|
| Aa | De welhaast
niet korter kunnende oude benaming voor een natuurlijke waterloop. Brabant: Aa; Drente: Aa of Ae; Friesland: Ee; Noord-Holland [West-Friesland]: Die, Di'e, D'ij, IJ of Y. |
| Aak |
| Aambeeld | Cumulonimbus, zie wolken. |
| Aanbrug | Aanbrug of koebrug. De klep aan een veerpont of boerenvaartuig die op de oever kan worden neergelaten. |
| Aan de wind | Of bij-de-wind, zie zeilstanden. |
| Aanmeren | Het vastleggen van je schip aan de wal, strikt genomen het vastmaken aan een ander schip; zie afmeren. |
| Aanschaf | Kijk bij aanschaf gebruikte boot. |
| Aanslaan | Het vastmaken van een lijn, landvast, val, sleeptros of ankerlijn. Verder worden aanslaan en afslaan gebruikt in de betekenis van het zeil aanbrengen of afnemen. Verwant: beleggen. |
| Aardeschuit | Zie vlotschuit. |
| Accu
|
"Officieel"
is een accu herlaadbaar en een batterij niet, maar sinds Benjamin Franklin een rij
electrisch geladen glasplaten een batterij noemde, wordt een aantal gekoppelde
accu's ook zo genoemd. Hierna worden accugroepen dan ook batterijen genoemd. Het is verstandig aan boord meerdere accu's of batterijen te hebben. Het meest gebruikte systeem bestaat uit 2 accu's of batterijen. De ene als startaccu (altijd één accu), de andere als lichtbatterij, ook wel huishoudbatterij genoemd. Meest gebruikte wil niet zeggen beste, maar wel meest gebruiksvriendelijke systeem. Nadeel is de ongelijke levensduur van de accu's. De startaccu wordt immers het minst gebruikt. Bij een 12V installatie kan volstaan worden met 2 accu's, bij een 24V installatie met 4 accu's in twee groepen, ieder bestaande uit twee in serie geschakelde 12V accu's van hetzelfde merk, capaciteit en productiedatum. (De plus-pool van de ene accu wordt verbonden met de min-pool van de andere). Maak in een 24V installatie nooit een permanente aftakking naar 12V. In dat geval dient een aparte accu voor de 12V gebruiker(s) toegepast te worden. Zie uitleg bij combinatie 24V/12V. Onderhoud: Voor een optimale levensduur wordt aanbevolen een nieuwe accu te laden met niet meer dan 5% van z'n capaciteit bij 20 urige ontlading. Voor een accu van 120Ah betekent dat 6A. Vervang bootaccu's na zo'n 5 tot 6 jaar. De ladingstoestand van een accu kan je meten met een zuurweger. Groen is uitstekend. Wit is goed. Rood is slecht. Een zuurweger met soortelijkgewicht-aanduiding geeft een beter inzicht in de ladingstoestand. Een voltmeter is ook te gebruiken, maar geeft pas goed inzicht nadat de accu een aantal uren met rust is gelaten:
Hieronder vijf methoden voor het
gebruik van 2 accu's of accugroepen. Methode 1 maakt van de twee accu's eigenlijk één
grote en is dus af te raden. Methode 3 werkt prima, maar is ongeschikt voor vergeetachtige
schippers. Methode 5 wordt steeds meer toegepast omdat het een verliesvrije oplossing is.
Een medewerker van Centurion, de enige accufabrikant
van Nederland, vertelt het volgende: "Het is belangrijk de grenswaarden voor
ontlading niet te overschrijden. Bij diepere ontlading zal de levensduur aanzienlijk
verkorten! We noemen dit uitslikken. Het zuur wordt bruin doordat de actieve
massa op de positieve plaat - de pasta (cement) welke op de roosters is uitgesmeerd -
uiteen valt. Dat betekent een kleiner oppervlak en een steeds sneller leegrakende accu.
Het is dus heel belangrijk het dagelijks gebruik te berekenen: hoeveel gebruikers en
hoelang zonder oplading. Alleen zo kan een juiste accucapaciteit bepaalt worden".
Gebruik daarbij de formule: vermogen = stroomsterkte x spanning (watt = ampère x volt),
ofwel watt / volt = gebruik in ampère (Ah). Als aldus het dagelijks verbruik bij
benadering is gevonden kan de accucapaciteit bepaald worden. Neem voor een semi-tractie
accu (ontladingsgrens 50%) tweemaal het berekend verbruik en voor een gel-accu
(ontladingsgrens 80%) zo'n 20 tot 30% meer dan het berekend verbruik. Neem ook weer niet
te veel capaciteit, want dan ontstaan andere problemen. Zie hieronder. |
| Acculader | Voor het laden van accu's vanuit het lichtnet geldt de vuistregel dat een lader gekozen moet worden die tenminste 10%, maar niet meer dan 25% van de accucapaciteit levert. Bij gel- en spiraalcelaccu's kan een zwaarder type toegepast worden. Verder is het bij de keuze van belang te weten met welk doel de lader wordt aangeschaft. Af en toe doorladen, of langere tijd en in de thuishaven zelfs permanent aangesloten? Kijk op de aparte pagina voor de verschillende laadkarakteristieken en toepassingsmogelijkheden. Verwant: aggregaat, omvormer. |
| Achterlijker dan dwars | Bij o.a. de voorschriften voor plaatsing van navigatieverlichting wordt de kreet twee streken achterlijk dan dwars gebruikt. Wat betekent dit? Welnu, maak vooruitkijkend op het schip met de handen wijd een denkbeeldige dwarse lijn. Al hetgeen daarachter zit of vandaan komt is achterlijker dan dwars. Een kompasstreek is 11¼º, dus twee streken is 22½°. Zie ook het plaatje bij oploper. Alles beneden de stippellijn is achterlijker dan dwars. |
| Achterpeiling | Ook wel achtergrondpeiling. Controle of en hoeveel het schip door stroom of wind wordt weggezet. Kijk over het achterschip naar een vast punt op de wal met een tweede object daarachter. Als deze ten opzichte van elkaar verschuiven heb je een ruwe methode om te bekijken of het schip wordt weggezet. Verwant: ankerpeiling. |
| Admiraal zeilen | De taktiek bij een zeeslag. De vlootschepen maakten vaste manoeuvres aan de hand van vlagtekens (seinen) vanaf het admiraalsschip. Wordt nu nog toegepast bij zeilevenementen. |
| Adviesjacht | Een snelvarend schip, meestal een zwaargetuigde galjoot of snauw, dat vroeger werd ingezet om de contacten tussen admiraliteit en oorlogsvloot te onderhouden. Ook bekend als Aviso en ingezet als brandwacht of postschip. Een "brandwacht" was een schip dat vóór de oorlogsvloot als uitkijk of verkenner dienst deed, maar soms meer dan dat. Op 25 augustus 1665 veroverden Hollandse brandwachten van De Ruyters vloot op weg naar het Noorse Bergen twee Engelse adviesjachten. [MB] |
| Afborrelen | Een ruzie tussen twee vrienden kan afgeborreld worden. Het komt weer goed. In schippersjargon komt het niet meer goed. Afborrelen is zinken. |
| Afhouden | Naast het - met handen en/of voeten - afhouden van de boot spreek je ook van "afhouden" als je een zeilboot een richting stuurt waarbij de wind meer van achteren invalt. Nicolaes Witsen [1641 - 1717] verklaarde afhouden als volgt: "Wanneer het anker ingwonden wert, hetzelve van de boegh afkeren, opdat geen schade aen het schip geschiede. Anders ruim windts zeilen oock van lant zeilen. Als het touw over een braetspit gewonden wert, is daer een Man, die het touw, dat gewonden is, afhout en te rugh haelt". |
| Afhouder | Het jongste lid van de bemanning van een drijfnetvisser, in het algemeen belast met het vrijhouden en/of opschieten van de reep. Na een aantal teelts werd hij reepschieter. |
| Aflopen | Het "aflopen" van een schip: gewapend oproer van schepelingen, muiterij. |
Afmeren
|
Meerdere woorden met dezelfde betekenis en afgeleid van meren.
Het vastleggen van je schip. Vroeger kende men ook nog maren, marren en moeren.
Tegenwoordig gebruikt men i.p.v. meren meestal afmeren. Het woord aanmeren
betekent eigenlijk vastmaken aan een ander schip. Met aanleggen wordt het
klaarleggen van netten en vistuig bedoeld, en "aanleggen op" betekent dat het
schip een koers vaart naar een bepaald doel. Het tegengestelde van meren, het
wegvaren, heet ontmeren of gewoon afvaren. In het
tenenkrommende RTL magazine "jotvizjun", je weet wel, het programma dat altijd
weer peperdure sloepjes met gebogen
vlaggenstok promoot, sprak men over aanmeren voor vastleggen en afmeren
voor wegvaren. Tja... Afmeren zonder wind en stroom met gebruikmaking van het wieleffect van de schroef. De "makkelijke" kant van het vaarwater: Bij een links draaiende schroef is dat stuurboord, de rechterkant van het vaarwater of sluis. Fenders aan stuurboord, meerlijnen klaar. Vaar kalm schuin op de ligplaats toe. Haal bij aankomst de vaart uit het schip door achteruit slaan. Het achterschip zal door het wieleffect nu ook naar de wal geduwd worden. Lijnen vast; klaar! De "moeilijke" kant van het vaarwater: Bij een links draaiende schroef is dat bakboord. Vaar kalm schuin op de ligplaats toe. Geef ongeveer een scheepslengte van te voren hard stuurboord roer tot de boot evenwijdig aan de wal ligt. Haal de vaart uit het schip door achteruit slaan. Het achterschip zal door het wieleffect van de wal geduwd worden. Breng de voorlijn eerst uit en sla indien nodig met stuurboord (naar rechts wijzend) roer nog een klapje vooruit, waardoor het achterschip bij de wal komt. Achterlijn vast; klaar! Bij een rechts draaiende schroef geldt het verhaal natuurlijk andersom. Afmeren met tegenwind of stroom tegen gaat in principe als bovenstaand. Er is minder tijd om de voorlijn uit te brengen; maar als je bij tegenstroom de motor langzaam vooruit laat staan, waardoor het schip tenopzichte van de wal stil ligt (doodvaren) is het een fluitje van een cent. Let wel op de roerstand, want ten opzichte van het water VAART het schip. Afmeren met wind in de rug. Vaar zo parallel mogelijk naar de ligplaats. Afstoppen op de plaats van bestemming, Draai met een kort klapje het achterschip naar de wal en breng de achterlijn uit. Het voorschip zal door de wind vanzelf tegen de wal gebracht worden, anders de motor stationair vooruit laten helpen. Afmeren met stroom mee kan het best vermeden worden door het schip eerst te draaien, maar indien dat niet mogelijk of ongewenst is, te werk gaan als bij wind in de rug. Afmeren met aflandige wind (hogerwal). Als je onervaren bent niet zo gemakkelijk en eigenlijk alleen te doen als er meerpalen aanwezig zijn; er is geen tijd om de wal op te springen en een meerpen in te slaan. Vaar schuin naar de wal met een voorlijn klaar. Een bemanningslid zal de lijn om de meerpaal moeten werpen en met een stuk loos op het voorschip moeten vastmaken. De lijn is dan voorspring (steekeind) geworden. De stuurman kan nu doen alsof hij vooruit wegvaart. Omdat het steekeind dit belet zal het achterschip langzaam maar zeker naar de wal draaien. Deze methode uit het boekje vraagt behoorlijke werpbehendigheid en werkt niet als je solo vaart. In dat geval is het handiger het schip zo parallel mogelijk langs de wal te brengen en snel een achterlijn te werpen. De wind zal het voorschip van de wal blazen, maar door met de motor vooruit de wal IN te sturen zal het voorschip toch naar de wal draaien. Als het voorschip tegen de wal is gekomen kan je de motor met ongewijzigde roerstand stationair vooruit laten staan, waarna je rustig naar voren kunt lopen om een voorlijn uit te brengen. Aanmeren; langszij komen of dubbel liggen. In drukke havens zal je wel eens langszij een ander schip moeten vastmaken. Kies een schip dat groter of even groot is als het jouwe en vraag de schipper om toestemming. Gebruik NOOIT een pikhaak. Ga om en om liggen, de achterkant dus naast de voorsteven van de buurman. Breng meerlijnen naar de wal uit en zet alleen een spring op het buurschip. Bij een echt groot schip leg je alleen aan het schip vast. Bij het aan wal gaan is het de bedoeling dat je ter bescherming van de privacy over het voordek van het buurschip loopt, of even vraagt waar men het minste last van heeft. En bij beroepsvaart natuurlijk niet over de luiken. Verder is het handig om met de buurman overleg te plegen over vertrektijden of op z'n minst een zichtbaar GSM nummer achter te laten. Volgens het BPR moet langszij komen worden gedoogd, zelfs wanneer er aan dezelfde aanlegplaats voldoende ruimte is om direct af te meren. Art 7.09: "Een aan een aanlegplaats gemeerd schip moet gedogen, dat een ander schip langszijde komt of langszijde daarvan vastmaakt en daarover gemeenschap met de wal heeft anders dan om te laden of te lossen". Mijns inziens is deze regel voor pleziervaart een wangedrocht. Je gedoogt toch geen naastligger wanneer afmeren in de directe omgeving mogelijk is? Ik had verwacht dat in het vernieuwde BPR 2004 een tekstje als: "Voor pleziervaart geldt dit alleen wanneer in de nabijheid geen afmeermogelijkheid beschikbaar is" zou zijn toegevoegd. Enfin, het vragen om toestemming is dus slechts beleefdheid.
Om het dubbel liggen en nog meer "stapelen" van schepen met geloop over elkaars dek te vermijden wordt op sommige meren en plassen aan de oever en langs eilandjes "in de laag" gemeerd. Dat wil zeggen dat de schepen haaks met het achterschip naar de wal liggen. Vanaf het voorschip staat dan een anker uit, terwijl het achterschip met lijnen aan de wal is vastgemaakt. Uiteraard kan dit ook andersom. Het is eigenlijk in de box liggen, maar dan zonder meerpalen en vingersteigers.
Afmeren met gasten aan boord. |
| Afsnij | Vroeger werd vaak na afloop van een reis, nadat het schip was afgetuigd (afgesneden), het overschot aan proviand (het afsnijdje) onder de bemanning verdeeld. |
| Afteutelen | Of afdeutelen. Bij de bouw van een overnaads houten schip werden de huidgangen onderling met elkaar vernageld. De bevestiging aan de spanten gebeurde echter met lange houten pennen, de spantnagels, of trunnels. Om de pennen muurvast te krijgen werden aan de binnenzijde kegjes, deutels of arken geslagen, zodat de pen spleet en nooit meer terug kon. De op deze manier "gedeutelde" nagels werden strak langs de spanten afgezaagd, ze waren dan "afgeteuteld". |
Afvaren
|
|
| Aggregaat | Volgens het woordenboek een apparaat dat elektrische stroom kan leveren, bestaande uit een generator en een aandrijfmachine (wind, diesel- of benzinemotor). Een aggregaat aan boord is natuurlijk prachtig, zeker als je voor langere tijd aan wal ligt. Nadeel is dat de meeste aggregaten herrieschoppers zijn. Er zijn kleine handzame aggregaatjes op benzine die volgens de fabrikant fluisterstil zijn. Het afgegeven vermogen ligt tussen de 400 en 1000 watt, voldoende voor de meeste apparaten en opladen van accu's. Toch is het gebruik tussen andere watersporters niet aan te raden. Het begrip fluisterstil zal door hen niet onderschreven worden. In overleg zal je best wel even kunnen draaien, maar zeker niet uren achtereen. Denk er ook aan dat een draagbaar aggregaat nooit onderdeks mag draaien. Het uitlaatsysteem en de carburatie bij benzinemotoren is daar absoluut niet voor geschikt; denk aan koolmonoxide en brandgevaar. Verwant: acculader, omvormer. |
| AIS | Automatic
Identification System, of kortweg AIS. Het is een transpondersysteem voor zeegaande
schepen waarmee op een gemeenschappelijk marifoonkanaal doorlopend de identiteit, koers,
snelheid en eventuele andere gegevens worden uitgezonden naar alle andere zich in de buurt
bevindende schepen en eventuele walstations. Hoewel vaartips niet bedoeld is voor zeevarenden toch een link. Informatie over het systeem en het ShipPlotter programma, waarmee AIS te decoderen is en de positie van schepen op kaarten zichtbaar kan worden gemaakt is o.a. hier te vinden. |
| Alle hens | Afgeleid van het Engelse: all hands. "Alle hens aan dek", maar ook: "Alle hens voor de boeg". Dat laatste klinkt wat eigenaardig. Al het volk aan dek is begrijpelijk, maar al het volk voor de boeg? Boeg is een verbastering van boog, op oude zeilschepen het halfdek, de afscheiding tussen vooruit (scheepsvolk) en achteruit (officieren). Heel vroeger werd niet het commando "alle hens" gegeven maar "overal". Nicolaes Witsen schreef in 1671: "Overal - dus roept men als alle het scheepsvolck moet komen". |
| Allemansend |
|
| Almanak | De ANWB
geeft wateralmanak deel 1 en 2 uit. Deel 1 bevat vaarreglementen en vaartips, deel 2
bedieningstijden van bruggen en sluizen en kenmerken van wateren en jachthavens. Omdat het
voor elke boot verplicht is vaarreglementen aan boord te hebben is almanak deel 1 daarvoor
het aangewezen boekwerkje. Kleine open boten zijn overigens vrijgesteld. Bedieningstijden van bruggen en sluizen zijn ook op de site van Rijkswaterstaat te vinden. Je kan daar een pdf-bestand downloaden of een applicatie starten waarmee gezocht kan worden op brug, sluis of vaarweg. Tevens zijn marifoonkanalen en telefoonnummers vermeld. De informatie wordt maandelijks ververst. |
| Alternateur | Of
op z'n Engels: alternator. Andere benaming voor wisselstroomdynamo
of wisselstroomgenerator. Download The 12 Volt Doctor's Alternator Book. |
| Aluminium ramen | Scheepsramen
in rubber zijn zo langzamerhand uit de tijd. Het is op groot water onveilig en de ergernis van zwarte strepen hangt menig
bootbezitter de keel uit. Er is weliswaar een grijze variant, maar die begint na een paar
jaar al te brokkelen. Tijd voor aluminium dus. De prijs lijkt een bezwaar, maar de
meerwaarde van je schip maakt dat ruimschoots goed. Het boren van bevestigingsgaten is
tegenwoordig niet meer nodig, de ramen worden d.m.v. een binnenrand in de sponning
geklemd. De kwaliteit van het geanodiseerd aluminium is bij de
meeste leveranciers gelijk. De montagemethode verschilt echter en kan soms problemen
opleveren. Meest gangbaar is montage met z.g.n. parkertjes (zelftappende schroefjes), die
binnen- en buitenrand naar elkaar toetrekken. De binnenrand is voorzien van voorgeboorde
gaten, de buitenrand heeft afhankelijk van leverancier corresponderende gaten of een
sleuf. Dit soort ramen vraagt een mooi strak casco. Oneffenheden zijn niet of nauwelijks
op te vangen. Als de parker "dol" draait ben je de pineut. Leveranciers van dit
type ramen zijn o.a. Vetus en Beuving
tel: 050-4061759. Beter, maar duurder, zijn de ramen van Hora, RaFa, Smaal, Rhigo e.a. Deze leveranciers voor beroepsvaart hebben een systeem van
klemblokjes en/of boutjes, die tegen de binnenzijde van het casco gedraaid worden en
daarmee tot op zekere hoogte elke oneffenheid of kromming van het casco kunnen opvangen.
Simpelweg de bouten strakker aandraaien. Aan de binnenzijde wordt de zaak afgewerkt met
een aparte sierlijst, die helaas ook de meerprijs bepaalt. Lekkage bij aluminium ramen kan soms eenvoudig zonder demontage verholpen worden met "Capt. Tolley's Creeping Crack Cure", een polymeer met lage viscositeit dat zelf z'n weg vindt naar scheurtjes en spleten en deze doeltreffend afdicht. Verkrijgbaar bij de betere watersportzaak. |
| Ammerstolse boot |
| Ampèremeter | Als je
regelmatig met een lege accu te maken hebt wordt het tijd voor controle van stroomverbruik
en bijladen. De eenvoudigste permanente meetmethode is via een ampèremeter op het
dashboard. Bij een analoge meter slaat de naald bij laden naar rechts uit en bij verbruik
(ontlading) naar links. Heel goed is te zien dat bij draaiende motor met tegelijkertijd
behoorlijk stroomverbruik de meter minder naar rechts uitslaat en er dus minder wordt
geladen. De ampèremeter heeft een B (+) en een L (-) contact en wordt geplaatst in de
plusleiding van accu naar boordnet met de B naar de accu. De laadstroomdraad van de dynamo
wordt aangesloten op het L contact. Bij gebruik van een diodebrug dient de laadstroomdraad
ACHTER de diodebrug gebruikt te worden. Als je in dat geval de laadstroom per accu wilt
weten is de simpelste manier om per accu een ampèremeter te plaatsen. Verder is het bij
zwaar gebruik noodzakelijk over het B en L contact parallel een speciale weerstand te
plaatsen, een shunt. Gebruik een shunt die bij de capaciteit van de ampèremeter past. Op
elke shunt staat een voltage, uitgedrukt in millivolt en de stroom in ampères. Als het
goed is moet zo'n 9/10 deel van de stroom door de shunt worden afgevangen. Raadpleeg
hierover de leverancier. Verwant: accu, bedrading, contactslot, diodebrug, elektriciteit, combinatie 24V/12V en boordnet.
|
| Amsterdammer |
| Anemometer | Windsnelheidsmeter; meestal zo'n ding met drie schoepjes. Denk eraan dat bij een varend schip alleen de schijnbare wind wordt gemeten. Pas bij een stilliggend schip kan je de ware windsnelheid aflezen. |
| Ankerbol | Een schip dat
stilligt zonder direct of indirect aan de oever gemeerd te zijn moet een zwarte bol op het
voorschip voeren op een zodanige hoogte dat het van alle zijden zichtbaar is. Een klein
schip mag de bol op een andere geschikte plaats voeren. Als verlichting een wit rondschijnend licht [ankerlicht, meerlicht] waar dit het best kan worden gezien. Bron: BPR Art 3.20. |
| Ankeren
|
Anker op gaan (grondbreken). Ankergerei: andere benamingen voor de
combinatie anker en lijn en/of ketting en/of neuringlijn. |
| Ankerpeiling | Controle of het
anker niet krabt. Kijk naar twee vaste punten op de wal die
in elkaars verlengde liggen. Als de punten na een tijdje ten opzichte van elkaar niet
verschoven zijn houdt het anker. Als het schip wat giert is
deze methode echter onbruikbaar. Simpeler en zuiverder vind ik het gebruik van een handlood, een zwaar voorwerp aan een lange dunne lijn. Laat
het lood rechtstandig tot de bodem te water, vier een flink stuk extra lijn zodat de zaak
goed loos hangt en zet het uiteinde vast. Na verloop van tijd haal je de loodlijn op tot
hij strak staat. Wijst hij niet meer recht naar beneden, maar schuin in de richting van
het anker dan is je schip op drift. Remedie: steek meer ankerlijn en/of laat een zwaar
gewicht met een hulplijntje langs het ankertouw zakken, zodat het beter kan doorhangen of
breng een tweede anker onder een hoek van 45°, of een gekat
anker uit.
|
| Anode | Als verschillende
metalen ondergedompeld zijn in een geleidende vloeistof zal een elektrisch stroompje gaan
lopen tussen de twee metaalsoorten. Het minst edele metaal zal invreten. Zo'n proces wordt
galvanische corrosie genoemd. Dit komt o.a. voor bij een stalen scheepshuid en een bronzen schroef. Om het ter plekke invreten van de scheepshuid tegen te gaan kunnen blokken van een minder edel metaal geplaatst worden. Deze blokken (anodes) offeren zich als het ware op, kathodische bescherming. Een veel toegepaste anode is de zinkanode, maar in zoet water heeft de schipper de beste ervaring met minder edele soorten als aluminium of magnesium. Denk eraan dat anodes nooit geschilderd of geteerd mogen worden en dat de bevestigingsbouten of draadeinden van gewoon staal moeten zijn, het liefst gelast aan het schip. Maak ook niet de goedbedoelde fout de anodes schoon te maken met een staalborstel of vijl. Er kunnen restjes staal achter blijven die de werking sterk doen verminderen. Een goede methode om galvanische corrosie te beperken is er voor te zorgen dat geen elementen met een groot potentiaal verschil naast elkaar worden gebruikt, dus zeker geen RVS koelpijpen onder het schip. Zie daarvoor de galvanische reeks van elementen. Er is een vuistregel voor het aantal/gewicht van zinkanodes. Het is afhankelijk van de grootte van het natoppervlak (onderwaterschip: lengte waterlijn x (breedte + diepgang). Tot 30m²: 2 x 4kg, tot 60m²: 4 x 4kg, tot 90m²: 6 x 4kg enz, met voor het roer 2 x 1kg. Bij gebruik van aluminium of magnesium dezelfde aantallen aanhouden, maar ongeveer de helft in gewicht. Klik op het plaatje voor een indruk van een goed werkende anode. Minder bekend is de elektrolytische corrosie, waarbij zelfs de meest edele metalen sneuvelen en dat ook nog in een sneller tempo. Meestal is hier een langdurige walstroomaansluiting de boosdoener, hoewel ook een ouderwets enkeldraads boordnet zonder hoofdschakelaar de oorzaak kan zijn. Raadpleeg voor het veilig aanleggen van zo'n aansluiting een van de bekende specialisten in jachtelektro zoals Victron, Mastervolt of ASA. Een uitgebreidere uitleg over diverse vormen van corrosie en het voorkomen ervan is te vinden op Aan & Uitleg in een artikel van Michel Groen. |
| Antivries | Een vorstbeschermingsmiddel op basis van ethyleenglycol dat zelf verdund moet worden. Zeer giftig, daarom niet geschikt voor drinkwatersystemen en vanwege behoorlijke corrosiewerking ook niet geschikt voor motorblokkoeling. Zie koelvloeistof. |
| Apostelen |
De verticale stootranden aan weerszijden van de voorsteven, meestal als verbinding tussen onder- en boven berghout. Bij motorjachten wel voor de sier en heel kenmerkend toegepast bij de barkas. Apostelen worden aan de bovenzijde soms verlengd met judasoren. Oorspronkelijk waren apostelen echter de stutten of stempels die onder de oplopende zijden van voor- en achterschip op de sleden van een scheepshelling stonden tijdens de tewaterlating. De naam zou komen van het oud-latijnse apposta of appostella, waarin het begrip "stut" ligt besloten, hoewel het Etymologisch Woordenboek spreekt over scheepstaal voor het wegzenden van schepen, gevormd uit apo- weg- en stéllein zenden. |
| Aquaduct | Oorspronkelijk de benaming voor een Romeinse waterleiding, die als overdekt kanaal bovengronds over gemetselde bogen was aangelegd. Tegenwoordig de constructie waarmee een waterweg over een uitholling in het terrein, waar een verkeersweg, spoorbaan of andere waterweg loopt, geleid wordt. Verwant: naviduct. |
| Ark |
| Armazoen | Oude benaming - armasoen - voor een slavenschip, maar eerder voor een tussenlading of scheepslading op thuisvaart (retourlading). Verwant: cargazoen, (uitgaande scheepslading). |
| ATIS | Automatic Transmitter Identification System. Een signaal dat automatisch de gecodeerde roepletters van het schip bij marifoongebruik meezendt. De ATIS code bestaat uit 10 cijfers. De Nederlandse code begint met 9, daarna de gecodeerde radioroepnaam, waarvan voor Nederland de eerste letter een P is die wordt weergegeven door "Maritime Identification Digits" als MID-code 244. PH is b.v. 24408 (P = 244, H = 08, achtste letter v.h. alfabet), gevolgd door de vier cijfers van de roepnaam. De ATIS van PH8784 is dus 9 244 08 8784. Elke goedgekeurde marifoon heeft deze voorziening. Het ATIS-signaal wordt automatisch verzonden bij het loslaten van de spreeksleutel en bij langere uitzendingen om de vijf minuten tussendoor. Bij koop of verkoop van een gebruikte marifoon dient herprogrammering plaats te vinden. |
| Azipod |
De azipod is een 360º
draaibare gondel met propellor welke onder het schip hangt. De azipod zorgt voor een
optimale wendbaarheid. De naam "pod" komt uit de luchtvaart waar deze gondels
bij luchtschepen (zeppelins) werden toegepast. Vooral grote passagiersschepen worden
tegenwoordig uitgerust met azipods. De aandrijving is dan diesel-elektrisch, d.w.z. dat
een of meerdere dieselaggregaten de stroomvoorziening verzorgen van de elektromotoren die
de schroeven van de azipods laten draaien. De elektromotor bevindt zich in of op de
gondel. Inmiddels is gebleken dat passagiersschepen met POD's tien tot vijftien procent
zuiniger varen dan met conventionele voortstuwing. Bovendien wordt bespaard op
sleepboothulp bij afmeren in havens. Bron: elektrischvaren.info. |
| Heel graag op- of aanmerkingen. |
Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht
van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke
toestemming.
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.