|
|
|
|
| Hagenaar |
| Hak | De onderzijde van het schroefraam, ook wel stevenzool, waarop het roer steunt en de roerkoning in/op een taats draait. Oorspronkelijk de achterwaartse verlenging van een roerblad onder de waterlijn, zodat zonder schroefwater toch gemanoeuvreerd kon worden. |
| Halamiet | Ook wel Halamid. Een bij de drogist en watersportwinkel verkrijgbaar ontsmettingsmiddel voor de drinkwatertank. Het dient toegepast te worden in een verhouding van 5 gram per liter water. Tenminste 24 uur laten staan. Goed naspoelen. Wil je daarnaast bij twijfel ook het drinkwater zelf desinfecteren (m.i. in Nederland bij regelmatig verversen niet nodig) gebruik dan een verhouding van 4 gram op 100 liter water. |
| Halen | Het binnenhalen van visnet of het hieuwen van tros of ankerketting. Zie ook de uitdrukking op 't zeetje. |
| Halftij | Zie getijwater. |
| Halfwinder | Zeer grote bolgesneden (extra) fok. Wordt met matige wind op ruime en halfwindse koersen gebruikt. Zie fok. |
| Hals | De ronde ring, kous of lus aan een touweind, maar ook het touw dat de onderloefpunt van een zeil neerhoudt. Zie schoot. |
| Halve wind | Zie zeilstanden. |
| Handen | De gepunte bladen van een anker worden handen of vloeien genoemd. Zie aldaar. |
| Handleiding | Kijk voor handleidingen en/of werkplaatsboeken van populaire scheepsmotoren op de de motorensite van Piet Bos.. |
| Handlood | Handlood, schietlood of dieplood. Een uitstekend gereedschap om de waterdiepte te meten als je niet in het bezit bent van een dieptemeter. Bevestig een zwaar voorwerp (1-2 kilo) aan een stevige dunne lijn. Markeer de lijn op vaste door jezelf te bepalen afstanden en klaar is het handlood. Als je gaat loden, men noemde het peilen of zygeren, vergeet dan niet het uiteinde van de lijn vast te zetten. Een "echt" handlood is peervormig met onderin een gaatje, de ziel. Daar werd een kloddertje vet in gedaan waar bij ophalen wat grond aan bleef plakken, zodat men de bodemsoort kon bepalen. De vissers hadden zo'n goede kennis van de Noordzee dat zij daaruit konden opmaken, waar zij zich bevonden. Zie het gedichtje: plaatsbepaling op zee. Het loden werd ook wel gedaan met een slaggaard of plechtgaard, een stok met decimeterverdeling in verschillende kleuren, die tijdens varen rond gezwaaid werd en steeds weer tot de bodem in het water werd gestoken. |
| Hanepoot | Een touw of ketting met een splitsing in twee of meer poten. Moet tegenwoordig natuurlijk als haneNpoot geschreven worden. Een hanepoot wordt b.v. gebruikt als spruitstuk voor de ophanging van een gaffel, of vroeger als bevestiging van een logplankje. Zie ook dodemansoog. |
| Hanze |
Eigenlijk betekende hanze
"coöperatie van vakbroeders", een gilde dus. Bekender echter is het
samenwerkingsverband van individuele kooplieden die op vergelijkbaar gebied handel
dreven en daarbij in verschillende havensteden als agent of verscheper voor elkaar konden
optreden. Van de vele hanzen die er waren kwam er één tot zeer grote bloei, namelijk de Noordduitse
Hanze, die in de 12de eeuw in het machtige Lübeck ontstond. Deze Hanze groeide uit
tot een internationaal verbond van steden die voor elkaars handelsbelangen opkwamen en
zelfs niet schroomden die te vuur en te zwaard te verdedigen. Daarmee demonstreerden de
rijke kooplieden dat zij gaandeweg het monopolie van oorlog en geweld aan de ridderstand
ontfutselden. Ook Nederlandse kooplieden sloten zich aan bij de Duitse Hanze en legden daarmee de basis van wat zou uitgroeien tot de "moederhandel" van de 17de-eeuwse welvaart: de Oostzeehandel. Steden als Groningen, Harderwijk, Deventer en Zwolle dankten voor een belangrijk deel hun handel aan de Hanze. Kampen, dat omstreeks 1300 Utrechts centrale plaats als schakel tussen de rivier- en zeehandel had overgenomen, bevond zich evenals Stavoren in de comfortabele positie dat het naar eigen goeddunken met de Hanze kon mee doen; het verbond had Kampen harder nodig dan andersom. Een sleutelrol in de Hanze-handel speelde het Zweedse eiland Schonen, dat zijn welvaart dankte aan de vruchtbare haringvisserij. Schippers uit de Nederlanden werden geacht van de stapelmarkt van Schonen hun handel te betrekken, de Hanze-leden konden belangrijke Baltische waren als graan en hout direct ophalen in de grote Hanze-steden als Lübeck. Ondanks het samenwerkingsverband werd in de aangesloten steden toch pondgeld (belasting) geheven van binnenkomende schepen. Verwant: koggeschip. |
| Hardloper | Oorspronkelijk een snelzeiler, maar in de moderne betekenis een snel varende riviervrachtboot. In het bijzonder werd de Franse motor bedoeld. Het voor die tijd lange motorschip voer in de vijftiger/zestiger jaren op Duitsland en had een kenmerkend geluid. De 480pk Enterprise motor gaf in een bepaalde cadans brrm, brrm, brrm. Als kind spelend aan de strandjes van de Merwede was het feest als een hardloper voorbij kwam. De schepen veroorzaakten massieve golven. Je waande je heel even aan zee... |
| Harense punt |
| Haring
|
Als liefhebber van
haring in al zijn bereidingsvormen, dus ook vers gebakken (panharing) of heet gerookt (gestoomd) als
bokking, bokkum, strobokking, goudharing of Harderwijker, licht gerookt als bakbokking, of
koudgerookt als kipper, harde Engelse- of spekbokking en oh ja, ook ingelegd
of ingeblikt, dit lange en
- ja, ik weet het - behoorlijk gekleurde mopperstukje over het gebrek aan vakkennis bij de
verkoop van Hollandse Nieuwe of maatjesharing. Vóór 1857 mocht de haringvangst pas op 24 juni
beginnen omdat men oordeelde dat dan pas een goede kwaliteit geleverd kon worden.
Tegenwoordig begint men veel eerder, maar de lekkerste haring is nog steeds de Koninginneharing
van tweede helft juni, drie jaar oud en nog net niet geslachtsrijp. Dat is eigenlijk de
enige echte Hollandse Nieuwe. Het vetgehalte is dan het hoogst (minimaal 16%),
want daarna, tegen paaitijd, stopt de haring met eten en gebruikt de reservestoffen voor
de voortplanting. Tweejarige haring wordt halve haring of sprot genoemd. Vroeger werd aan boord gekaakt. De onderkaak (vandaar de
naam kaken, hoewel de tonnen ook kaken werden genoemd), kieuwen, maag, galblaas,
lever ('t gelletje) en het voorste deel van de darm en darminhoud (meet) worden
met één draaiende beweging van het kaakmesje verwijderd. De
"portieraanhangselen" mogen niet verwijderd worden, maar moeten met een dun
vliesje aan het vislichaam verbonden blijven. Bij het kaken zonder handschoenen stroomde
de bijtende meet bij de kakers over de "vasthoudhand" (meestal links) en kon bij
niet geharde handen vervelende huidonstekingen veroorzaken. Ze probeerden zich te wapenen
met kamferspiritus en talkpoeder. Zuiderzeeharing was kleiner van stuk en niet geschikt om te kaken, maar
leende zich weer prima voor de verwerking tot panharing of bokking door hem
te roken. De vis werd vers aangevoerd om aan land schoongemaakt te worden.
Daar werd de haring gegromd, d.w.z. schoongemaakt, gepekeld en met schoon water afgespoeld, waarna
ze aan houten speten werden geregen voor de rokerij. De ruimte waarin dit
gebeurde noemde men aan de Westwal de gromloods. De Hollandse haringvleetvisserij
bestaat niet meer. Dat ging als volgt: In de voornacht ging de haring
van de zeebodem naar iets hogere waterlagen om te foerageren, dat wil zeggen
plankton te eten. In de hogere waterlaag aangekomen zwom de haring met zijn
kop in het net en bleef met zijn kieuwen achter de mazen hangen. In de
nanacht gingen de vissers de vleet inhalen. Omdat het ondoenlijk was om de
netten uit de diepte van de zee te halen met alleen maar mankracht maakte
men gebruik van de reep. De reep was een dik touw dat zich of aan de
bovenkant
(bij een zinkvleet) of aan de onderkant (bij een drijfvleet) van het net
bevond en eraan was bevestigd met een 'seizing' (touw) van enkele meters
lang. Ook zijn er producenten, die de haring tijdens
verwerking meerdere malen bevriezen en ontdooien. Een doodsteek voor smaak en stevigheid.
Een supermarktharinkje waarvan de twee helften aan elkaar plakken heeft vrijwel zeker zo'n
behandeling ondergaan en smaakt (als je geluk hebt) naar niets. De "te gebruiken
tot" datum is onzin. Probeer maar eens een harinkje vlak voor die datum. Bacterieel
zal het allemaal wel kloppen, maar bij opening van de verpakking kan je beter een knijper
op je neus zetten en de smaakpapillen op nul zetten.
Te veel "visdetaillisten" presenteren een
maatje waaraan al het fijne, zilte en romige is verdwenen. Niet zelden wordt histamine aangetroffen,
gewoon bedorven vis, hoewel dit natuurlijk door het Productschap Vis met klem tegengesproken wordt. Eerdergenoemd
keurmeester Martin Gouda van het Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek RIVO zegt: "Het
gebrek aan vakkennis op dit punt is in de visbranche ronduit verbijsterend". De
fastfoodconsument maakt het allemaal geen pest uit, hij weet niet beter en eet de met veel
uien overdekte bagger toch wel. "Veel consumenten zijn net meeuwen, ze eten
alles". Een ingezonden brief spreekt wat dat betreft boekdelen: "Haring is
een natuurproduct, dus je hebt harde en zachte". Driewerf neen... Het is de
"visdetaillist" die de voor een paar eurocent geveilde haring te lang en te warm
laat liggen en dan als "zachte" voor 2.50 euro verkoopt. Een goede tip van de keurmeesters: koop nooit voor
11.00u een haring die niet terplekke wordt schoongemaakt. De kans is groot dat je een
overgebleven exemplaar van de vorige dag in de maag gesplitst krijgt. Ga het liefst
naar een zaak met grote omzet, zodat je er
van uit kan gaan dat het emmertjes niet al dagen ontdooid klaar staat, want dan helpt de
kreet "vers van het mes" ook niet meer. Helaas blijft de
aankoop van een goed harinkje een gok. Je moet een vakman treffen die niet alleen correct
ontdooit en goed schoonmaakt, maar ook deskundig inkoopt. De haring moet op
het juiste tijdstip gevangen zijn. De haring moet niet van het grote
Noordelijke type zijn en moet bovendien goed gekaakt zijn. De AD-haringtest van 2011 leverde
een
trotse Haagse winnaar op die twee jaar daarvoor nog een nul kreeg. Hij
besloot onmiddellijk van leverancier te veranderen en had twee jaar later
dit resultaat. Toch raar. Zou hij zijn handel
daarvoor nooit geproefd hebben? |
| Haringboot |
| Harpuis | Wat een heerlijk ouderwets woord, waarschijnlijk afgeleid van het Oudfranse harpois. Harpuis is gebaseerd op gele of vaalwitte hars, door Cornelis va Yk omschreven als "een vogt of gum dat in Vrankrijk uit Pijnbomen vloeit en in schijven welkers gewigt gemeenlijk tusschen de 120 en 180 ponden is, aan ons word toegezonden". Schippers maakten het zelf door een pond hars in een liter kokende lijnolie op te lossen. Voor kleur en glans werd zwavel (solpher) toegevoegd, alsmede vet om het bros verharden tegen te gaan. Sommige publicaties spreken van alleen gekookte hars met zwavel of terpentijn, maar ook van hars, zwavel en kalk. Vroeger tijdens de botteelt moesten de schepen om de 4 à 5 weken hellingen om het aangegroeide onderwaterschip te ontdoen van doorns. Na het afschrapen werd het onderwaterschip met riet afgebrand (geblaakt) en met de loet (spaanse bezem) geschrobt, om tot slot in de teer of een mengsel van pek en talk tegen paalworm gezet te worden. Het bovenwaterschip (dooddeel) werd in de harpuis gezet, een werkje dat wel pajen (paaien) genoemd werd. De stichting botterbehoud werkt nog steeds met harpuis. Niet te verwarren met harpluis dat breeuwtouw is. |
| Haspel | Andere benaming voor stuurrad of stuurwiel. |
| Havengeld | In
vrijwel elke plaats in Nederland moet havengeld betaald worden om aan kade
of steiger te overnachten. Dat is vanwege de voorzieningen niet onredelijk.
Na 16.00u komt de havenmeester om
het overnachtinggeld te innen. Jammer dat veel gemeenten per persoon ook nog
toeristenbelasting in rekening brengen, terwijl het bezoek de plaatselijke
middenstand en horeca juist ten goede komt. Maar het kan erger. Op Urk en naar mijn weten ook in Volendam (mogelijk ook andere plaatsen) moeten passanten zelfs voor dagbezoek van een paar uur betalen. Een Urk-bezoeker die dit overkwam vertelde dat op de nota bovendien toeristenbelasting in rekening was gebracht. En ik maar denken dat dit melkkoetje alleen voor overnachtingen ingezet mocht worden. |
| Hek | Achterzijde van het schip boven de achtersteven. In oorspronkelijke betekenis de achterste afsluiting van de romp door een schot dat aan de bovenzijde vaak was afgewerkt met een kunstig in verschillende vorm uitgehakt hekbord of hakkebord, waaraan men bevriende schepen al van verre herkende. |
| Hekboot |
| Hekgolf | De hekgolf is een
golf, die een varend schip bij het achterschip (hek) opwekt. Bij het voorschip wordt het
water als boeggolf opgestuwd en zal zich grotendeels naar achteren een uitweg langs het
schip zoeken om de groef, die het schip als het ware in het water maakt, op te vullen. De
opstuwing bij de boeg brengt snelheidsvermindering van het water ten opzichte van de romp
en drukverhoging met zich mede (wet van Bernoulli). Het naar achter stromende water
veroorzaakt langs het schip snelheidsvermeerdering ten opzichte van de romp en
drukverlaging aldaar. Zodra de scheepsvorm bij het achterschip scherper wordt, wordt de
ruimte voor het toestromende water groter. Dit gaat gepaard met snelheidsvermindering en
drukverhoging. Door de drukverhoging gaat de waterspiegel omhoog en ontstaat de hekgolf.
Bij stormachtig weer op groot water kan de hekgolf gevaarlijk worden wanneer hij samenvalt
met achteroplopende golven. Dit kan worden voorkomen door vaart te minderen of (bij snelle
vaartuigen) de snelheid zo te regelen dat men op de golftop blijft varen. De hekgolf wordt
wat steilheid en hoogte betreft zeer beïnvloed door de diepte van het vaarwater. Er is
een bepaalde verhouding tussen de optimale snelheid en de waterdiepte [ME]. Iedere pleziervaarder weet dat te hard varen in
ondiep water het schip naar beneden zuigt en een hekgolf veroorzaakt die het schip inhaalt
en praktisch onbestuurbaar maakt. Verwant: oplopen, squat. |
| Hekschroef | Hier wordt geen hekdrive of schottel bedoeld. Een hekschroef is uitgevoerd als een boegschroef, maar dan gemonteerd onder, of achter het achterschip. Mijn stelling is dat elk motorschip (pleziervaart) een hekschroef heeft, n.l. de voortstuwing. Het is echt te dol voor woorden dat daarnaast een aparte schroef wordt geplaatst voor zijdelingse stuwkracht. Alsof je bij maximale roeruitslag geen zijdelingse stuwkracht hebt. Toegegeven: het manoeuvreren met boeg- en hekschroef is een fluitje van een cent, maar of je daarmee begrijpt hoe een vaartuig zich gedraagt is een ander verhaal... |
| Hellingen |
Als werkwoord: de boot op de wal of in het water brengen. Langsscheeps- en dwarsscheepshellingen. Langshellingen werden toegepast voor korte schepen en aan water waarvan het peil nagenoeg constant was, dwarshellingen voor lange schepen en aan water waarvan de waterstand veranderlijk was, zoals rivieren en getijdewater. Het was bekend dat geklonken schepen van meer dan vierhonderd ton na een keer of drie "dokken" op een langshelling uit hun verband getrokken waren. Nieuwbouw van grote schepen gebeurde echter wel op langshellingen, waarbij het de gewoonte was om houten schepen over de voorsteven te water te laten. Petrejus schrijft in "Nederlandse zeilschepen in de 19e eeuw" dat men hiertoe overging vanwege de ondiepte van het water bij de meeste Nederlandse werven. Het voorschip was meestal voller dan het achterschip en dreef dus eerder op. Tegenwoordig worden voor de pleziervaart meest hefkranen gebruikt. Langshellingen bestaan eigenlijk alleen nog als trailerhelling. Zie ook Trailerhellingen in Nederland per plaats of vaarweg. |
| Helmstok | De stok of hendel die aan het roer is bevestigd om ermee te kunnen sturen. Steekt door of over de roerkoning, waarvan de kop klik of helm wordt genoemd. In het Engels heet een roerganger dan ook helmsman. Als de helmstok fraai bewerkt en gevormd is zoals bijvoorbeeld bij een tjalk, spreekt men van helmhout en als het helmhout fors en zwaar is uitgevoerd wordt het dwarsscheeps ondersteund door een hennebalk of luiwagen. Verwant: kolderstok. |
| Hemel boender |
Versiering boven scheerhout en wimpel bij vissersschepen van de Zuiderzee. Het scheerhout is het draaibare gedeelte op de mast waaraan de wimpel bevestigd wordt. Daarboven kon een hemelboender of mastwortel geplaatst worden om de mast te beschermen tegen inwateren. De hemelboender op Zuiderzeeschepen bestond uit één of twee houten bolletjes met daarop een naald met ook tot een bolletje ineengedraaide zwarte sajet. Op andere binnenvaarders, jachten en vissersschepen kwamen mastwortels in een grote variëteit voor, meestal kunstig versierd en in geledingen uit één lengte gesneden. Sommige krom, andere recht [Zeeland: trommelstok]. Scheerhout, wimpel [vleugel, indien gespleten] en mastwortel samen noemde men een tuigje. |
| Hengst |
| Hennegatskoker | De waterdichte koker voor doorvoer van de roerkoning. Meestal vetgesmeerd. Een hennegat op zich, is de opening in de hekverschansing van b.v. een hektjalk waar doorheen het helmhout steekt. De breedte van het hennegat bepaalt dan de roeruitslag. Het hennegat werd vaak met een hoefijzervormig plaatje of lederen slab, later ook wel van rubber, zoveel mogelijk afgedekt tegen binnenkomend water. Dat heette een schaamplaat of schaamlap. |
| erft | Zie tabernakel. |
| Herna |
| Heude |
| Heve |
|
| Heijnst |
| HIN-code |
|
| Hobbelschuit |
| Hoeker | Oud type zeevaarder, maar ook een vissersschip. |
| Hoge(r)wal | De kant van het vaarwater waar de wind vandaan komt. Ook wel als: opperwal. |
| Hollandse boot |
| Hollandse Nieuwe | Hollandse Nieuwe, een kwaliteitsharinkje dat in de periode juni - augustus is gevangen. Kwaliteit is helaas niet altijd van toepassing. Zie haring. |
Homokineet![]() |
Een homokinetische koppeling is bedoeld om de hoek tussen schroefas en flexibel opgestelde voortstuwing (motor en keerkoppeling) te overbruggen. Door de uitgekiende constructie zal weinig lawaai en trilling optreden. Als voortstuwing en schroefas echter in lijn staan kan je beter geen homokineet toepassen omdat door het steeds in dezelfde baan draaien snelle slijtage aan de kogels zal ontstaan. Verder kan een homokinetische verbinding geen axiale kracht verwerken, zodat tevens een stuwdruklager moet worden toegepast dat overigens door de meeste fabrikanten al is ingebouwd. Indien bij een rechtlijnige opstelling i.v.m. trillingslawaai toch een homokineet wordt overwogen dient de motoropstelling dus bewust "uit lijn" gehaald te worden. Kijk voor zo'n opstelling bij motorsteun. Een ingezonden brief naar "Technisch advies" van het maandblad Motorboot van oktober 2007 vertelt over een nieuw schip dat na 300 vaaruren al aan de 4e homokineet toe was. Het maandblad ging m.i. terecht uit van een montagefout, maar gaf een voor leken moeilijk te begrijpen antwoord: "Zo is er bijvoorbeeld een minimale te overbruggen hoek (het smerend zetten) en ook een maximale, waarbij beide gewrichten een gelijk deel moeten overbruggen. (Als u op de beide flenzen van de homokineet een rij houdt, moet het snijpunt precies halverwege het tussenasje liggen.) Verder moet er een bepaalde horizontale ruimte zijn op het tussenasje, zodat er nooit stuwdruk op de kogelgewrichten van de homokineten kan komen". De technisch adviseur bedoelt dus dat een homokineet geen rechtlijnige opstelling verdraagt en voldoende ruimte tussen keerkoppeling en schroefas moet hebben. |
| Hondekooi | Hondekooi was de aanduiding van de slaapplaats (kooi) aan boord van zeiljachten in het achterste verhoogde deel van de kajuit, dat zelf hondehok heette. De kooi ligt zodanig dat het voeteneind onder het gangboord of de kuipbank doorloopt. |
| Hondsvot | Zie blok. |
| Hoogaars |
| Hoogte schaal |
Geel/zwarte peilschaal bij bruggen, die niet de waterstand maar de brughoogte t.o.v. het waterpeil aangeeft. Blauw/witte peilschalen geven de waterstand t.o.v. NAP aan, het zogenaamde KP (kanaalpeil). Als zo'n peilschaal een afwijking geeft t.o.v. de waterkaart zal je voor de doorvaarthoogte van bruggen een rekensommetje moeten maken. Zie kanaalpeil. |
| Hout | Klik voor wetenswaardigheden van hout als grondstof in de vroegere scheepsbouw. Hieronder een opsomming van de meest gebruikte houtsoorten in jachtbouw en restauratie:
|
| Hulk |
| Hulp bij afmeren | Herkenbaar... Je komt
aanvaren bij een druk bezochte ligplaats en ziet dat uit de daar liggende schepen
enthousiaste watersporters naar buiten springen om een handje te helpen, of en dat is veel
erger, een willekeurige wandelaar schiet te hulp om een lijntje op te vangen. Het lijkt
een ideale situatie, maar niets is minder waar. De goedbedoelde hulp loopt meestal uit op
een trekwedstrijd waardoor de schipper (van een klein schip) zijn controle volledig
verliest. Als je hulp biedt bij afmeren doe het dan op de juiste manier. Vang het
(hopelijk goed toegeworpen) lijntje en houdt het alleen maar vast. Dit heet
"waarnemen". Laat de schipper het afmeerwerk doen en vaam
de lijn rustig zonder spanning in totdat het schip voor de wal ligt en maak dan
provisorisch vast. De schipper maakt dit zelf wel af en zal je dankbaar zijn. Slechts als
de afmeermanoeuvre fout gaat en het liefst pas nadat de schipper dit aangeeft kan
getrokken worden. In Waterkampioen nr 7 van 2000 beklaagde een huurschipper zich erover
dat zijn aangeboden hulp door "ervaren" schippers soms werd afgewezen. Hier dus
het waarom... Verwant: afmeren |
| Hulploon | Watersporters helpen elkaar zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Bij een sleepje naar de dichtstbijzijnde haven zal de onfortuinlijke schipper zijn hulpverlener meestal wel een aardigheidje aanbieden, flesje drank o.i.d., maar dit hoeft niet! Het Wetboek van Koophandel (art. 785) zegt hierover: "Hulpeloosheid van het geassisteerde vaartuig geeft assisterenden geen recht op hulploon". Hulploon is pas verschuldigd wanneer het geholpen schip en opvarenden in gevaar hebben verkeerd: "De schipper is verplicht andere schepen die in gevaar zijn hulp te bieden, behalve als zijn eigen schip daardoor in gevaar komt". Hulploon is uiteraard ook verschuldigd wanneer hulp van een commerciële sleepdienst werd ingeroepen. |
| Hydraulische besturing | Zie dubbele besturing en ontluchten hydraulische besturing. |
| Hydrofoil | De benaming van een draagvelugelboot. De boot verheft zich op foils (draagvleugels) uit het water. Maar ook de benaming voor een driehoekige stabilistieplaat die op de cavitatieplaat van een buitenboordmotor of hekdrive wordt gemonteerd. Als de boot snelheid ontwikkeld zal onder de hydrofoil (net als bij een vliegtuigvleugel) druk worden opgebouwd waardoor de achterzijde van de boot omhoog wordt geduwd en de boeg dus naar beneden. Bij lagere snelheden zal de boot vlakker in het water liggen waardoor minder hekgolven ontstaan en in het geval van een speedboot sneller in planee komen, waarbij het niet meer nodig is om gewicht naar voren te verplaatsen. |
| Hydrofoor | Een systeem waarbij drinkwater aan boord met een min of meer constante druk uit de kraan komt. De waterpomp vult een expansievat met water. De in het vat aanwezige lucht wordt samengeperst tot een bepaalde druk waardoor de pomp afslaat. Bij het openen van de kraan perst de luchtdruk het water naar buiten. Zodra de druk beneden een bepaalde waarde komt slaat de pomp automatisch aan en het vat wordt weer aangevuld, de druk weer opgebouwd enz. |
| Heel graag op- of aanmerkingen. |
Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht
van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke
toestemming.
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.