|
| Olie verversen | Zie "motor" bij winterklaar maken. |
| Oliekoeler | Het motorblok in de boot wordt niet zoals bij een auto mede gekoeld door rijwind langs de carterpan. Bij zwaardere motoren wordt dan ook gebruik gemaakt van een aparte oliekoeler die is opgenomen in het koelwatercircuit. Bij sommige keerkoppelingen dient de olie ook gekoeld te worden. Het koelsysteem van je boot kan dus uitgevoerd zijn zonder oliekoeler, met één oliekoeler voor motor of keerkoppeling, of met twee koelers voor motor én keerkoppeling. De werking berust op het principe van een warmtewisselaar (intercooler). |
| Omhoog | Omhoog lopen, varen of zitten, maar ook geboeid raken of zitten, verleken zijn, of voor een eeken zijn of zitten. Uitdrukkingen voor aan de grond lopen en aan de grond zitten. Met "omhoog varen" wordt ook wel stroomopwaarts varen (bergvaart) bedoeld. |
| Omrekenen | Kijk voor het omrekenen van de meest gebruikte nautische lengtematen bij schippers maatlat. Ook voor oude maten en gewichten. Verder een verwijzing naar de site van Lenntech voor conversie van veel (hedendaagse) maten, gewichten, volumes, etc. Klik hier voor omrekenen van pk naar kw of omgekeerd. |
| Omvormer | Met behulp van een omvormer kan je het 12/24 volt boordnet omzetten naar
230V wisselstroom. Het voordeel is dat je dan gebruik kan maken van gewone huishoudelijke
apparaten. Omvormers zijn uitgesproken duur in aanschaf en vragen een hoge ingangsstroom
(accucapaciteit), waarbij de geleverde wisselspanning nog niet voldoet aan hetgeen thuis
uit het stopcontact komt. Gevoelige apparatuur en elektromotoren zoals in een
compressorkoelkast willen het nogal eens af laten weten omdat de benodigde
wisselfrequentie exact op 50Hz met een zuivere sinusvorm moet liggen. Natuurlijk zijn er
omvormers die daaraan voldoen, maar denk dan aan een investering die het dubbele tot
vijfvoudige is van een eenvoudig niet gestabiliseerd exemplaar. N.B. Sommige leveranciers
spreken over een "gemodificeerde sinus" of "quasi sinus". Let op: dit
is geen zuivere sinus, dus geen zuivere koffie, want ze zijn ongeschikt voor een Senseo,
welke een echte sinus nodig heeft. Hetzelfde geldt voor sommige notebooks (laptops). Er
zijn zelfs apparaten die defect kunnen raken door een gemodificeerde omvormer. Denk
aan snelladers die accus voor diverse handige doe het zelf apparatuur in zeer korte
tijd vol laden en laders van invalidewagens, medische apparatuur en de meeste electrische
tandenborstels. Vertel bij twijfel aan je leverancier wat je wilt aansluiten, zodat hij kan adviseren welke graad van stabilisatie noodzakelijk is en/of download het e-book van VDP, een bedrijf dat betaalbare sinusomvormers levert. Dan het verbruiksrekensommetje. De accucapaciteit dient 20 % van het vermogen van de omvormer te bedragen. Dus een omvormer van 850 VA (Watt) - en dat is echt een kleintje - vraagt een accucapaciteit van 20 % x 850 = 170Ah., waarbij de omvormer stopt als de accuspanning onder de 10 Volt komt. De 850 Watt zal dus niet veel meer dan een uurtje geleverd worden bij een volle accu. Verder dien je er rekening mee te houden dat de aangesloten omvormer zonder verbruiksapparatuur toch stroom verbruikt en dat de stroomdraden van accu naar omvormer zeer dik moeten zijn. Vuistregel: opgenomen stroomsterkte in ampère gedeeld door drie is draaddoorsnede in mm. Verwant: acculader, aggregaat. |
| Onderhoud
|
|
| Onderkoeling | Onderkoeling van het menselijk lichaam is erg gevaarlijk en begint snel.
In water koelt het lichaam 20 keer sneller af dan in lucht. Gevaar voor onderkoeling
begint al bij langer verblijf in water met een temperatuur van minder dan 15°C. Normale
handelingen kunnen bij een lichaamstemperatuur van rond 35°C niet goed meer worden
verricht (rillen, klapperende tanden, trillende handen). Bij 29°C treed bewusteloosheid
in en bij ongeveer 27°C volgt de dood. Kijk voor een duidelijke uitleg van hypothermie op
de site van het ZID.
Je vindt er o.a. tabellen met overlevingstijden, temperatuureffecten, overlevingskansen en
zelfs een overlevingstijdformule. Maar kijk ook op de Vaar Veiligheidstips van V3ON, waar minder optimistische tijden worden gehanteerd. Verder
bracht de KNRM in oktober 2003 in de
serie Zeevast (preventie van
watersportongevallen) de folder "Gelukkig kan ik het nog navertellen..." uit.
Het is een wegwijzer m.b.t. het voorkomen en bestrijden van onderkoeling in de watersport. Onderkoeling in de natuur kan ook problemen opleveren. Het is de toestand dat een stof bij een temperatuur lager dan het stolpunt toch vloeibaar is, maar direct stolt bij een geringe wijziging van de situatie. Frank Jansen vertelde op de nieuwsgroep scheepspraet het volgende: "Gisteren kwam ik aan boord voor een controle want het had hier al enige nachten behoorlijk gevroren. Ik had de waterleiding nog niet afgetapt. Op tafel stond een bakje water ter controle. Dat zag er keurig vloeibaar uit hoewel de thermometer -1º aangaf. Na met een vinger in dat bakje te hebben geroerd was het plots een klomp ijs! Dat water dacht dus dat het nog vloeibaar was, maar in feite was het al ijs. Onderkoeld noemen ze dat. Wanneer ik op dat moment een waterkraan zou hebben geopend, zou de hele waterleiding in een klap in ijs veranderd zijn". Verwant: drenkeling, man over boord en reddingvest. |
| Onderlosser |
| Onder stoom | Uitdrukking uit het stoomtijdperk, maar nog steeds gebruikt voor motorschepen. Het schip is los van de wal of "anker op" en wordt mechanisch voortgedreven. |
| Onderwater toilet (m.i.v. 2009 niet meer toegestaan) |
Voor veel mensen onduidelijk. Wat is het verschil tussen een onder- en
bovenwatertoilet? De naam is een beetje misleidend. Zowel een onder- als bovenwatertoilet
lozen onder water. Een onderwatertoilet kan onder de waterlijn geplaatst worden (hoeft
niet). Zowel aanzuig van spoelwater als afvoer van potinhoud gaat m.b.v. een pomp (hand of
elektrisch). De fecaliën worden onherkenbaar weggewerkt en de afvoer kan e.v.t.
aangesloten worden op een vuilwatertank. Een bovenwatertoilet, meestal een zgn IJsselpotje, moet boven de waterlijn geplaatst worden omdat de afvoerbuis een open verbinding door het vlak heeft (niet geschikt voor zeilboten dus). Het spoelwater wordt weliswaar ook opgepompt, maar de potinhoud verdwijnt net als thuis door de zwaartekracht en spoelwater. De IJsselpotjes hebben bovendien een klep om de potafvoer (niet waterdicht) af te sluiten. Met een hendel doe je de klep open en weg is de drol, die daarna heel herkenbaar als "walstoter" boven komt drijven! Kan niet op een vuilwatertank. Zie ook winterklaar maken. Een onderwatertoilet kan onder de waterlijn evenwel toch problemen opleveren. Het rubber kleppen- c.q. afsluitsysteem verliest na enkele jaren zijn veerkracht en goede werking, met als gevolg een vollopende, of nog erger, overlopende wc-pot. Zeilers weten dat en zullen onderweg de afsluiters pas openen bij gebruik van het toilet. Maar.., zelfs bij stilliggen kunnen de leidingen gaan hevelen. Uit veiligheidsoverweging kunnen aan- en afvoerslang met een ruime bocht ruim boven de waterlijn gevoerd worden, met e.v.t. een beluchter die hevelen voorkomt. In het aanvoergedeelte tussen pomp en pot en niet tussen huiddoorvoer en pomp. Deze oplossing is echter pas "waterdicht" wannneer de bocht dusdanig ver boven de waterlijn komt, dat bij op- en afstappen van de boot de bocht toch niet onder de waterlijn komt. Zodra dit n.l. wel gebeurt zal de beluchter geen soelaas bieden, want de omhoog komende waterkolom sluit de beluchter juist af. Kortom; vergeet deze noodgrepen en zorg dat de afsluiters ook bij stilliggen altijd dicht staan en vervang regelmatig het - niet voor niets - los verkrijgbare kleppensetje. |
| Onder zeil | Uitdrukking voor een vaartuig dat varende is met gehesen zeilen zonder zijn machines te gebruiken. |
| Ongemanierd | Een ongemanierd schip is een schip met slechte vaareigenschappen. Bij een zeilschip b.v. een verkeerd geplaatste mast en/of kiel waardoor het schip loefgierig of lijgierig is. Een slechte zeiler werd ook wel loggat genoemd. Bij een motorjacht b.v. een voortstuwing met teveel vermogen waardoor continue bijgestuurd moet worden. Of in het algemeen een schip waarvan de symmetrie niet klopt. Een schip dat zich voorbeeldig gedraagt noemt men "gemanierd" of bij de vellen gemanierd. |
| Ontluchten hydraulische besturing | Een nieuw aangelegd hydraulisch besturingssysteem dient goed ontlucht te
worden om hinderlijke vering/onnauwkeurigheid van besturing te voorkomen. Bij dubbele
besturing zal bovendien bij warm weer door uitzetting van de lucht olielekkage door het
ontluchtingsgaatje in de vuldop van de hoogste stuurpot optreden. Ontluchten doe je met
twee personen. Eén bij de stuurstand (bij dubbele besturing de bovenste) en één bij de
ontluchtingsnippels van de stuurcilinder onder in het schip. Op het commando
"links" gaat de bovenste man naar links draaien en doet de onderste man het
rechter nippeltje open. (tenzij de cilinder achter de roerkoning "contra" is
gemonteerd) Hij draait de nippel dicht wanneer er alleen nog maar olie zonder gesputter
uitkomt en roept dan "stop". Voor alle zekerheid dient dit met tussenpozen een
paar keer herhaald te worden. Vervolgens is de rechterkant aan de beurt. Het kan geen
kwaad de volgende dag te controleren als het systeem is uitgezakt. Als dat allemaal achter
de rug is dient de bovenste pomp tot ongeveer 1cm onder de vuldop bijgevuld te worden. Forumlid RonaldL gebruikt een wellicht betere methode. Hij schrijft: "Plaats op de twee ontluchtingsnippels van de cilinder twee slangetjes. Plaats onder de cilinder een plastic bak. Doe olie in de bak. De uiteinden van de twee plastic slangetjes in de bak onder olieniveau. Door afwisselend links en rechtsom te draaien met het stuurwiel met al of niet gesloten of open ventieltjes kan je alle lucht uitblazen door het ene slangetje terwijl door het andere slangetje olie aangezogen wordt. Als je beide ventielen openzet en aan het stuurwiel draait, kan je zonder dat de zuiger beweegt het hele leidingsysteem "doorblazen" zonder dat er lucht ingezogen wordt". Wanneer er na ontluchten op de hoogste stuurstand toch nog overloop plaatsvindt is het systeem te hoog afgevuld. Remedie: wegdeppen en verder niets meer aan doen. Het stopt vanzelf als het niveau op peil komt. Slechts in uitzonderlijke gevallen, b.v. bij zeer lange leidingen zal een expansievaatje noodzakelijk zijn.Verwant: dubbele besturing, balansroer, roeruitslag en uit koers. |
| Ontmeren | Zie afvaren. |
| Onweer | Zie bliksem. |
| Oogsplits | Zie splitsen. |
| Oostindië vaarder |
| Opdraaien | Een term die eigenlijk afkomstig is uit de zeilvaart en betrekking had op
het wenden met vierkant tuig. In de binnenvaart was
"opdraaien" het 180° draaien van voorstroom naar tegenstroom. In de tijd dat er
nog geen radar bestond was dit afvarend op de rivier bij opkomende mist een hachelijke
onderneming, waarbij het voorgeschreven geluidssein werd gebruikt en bij antwoord soms
meerdere keren herhaald. Het geluidssein bestond uit een lange stoot, gevolgd door een
korte (over stuurboord) of twee korte (over bakboord). De manoeuvre was vooral voor de
slepen op de Rijn bepaald geen sinecure. De grote radersleepboten hadden de volle breedte
van de rivier nodig. Inmiddels is deze term in de moderne Rijnvaart bijna verdwenen. Bij
mist wordt gewoon doorgevaren en de duwcombinaties en grote motorschepen draaien niet meer
op, maar komen indien nodig "kop voor" ten anker door middel van zware
hekankers. Verwant: kop voor nemen. Met dank aan Nico Deen, oud Rijnschipper, m/s Catharina II. |
| Opduwer |
| Openingstijden | Openingstijden van bruggen en sluizen zijn op de site van Rijkswaterstaat te vinden. Je kan daar een pdf-bestand downloaden of een applicatie starten (da's een programmaatje) waarmee gezocht kan worden op brug, sluis of vaarweg. Tevens zijn marifoonkanalen en telefoonnummers vermeld. De informatie wordt maandelijks ververst. |
| Openteren | Het over de weeflijnen van het want naar mars en ra's klauteren. Omhoog klimmen dus. Zie ook uitenteren. |
| Opleiding | De theorieopleiding voor het klein
vaarbewijs is bij de motorbootvaarder wel bekend. Minder bekend is de mogelijkheid tot
het volgen van een praktijkopleiding motorbootvaren. Gaandeweg zijn er steeds meer
vaarscholen die zich daarmee bezig houden. De goeden geven naast theorie ook
praktijklessen motorbootvaren volgens de CWO normen. CWO staat voor Commissie
Watersport Opleidingen. Dit is het enige instituut dat zich met praktijkopleidingen zeil-
en motorbootvaren bezig houdt en daarvoor normen heeft en diploma's, c.q. paspoorten
uitgeeft. In de CWO zijn de ANWB, HISWA, het watersportverbond en Recron vertegenwoordigd.
De meeste zeilvaarscholen zijn hierbij aangesloten. Ook voor het motorbootvaren heeft de
CWO een aantal normen vastgelegd met enkele opleidingslijnen: CWO I+II staat voor
beginners, CWO III staat voor gevorderden. Elke cursus stelt weer andere eisen aan de
cursist. Zo zal een CWO III-er de "man over boord" oefening moeten beheersen,
terwijl er aan een beginner uiteraard minder hoge eisen gesteld worden. Dit ligt allemaal
vast. De CWO is gevestigd in Bunnik en is bereikbaar via deze link. Praktijkvaarscholen motorboot: Let op: Niet alle hieronder genoemde praktijkscholen werken volgens CWO normen. Op de websites vind je ook nadere informatie over e.v.t. theorieopleidingen voor het examen klein vaarbewijs en/of marifoon.
|
| Oplopen | Het inhalen en voorbijlopen van een ander vaartuig; zie ook oploper, koerskruiser of tegenligger en vaarregels. Denk er aan dat schepen die naast elkaar varen
door de "terugstroom" naar elkaar toe worden gezogen. Schepen die elkaar
ontmoeten, worden uit elkaar geduwd. Hoe groter het schip, hoe sterker het effect. Het in
een kanaal oplopen van een vrachtschip kan voor een onaangename verrassing zorgen. Eenmaal
naast het schip gekomen blijkt dat de terugstroom zo sterk is dat de inhaalpoging gestaakt
moet worden. Verder kan het voorbijlopen van een klein schip in smal ondiep water ook
vervelende gevolgen hebben. Door ondiepte aan de kant kan een enorme zuiging ontstaan,
waarbij beide schepen nagenoeg onbestuurbaar worden. Vermijdt dit dus, het is slecht voor
de oevers en onbehoorlijk tegenover de schipper van het opgelopen schip. In het algemeen
kan gesteld worden dat een oploopmanoeuvre beperkt moet worden tot ruim water. Oploper of hooploper was in de zeiltijd tevens de benaming voor een leerlingmatroos. |
| Opper | Een beschutte plek aan hoger wal. |
| Osmose | Letterlijke betekenis: "Eenzijdige vloeistofstroom door een wand,
waarbij twee vloeistoffen die zich aan weerskanten bevinden in verschillende mate worden
doorgelaten". Polyester schepen worden meestal in lagen van buiten naar binnen in een
mal opgebouwd. Het zwakke punt zit in de vakkundigheid (vroeger) waarmee dit gedaan wordt.
Men begint met de buitenste afwerklaag, de gelcoat. Daarna volgen naar binnen toe de lagen
met polyesterhars doordrenkte glasvezelmat, die handmatig (de hand lay-up methode) met een
roller worden aangedrukt, zodanig dat geen luchtbelletjes achterblijven. Althans dat is de
bedoeling. Een juiste temperatuur en luchtvochtigheid spelen hierbij een grote rol. Als
dit niet optimaal gebeurt blijven minuscule luchtkamertjes over, die onder invloed van
temperatuurwisseling kunnen uitzetten en krimpen en tenslotte barsten, waardoor vocht kan
binnen komen. Ook denkt men dat de weekmaker styreen, die gebruikt wordt om de
laminaatlagen langer te kunnen verwerken een belangrijker oorzaak kan zijn. Als dat in
holtes voorkomt zou vocht voor een chemische reactie zorgen, waarbij zuren vrijkomen en
gasvorming optreedt dat meer volume nodig heeft. Beter is de moderne methode van vacuüm
geïmpregneerd laminaat, waardoor luchtinsluiting welhaast onmogelijk is. Toch kan nog
steeds een verkeerde kwaliteit hars of gelcoat door te hoge vochtdoorlatende
(hygroscopische) eigenschappen de boosdoener zijn. Er zijn gespecialiseerde bedrijven die de huid kunnen "schillen" en de boot van een nieuwe gelcoatlaag voorzien, maar als de osmose dieper zit biedt dit geen soelaas. Osmose is dus bij bezitters van polyester schepen gevreesd en berucht, maarr... we spreken wel over een cosmetisch probleem, want zoals ons toenmalig forumlid Georges treffend zei: "Er is nog nooit één boot gezonken door osmose". Zie ook "osmose-info" op Boatassist. |
| Otter |
| Overnaads |
|
| Overstag | Over een andere boeg gaan zeilen, "wenden". Bij het overstag gaan zwaait de giek dwars over het dek, hetgeen voor de schepelingen gevaarlijk kan zijn. De roerganger zal vooraf het klassieke commando "Klaar om te wenden!" als waarschuwing roepen, waarna op "Ree!" met als betekenis "Roer naar lij" de manoeuvre wordt uitgevoerd. Zie ook laveren en overstag met een zeegaand volschip. |
| Overstuur | Overstuur varen = achteruit varen. Letterlijk betekent het "in de richting van het stuur" of "over het stuur" (roer). Achteruit dus. |
| Overtoom | Een overtoom was een waterbouwkundige inrichting voor het op peil houden
van een vaarwater en tevens geschikt om kleine schepen van het ene pand van een kanaal
naar een ander hoger of lager gelegen pand over te brengen. Vaak werd gebruikt gemaakt van
een spil met enorm grote draaiwielen waarmee het vaartuig met behulp van kettingen over de
kruin kon worden getrokken. De voorloper van een schutsluis. Een variant was de
waterpoort. Dit was een dwars in het vaarwater gelegde dam waarin een poort was gebouwd,
waardoor een vaartuig van het ene kanaaldeel in het andere kon varen, zodra een verlaat
werd geopend of schotbalken werden verwijderd [Me5]. De afbeelding toont op de voorgrond een schip dat over de overtoom wordt gehaald van de Kostverlorenvaart naar de Schinkel. Op de achtergrond met de grote draaiwielen de zogeheten kleine overtoom tussen de Kostverlorenvaart en de Slotervaart.
|
| Heel graag op- of aanmerkingen. |
Op alle materiaal
(layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke
toestemming.
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.