Victualielijsten uit 1697, 1775 en rond 1950.
Andere schrijfwijzen voor victualiën (lijftocht, leeftocht): "victalie", "victuaille", "vivres" en het scheepsvolk sprak over "voeraezie".
Voor oorlogsschepen was dit geregeld in een artikelbrief van de Staten-Generaal van 16 juni 1645

 


 

1697
Lijste van Leeftogt ten behoeven van 100 Koppen voor een jaar.
Uit "De Nederlandsche Scheepsbouwkonst Opengestelt" pag. 286 [Cornelis van Yk, 1697].
 
16
11
13
4
6
9
4
1
7
80
4
150
8
6
8
10816
100
50
25
4
2704
330
12
½
75 ½
50
vaten Vleis.
vaten Speck.
aemen Spaense wijn.
aemen Franse wijn.
aemen Brandewijn.
oxhoofden Azijn.
aemen Oly.
quarteel traen.
tonnen Sout (2 tonnen fijn zout, 5 tonnen grof zout, yder 1½ zak)
tonnen klein (dun) Bier.
tonnen goet Bier.
tonnen Water (om Kaap de Goede hoop te halen was ca 35.000 liter drinkwater nodig)*
paar Hammen.
paar stucken gerookt Vleis.
paar gerookte Tongen.
pond hart Broot.
zacken Gort.
zacken witte en 25 zacken grauwe Erreten.
zacken Boonen, die in stee van Erreten, altemet geschaft werden.
vaten Boter.
pond Stockvis.
pond Zoetemelks-kaas.
pond Koeye-kaas.
zak Mostert-zaat.
pond was-karssen.
pond smeer-karssen.
Yder Man heeft op de reis nodig een Vaatjen Brande-wijn, of eenig ander sterk Nat: 't geen elk op zijn byzondere kosten verzorgt, na welgevallen.

*) Drinkwater werd bij voorkeur op Texel ingenomen. Bij de Hoge Berg, achter Oudeschild waren de Wezenputten, waar het drinkwater werd opgepompt. Door de goede kwaliteit en het hoge ijzergehalte was dit water lang houdbaar [Anton Wegman SdZ 7 '14].

 

Algemeine Lijste, vande Lijftogt op een Schip, voor 100 Koppen ter Maand.
2250
40
450
5
400
4




½
½
35
4
pond hart Broot, tot 5 pont yder hooft ter week.
zacken weeck Broode.
pond kaes, is 1 pond voor yder hooft ter week.
tonden Vleesch, is 1½ pond yder Man daags: en twee dagen 's weecks.
pond Stockvis, daar men haring voert, anders moet men hebben 700 pont.
tonnen Haring.
ton Booter.
smalton Gort.
smalton witte of groene Erreten.
smalton bonen, of grauwe Erreten.
smalton wit Zout.
oxhooft Azijn.
tonnen Bier 's winters, 42 's Somers
vadem Branthout, 3 's Somers.
Voor de Cajuyt.
¼
4
2
1
¼
2
2
3
1

oxhoofd Fransche wyn ter maand.
stopen Spaense wijn ter maand.
stoop Brandewijn ter maand.
Ham, en zomers een stuk gerookt vleesch daar by.
Hollantze bover (boter?) voor 4 Maanden.
pont Zuyker ter maend.
tonnen witte Beschuyt voor de reys.
stoop Oly voor de reys.
Kruyd-doos gestoffeert.
Comijn en groene Kaes na behooren.
water tot genoogte.
Mostert saet na behooren.

Cornelis van Yk geeft als bron voor deze "Voorraads-Lyste": Sijn Ed.de Heer Nicolaas Witsen's boek pag. 280.

 

Toelichting op de toenmalige (Amsterdamse) inhoudsmaten en andere benamingen.
Vat (nat) 100 kan, 1000 maatjes = 100 liter.
Vat wijn of toelast 4 aem = ca 620 liter.
Vat (droog) 111,2 kg = 1/27 last
Okshoofd 232,75 liter = 1½ aem = één kwarteel, de inhoud van een drinkwaterton.
Aem of aam 4 ankers = 8 steekkannen = 24 viertels = 64 stopen = 128 mengels = 256 pinten = 1024 mutsjes = ca 155 liter.
Stoop 2 kan = 2,425 liter.
Pont pond (halve kilo), althans 494,09 gram.
Ton (nat) 157,2 liter.
Ton (droog) 300 kg.
Ton (beschuyt) 5 kg.
Sack 83,4 kg = 3 schepels
Smalton (nat) 117,7 liter
Smalton (droog) 250 kg.
Grofton of dubbelton Tweemaal de inhoud van een smalton.
Quartel (kwarteel) 232,75 liter = één okshoofd, mogelijk ook als "kwart el" of varrel, een maat voor vijftig haringen.
Quintaal 100 pond (centenaar), vanaf de 19e eeuw 100 kg.
Hart Broot Hardbrood = scheepsbeschuit.

Er waren in de 17e eeuw geen standaard maten en gewichten.
Ze waren sterk streekgebonden en afhankelijk van vervoerde waren. De vergelijking met liters en kilogrammen is alleen om een indruk te krijgen. Een last zout wordt anders omschreven dan een last graan. De maat van een vat b.v. verschilde sterk bij wijn, bier, olie of boter. Bederfelijke waar zat in kleine vaten (bommekijn = vaatje), houdbaar spul in grotere. Rotterdam week in alles een beetje af van Amsterdam. Holland week weer sterk af van Indië (Batavia). Het is vergelijken van appels met peren...


 

1775
"Scheeps-Portie"

"Zoo noemen de Zeevaarenden het geene dat dagelyks aan iemant aan kost en drank gegeeven wordt. Zy wordt in geval van noodzaakelykheid, aan het arme Scheepsvolk bekrompen genoeg toegediend, niet tegenstaande de Compagnie, door eene schriftelyke Ordonnantie, op alles goede orde stelt, ten einde het een en het ander zyn eisch hebbe en alles behoorlyk toega. Ieder gemeen Bootsgezel heeft weekelyks vierdehalf pond tweebak; op Zondag en Donderdag 1 pond gezouten Vleesch, Dinsdag drie vierendeel pond gerookt spek; ieder dag 's morgens zeven en zeven (genaamd baksvolk om dat ze met hun zevenen uit één bak of schotel eeten) een diepe houten schotel met Gort, en een Lepel vol Boter daarover; des middags en 's avonds een gelyke portie dun gekookte Erwten, en in de drie Vleeschdagen graauwe Erwten. Ieder krygt 's morgens een zesdedeel van een Quart Brandewyn, maar in de drie Vleeschdagen, in plaats van Brandewyn, een agste deel van een Quart Spaanschen wyn. Voorts krygt een Baksvolk saamen weekelyks 8 pond Boter. Doch de boter duurt naauwelyks twee maanden. Naderhand wordt in de plaats van Boter weekelyks anderhalf Quart Boomolie en twee Quart Azyn gegeeven. Elk ontvangt dagelyks een kanne Bier, doch dit duurt ook naauwelyks een maand, wanneer aan ieder dagelyks een kan water gegeeven wordt. Op de gantsche Reis ontvangt elk 4 Kaasen, weegende elk omtrent 6 pond. Zoo lang de Scheepen op de Reede liggen, wordt dagelyks Stokvisch geschaft, en somwylen versch Vleesch met groente, waarvan een ieder zyn bekomst eet".

Quart: Zoo wordt op sommige plaatsen eene maat van vloeibaare dingen genaamd, zynde omtrent zoo groot als een kleine kan. Vier Quart maaken een stoop van welke 16, en op sommige plaatsen 20 een Emmer maaken.

Uit het Nieuw en Volkomen Woordenboek van Konsten en Weetenschappen [Egbert Buys 1775]


 

Rond 1950
Rantsoenen voor de koopvaardij tot in de zestiger jaren van de 20e eeuw per man per week.


Met dank aan Jan de Jong, member van het Kroonvaardersforum.

 

 

Voorraden voor een reis van 50 dagen op het passagiersschip Willem Ruys dat vanaf 1947 met max. 785 passagiers op Indie pendelde. Het emigrantenschip kende zoals toen gebruikelijk drie klassen. De verdeling was: 1e klasse 334 passagiers, 2e klasse 320 passagiers, 3e klasse 131 passagiers.

20 ton uitgebeend vlees in alle soorten.
Ook wild en gevogelte, zoals soep- en braadkippen, piepkuikens, wilde en tamme duiven, poulardes, patrijzen, fazanten, sneeuwhoenders, korhoenders, wilde eenden, talingen, hazen en konijnen, kalkoenen, reebout e.d.
Verder vele soorten vis, ook rolmops. Nauwelijks was de eerste nieuwe haring aangevoerd of waren de eerste kievitseieren gevonden, waren de eerste asperges, aardbeien, kersen of bessen op de veiling, de Willem Ruys kreeg ze met spoed aan boord.
70 tot 80.000 kg aardappelen en alle soorten, groente en fruit.
En verder:
800 kiloblikken tomatenpuree.
10.000 blikken compote.
2.000 kg jam en enkele honderden kilo's honing.
70.000 eieren.
9.000 kg boter en vetten.
1.500 kg peulvruchten
8.000 kg rijst.
50.000 theebuiltjes.
2.000 kg koffie.
8.000 kg suiker.
380 balen tarwemeel van 50kg.
2.500 kg kaas (binnen- en buitenlandse).
25.000 blikjes melk.
1.500 kg melkpoeder.
Drank in 175 verschillende soorten:
40.000 flesjes bier.
18.000 liter bier op fust.
50.000 flesjes limonade, mineraalwater etc.
2.600 liter jenever.
5.000 flessen wijn, likeur, buitenlands gedestilleerd etc.
1,5 miljoen sigaretten.
14.000 sigaren.
grote hoeveelheden pijptabak en shag.
baby- en kindervoeding in een volledige sortering.

Bron: "Drank en deining", PB Book Productions.