|
|
|
Met overmatig roken wordt het constant roken bij
kruissnelheid bedoeld. Als na lange tijd langzaam varen het gas een keer helemaal open
gaat, mag best wat zwarte rook verschijnen, mits het na een poosje maar verdwijnt. Dit
wordt wel "schoonbranden" genoemd. |
| Onvolledige
verbranding in één of meerdere cilinders (roet en zwarte rook) |
Verstuivers vervuild, versleten of verkeerd afgesteld. Lucht in verstuiverleidingen. |
|
| Te lage compressie. | Kleptiming
of speling niet in orde. Klepveren gebroken. Koppakking lek. Zuigerveren versleten of vast. Cilinders versleten. |
| Verbranding van overmatig veel smeerolie (blauwe rook) |
Brandstofpomp versleten. Zuigerveren versleten. Cilinders versleten. Klepgeleiders versleten. Smeerolie te dun. Oliedruk te hoog. Oliepeil te hoog. |
Indien het roken samengaat gaat met kloppen kan dat ook wijzen op een in open stand geblokkeerde verstuiver. |
| Verglazing van cilinderwanden. | Nieuwe of
gereviseerde motor te voorzichtig (verkeerd) ingelopen. Motor te vaak langdurig onbelast laten draaien. Langdurig te weinig vermogen gevraagd (te zware motor voor de klus). |
| Condensatie
van waterdamp aanwezig in de uitlaatgassen (witte of grijze rook) |
Te lage motortemperatuur. Vocht in brandstoffilter. Sterk gekoelde uitlaatleiding. Lange uitlaatleiding. |