon vaag te zien als door matglas.
-soms als laag vormloos wolkendek, egaal en donkergrijs.
Verwant: barometer.
Wrang Ook vrang. Dwarsscheepse versteviging in het vlak van een schip, meestal voorzien van gaten (muizelingen of loggaten) waardoor lek- en condenswater naar het laagste punt kan lopen. Bij grote schepen met dubbele bodem bestaan de wrangen uit verticale platen met mangaten.
Wrikken De manier om een (roei)boot, doorgaans over korte afstand, voort te bewegen met één roeispaan aan de achterzijde van de boot. Op de spiegel is een uitsparing, wrikgat of scheegat genoemd, of een dol, waarin de roeispaan heen en weer gewrikt wordt. Wrikken moet je leren, het is een slag. De juiste opstelling is langsscheeps aan stuurboord of bakboord van de riem; het einde daarvan met beide handen voor de borst, de binnenhand in bovengreep en de buitenhand in ondergreep, zodat het blad in snelle achtvormige schroefbewegingen gebracht kan worden.
Wrijfhout Bij grote (binnenvaart)schepen kunnen geen luchtgevulde stootwillen of fenders worden toegepast omdat ze door het enorme gewicht van het schip zouden knappen. In plaats daarvan worden houten palen of balken, tegenwoordig ook van kunststof, gebruikt die verticaal of vaker horizontaal langszij worden gehangen. Wrijfhouten worden ook wel aangebracht langs kaden en sluismuren, meestal op een dusdanige wijze dat ze met de waterspiegel kunnen zakken of rijzen. Ze heten dan scheerhout.
Wulf De achterzijde van het schip. Met een "rechte wulf" werd het hakkebord bedoeld met daaronder e.v.t een "kromme wulf". De begrenzing/reling van de galderij werd ook wulf genoemd. Witsen noemt dat een tweede krom-wulf.

 

Heel graag op- of aanmerkingen.

Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming.

Mocht je ondanks alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.

verantwoording