Hé, dat wist ik niet...

Tips en wetenswaardigheden
Gebruik het vaartips-zoekveld wanneer je iets niet kunt vinden.
Geen zoekveld? Klik dan op het huisje (home) rechtsboven.

T

Taan Taan was een bruingeel of bruinrood aftreksel van eikenschors en voldeed uitstekend als conserveringsmiddel voor zeilen en visnetten. De taankleur werd taneet genoemd. Het tanen gebeurde in grote taanketels, waarin zeilen en netten ondergedompeld werden. Drijfnetten werden daarna met lijnolie behandeld. Grote zeilen werden ook wel op de grond getaand met een borstel. Een ander middel was cachou.
Taats De pen (taats) of bus (taatspot) op de onderzijde van het schroefraam (hak) waarop de roerkoning rust. Dezelfde benaming wordt gebruikt voor de scharnierpennen en -bussen, waarmee een sluisdeur met de stijl (har) in de deurkas is opgehangen, het gedeelte dat wel kakstoel wordt genoemd. Verder wordt taats of teers ook gebruikt als benaming voor een marlpriem.
Tabernakel De naam waaronder het draagbare heiligdom van de joden tijdens de tocht door de woestijn bekend is geworden wordt gebruikt voor een bergplaats in het ruim van een binnenschip, ook wel herft of herf. Het is een ondiepe ruimte direct onder het luik waar meertrossen en andere uitrusting opgeslagen wordt. Bij oude binnenschepen was er een grote herft ter hoogte van de mast en twee kleinere bij het voorste- en achterste luik. Op moderne schepen wordt de cilindrische mastvoet ook wel tabernakel genoemd. Op vroegere zeegaande zeilschepen was het echter de benaming voor de plaats van de commandant.
Tagrijn Een in onbruik geraakt woord. Een tagrijn was een handelaar in scheepsbenodigdheden, ook wel gebruikte spullen via een slijter. Je kan dus zeggen dat onze watersportwinkelier een tagrijn is.
Takelaar Takelaars zijn touwslagers. Ondanks nieuwe materialen en productieprocessen bestaat dit oude beroep nog steeds. Tot laat in de 19e eeuw werd het eentonige werk vooral in kinderarbeid gedaan. Misschien wel de beroemdste takelaar uit onze geschiedenis is zeeheld Magheyl (de) Ruyter van Vlissingh, die ooit als kind zijn loopbaan begon aan de lijnbaan van een touwslagerij (baanderij).
De naam takelaar werd ook wel gebruikt voor een oud-zeeman, die zich verhuurde om schepen op- en af te tuigen. Verwant: tros , bindsel of takeling , kardeel en splits.

Het draaien aan het wiel heette opharden
Takeling
Om het rafelen van een lijn of tros tegen te gaan, kunnen we een bindsel of takeling aanbrengen. Ook wel "bezetten" of "bekleden" genoemd. Vroeger was dat een pop. Gewoon een stuk zeildoek. Maar meestal wordt speciaal bindselgaren (schiemansgaren of takelgaren) gebruikt. Oorspronkelijk is schiemansgaren linksgeslagen tweedraads hennep of sisaltouw en takelgaren of stiklijn linksgeslagen driedraads hennep vergelijkbaar met paktouw. De ongeteerde versie heet "marlijn" of "huizing" (Oudnederlands "marling", niet te verwarren met marllijn), de geteerde heet "lording" en bestaat voor breeuw- en pakkingwerk ook als 4-, 5- of 6-draads, maar is dan meestal van jute of manilla. Winschootens Seeman [1681] schreef over lording: "een touw hebbende de dikte van en duim, daar meede Kaabels en andere touwen versorgt werden voor het inwaateren: en is der halven seer swaar geteerd".
Leg het eind van het takelgaren op de tamp (het touweind) met de einden van garen en touw in dezelfde richting. Maak nu met het takelgaren een aantal stijf aangetrokken slagen, de voorslagen, om tamp en vastgehouden takelgareneind heen. Beëindig dat met een ruime bocht, zoals op het eerste plaatje. Maak nu met deze lus de verdere slagen, de achterslagen, welke tevens over het eigen bochteind komen te liggen en trek deze ook stijf aan, zoals op het tweede plaatje. Trek daarna het eind waarmee de bocht is gemaakt (komt dus te voorschijn tussen voor- en achterslagen) stevig door en snijd beide uiteinden zo kort mogelijk af. De aldus onstane takeling (derde plaatje) hoeft niet langer te zijn dan de diameter van de lijn of tros. Bij moderne kunststofvezels is een bindsel of takeling niet meer nodig, want je kunt de tamp gewoon dichtsmelten. Het wordt echter nog wel voor de sier toegepast. Een andere fraaie afwerking, maar dan zonder bindsel, is de Spaanse takeling. Kijk ook bij splitsen en trenzen. Verwant: woeling.
Talhout Oude benaming voor mot, houtsnippers en/of zaagsel (zonder bast) om vis te roken. "Talhout" is eikenmot. Sommige publicaties spreken over berken- of beukenmot. De lekkerste wilde paling, in de wandeling: IJsselmeerpaling, wordt overigens handgerookt op mot van gewoon schoon vurenhout. Andere houtsoorten geven teveel bijsmaak en computergestuurde rookkasten, waar de kweekpaling eerst door een rooksmaakbadje gaat, zijn al helemaal uit den boze. De bremzoute meestal gefileerd aangeboden kweekpaling met een vissige en overdreven rooksmaak is door deze behandeling compleet verpest. Toch werkt het, want zoals keurmeester Martin Gouda van het RIVO in ander verband zegt: "Veel consumenten zijn net meeuwen, ze eten alles". Ik ga er vanuit dat kweekpaling ondanks het eenzijdige alles-in-één voedsel op originele wijze (dat heet tegenwoordig "ambachtelijk") gerookt veel beter smaakt. Ik ben ze nog niet tegengekomen.
Talie Talie is een ander woord voor takel; een samenstel van blokken (katrollen) waar een lijn (loper) doorheen is geschoren, dat dient om een grotere kracht te kunnen uitoefenen dan de kracht waarmee aan het halende part van een enkel blok wordt getrokken. Anders gezegd, hoe meer blokken en schijven, hoe minder kracht nodig is. Bij twee touwlengtes (twee blokken) is slechts de helft van de kracht nodig, bij drie touwlengtes een derde enz. De loper zelf wordt overigens ook wel talie genoemd ("tali" is Maleisch voor touw). Het sterker aanhalen wordt strietsen genoemd. Het woord wordt ook in samenstelling gebruikt. Een grondtalie is b.v. een talie om het roer vast te zetten. Sjorringen met blokken om iets goed strak vast te zetten heten ook talies. Elke toepassing had zijn eigen naam. Zie b.v. de afbeelding van een tweepootsbok op mosterdpotten en de petjes patjes of potjes bij een volgetuigde klipper. Zie ook jijn.
Tall Ships Tall Ships zijn de grote zeilschepen die we kennen van Sail Amsterdam en Delfsail. Het is een moderne benaming voor windjammers die voor het eerst werd gebruikt bij de Tall Ships' Race die in 1956 met grote opleidingsschepen werd gehouden. De race was zo'n succes dat hij jaarlijks wordt herhaald. Helaas is de benaming een lachertje geworden. Men vond het commercieel aantrekkelijk een klasse indeling te maken, waarbij zelfs scheepjes vanaf waterlijnlengte 9,14 meter (30 voet) mogen meedoen en zich dus "Tall Ship" kunnen noemen. Ach, het zal wel kloppen, want "tall" betekent immers ook blufferig of opsnijerig.  :-) Helaas gaf Sail 2010 bij TV commentatoren van NOS en AT5 ook dat "tall gedrag". Ze hadden geen idee waarover ze het hadden en noemden herhaaldelijk het verkeerde schip of verkeerde type. In mijn herinering was het commentaar bij vorige Sails van een beter niveau. AT5 presteerde het zelfs om Andre van Duin en "daar zijn we weer" Jan des Bouvrie ten tonele te voeren.
Talreep
Een touwsjorring voor het strakzetten van stagen e.d. De stagen liepen uit in jufferblokken. Dat waren ronde blokken doorboord met drie gaten waardoor de talreep werd geschoren. Tegenwoordig gebruikt men een kabelspanner. Een andere benaming is ook wel schenkel of schinkel. Verwant: part.
Tamezaan Tamezaantje of damezaantje. Het woord tamezaan is bij Van Dale niet te vinden. Wonderlijk, want de zeevarende Nederlanders kennen het sinds eeuwen. Het is waarschijnlijk een verbastering van het Engelse demy-ohn, of nog waarschijnlijker van het Franse Dame Jeanne, in beide gevallen een, welgebruikt en welbemand kruikje. Het tamezaantje kwam als mandfles voor in de gedaante van 2, 4, 5, 8, 10, 15 of 16 liters, zelden daarboven, omdat het dan te zwaar dragen was. De even maten waren meest Spaans, die van 6, 9, 10, 15 liters meest Portugees of Grieks. Boven de 8 liter noemde men het tamezaantje meestal kapiteinstamezaan. Het nut van de tamezaan lag voornamelijk in het feit dat het invoerrecht van drank per liter "los" (vullewijn) veel voordeliger was dan per fles.
Bron: Woestijnen van water.
Tanken Zie het overzicht Brandstof aan of bij de waterkant per plaats in Nederland.
Teak Tropisch hardhout. Naar gelang van het gebied van herkomst spreekt men van Birmateak, Siamteak, Laosteak en Javateak [djati]. (Afroteak en Borneoteak, ook wel bankirai, zijn geen teaksoorten). Vanwege de hoge duurzaamheid en het weinig onderhevig zijn aan trekken en werken staat teakhout bekend als een van de beste houtsoorten ter wereld. Vers gekapt kernhout is groenachtig geelbruin; bij blootstelling aan licht verdwijnt de groenachtige kleur en wordt het hout goudbruin. In één partij teakhout kunnen grote kleurverschillen voorkomen: van lichtgoudbruin tot donkerbruin, al of niet met donkere aderen, strepen of vlekken. De nerf van het hout is vrij grof; de draad is meestal recht, maar kan ook golvend en onregelmatig zijn. Het hout bevat olieachtige stoffen, waardoor het enigszins vettig aanvoelt. De geur is typisch leerachtig. Het beste hout is afkomstig van de oudste en langzaam groeiende bomen, die dankzij duurzaam beher vooral in Birma voorkomen. Nadat de Engelsen daar vertrokken en vanaf 1962 een junta de dienst uitmaakt is echter op grote schaal illegale houtkap onstaan. Daar dit bovendien gepaard gaat aan corruptie, schending van mensenrechten en slechte arbeidsomstandigheden, gaan er mede uit ecologische overwegingen stemmen op om Birmateak op Europeesch niveau te weren.
Doordat teak in hoge mate bestand is tegen aantasting door chemicaliën behoeft het niet geconserveerd te worden, maar wordt op den duur wel grijs van kleur. Grijze teakdekken duiden dus niet op slecht onderhoud! Teakhouten luiken en deuren zal men over het algemeen toch willen lakken om de goudbruine kleur te behouden. Het te behandelen oppervlak dient zorgvuldig ontvet te worden met b.v. thinner en daarna zo snel mogelijk in de lak te worden gezet. De vakman spreekt over zeven lagen. Een andere mogelijkheid is het gebruik van hardhoutolie dat gemakkelijker aan te brengen is, maar jaarlijks aandacht vergt. Toch is voorzichtigheid geboden. Beschermende oliën dringen weliswaar diep in het hout door, maar onder invloed van warmte en vocht ontstaan nadelige effecten doordat zich een kleverige laag vormt aan de binnenkant van de naad. Deze kleverige laag kan vervolgens een breuk veroorzaken aan de zijkanten van de naad waardoor water kan binnendringen. Bron: o.a. De teakdekspecialist.
Andere houtsoorten. Zie ook onderhoud teakdek.
Teelt Oude benaming voor het visseizoen. Ook gebruikt voor elke "trek" afzonderlijk.
Teer vervangende middelen Zoals iedereen wel weet, is teer een uitstekend conserveringsmiddel voor het onderwaterschip. Alleen jammer dat het goedje nogal vervelende dingen doet in het milieu. PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) zijn de boosdoener. Dat polycyclisch houdt in dat ze in de natuur niet afbreken. Ze blijven op de bodem van de rivier liggen en vormen zo een voortdurende bedreiging van het watermilieu. In steenkolenteer is bezo(a)preen zo'n aromatische vervuiler, die bovendien kankerverwekkend is. Datzelfde geldt voor phenol, dat ook in teer zit. De teer slijt van het schip af en komt zo als partikels in het water terecht. Er zijn nog steeds geen goede alternatieven, althans niet met dezelfde eigenschappen van het aloude teer. Zie onderhoud.
Tegen
brassen
Zodanig brassen dat de wind van voren in de zeilen valt en het schip geen vaart meer maakt, ook wel "bak zetten". Verwant: bakzeil halen.
Tekens In het BPR wordt gesproken van tekens. Daarmee worden dag- en nachtmerken bedoeld. Dagmerken komen voor als borden, tonnen, kegels, bollen, ruiten en vlaggen. Nachtmerken als lichten, wit of gekleurd, flikkerend, schitterend of vast.
Zie navigatieverlichting en/of geluidsseinen en/of sluis- en bruglichten en/of betonning.
De belangrijkste "verkeersborden" voor de watersporter vind je hieronder. Het zijn dezelfde die in de brochure "Watersport in Fryslân" genoemd worden. Kijk verder in bijlage 7 verkeerstekens van het BPR.

Spreekt voor zich Kleine schepen toegestaan

Verboden voor zeilschepen In-, uit- of doorvaren verboden

Aanleggen toegestaan
(Alleen Fryslân, Marrekrite)
Verplicht vóór het bord stil te houden onder bepaalde omstandigheden.

Verplicht varen aan stuurboordwal Verplicht bijzonder op te letten

Marifoonkanaal voor nautische informatie op dit vaarwater Beperkte doorvaarthoogte in meters

Drinkwater voor schepen Verboden tot ankeren en meren
Tell-tales Tell-tales zijn dunne draadjes die aan beide zijden van het zeil worden bevestigd als hulpmiddel om te bepalen of de zeilen goed staan. Als de draadjes aan weerszijden recht achteruit waaien, staat het zeil goed. Ze worden vooral toegepast om hoog aan de wind een zo hoog mogelijke koers te kunnen handhaven. Wanneer de tell-tales aan loef heen en weer beginnen te fladderen is de koers te hoog en moet dus iets afgevallen worden, terwijl gefladder aan lij aangeeft dat nog verder opgeloefd kan worden.
Temperatuur
schaal
Als temperatuur alleen met een getal wordt aangegeven kan je er vanuit gaan dat graden Celsius wordt bedoeld. In oude geschriften of Engelstalige handboeken kom je echter Fahrenheit tegen.
Hoe reken je ook weer om? Even opfrissen:
Het vriespunt van water ligt op 0º C = 32º F
Het kookpunt van water ligt op 100º C = 212º F
Het verschil tussen vries- en kookpunt is bij Celsius dus 100 graden en bij Fahrenheit 180 graden.
Bij het omrekenen van º C naar º F vermenigvuldig je met 1,8 en telt daar 32 bij op.
Bij omrekenen van º F naar º C verminder je met 32 en deelt de rest door 1,8.
Voor de muggenzifters onder ons, jazeker, er is ook nog de absolute schaal van Kelvin, waar het nulpunt op -273,15º C ligt met een verdeling als bij Celsius. Van º C naar K dus 273 bijtellen.
Voorbeeld van notatie: 20°C = 68°F = 293K (bij Kelvin geen gradenteken).
Terminal In de gebruikelijke betekenis de benaming voor het begin- of eindpunt van een scheep- of luchtvaartverbinding. Een terminal is echter ook het aangeperste eindstuk van een staalkabel.
Tessarakonth
Theehut Theehut is de benaming van de opbouw vóór de stuurhut bij grotere sleepboten en dient als bemanningsverblijf. Meestal zijn er meerdere hutten in te vinden.
Thermostaat Om de motor bij verschillende belasting op bedrijfstemperatuur (80º tot 90º) te houden wordt de grootte van het koelcircuit naar behoefte verkleind/vergroot door een thermostaat. Deze bestaat uit een klep die door een krachtige veer gesloten wordt gehouden en alleen bij een door de fabriek ingestelde temperatuur open gaat. De werking kan je als volgt controleren. Verwijder de thermostaat uit het koelcircuit en kijk of hij helemaal is gesloten. Verwarm een pan met water tot ong. 70º C, doe de thermostaat er in en controleer na een paar minuten of hij nog is gesloten. Verhoog de temperatuur van het water tot boven de 90º C en controleer na ongeveer 5 minuten of de thermostaat zich nu voldoende heeft geopend (ongeveer 7mm). Als dit  niet naar behoren gebeurt is het tijd voor vervanging. Let op dat bij het terugzetten het by-pass gaatje aan de bovenkant (op 12 uur) komt. Kijk voor koelproblemen ook bij motor wordt te heet.

gesloten

geopend
Thuishaven Van oudsher de plaats waar het schip en bemanning vandaan komt. In de huidige beroepsvaart echter ook de plaatsnaam van de rederij, zelfs als dat een plaats zonder haven is. Als pleziervaarder is de keuze dus vrij. Ofwel de ligplaats van het schip, ofwel de woonplaats van de schipper of eigenaar. Dit geldt ook voor de nationaliteitsvlag. Een ander punt is of je de naam van die thuishaven nu wel of niet op de achterkant van je schip moet voeren? Het antwoord is kort: neen! Om het aanroepen van een schip mogelijk te maken dient het wel een scheepsnaam of kenspreuk te voeren, welke aan de buitenzijde in lichte letters op een donkere achtergrond (of andersom) is aangebracht. Volgens artikel 2.02 BPR (kentekens van kleine schepen) moet tevens de naam en woonplaats van de eigenaar op een in het oog vallende plaats binnen of buiten zijn aangebracht. Omdat deze gegevens alleen van belang zijn voor het opsporen van de eigenaar bij een onbemande boot lijkt het raadzaam dit toch maar niet te opvallend te plaatsen, maar ergens in de kajuit. Overigens is het voeren van scheepsnaam en/of thuishaven op de achterzijde van het schip natuurlijk niet verboden. Als je daar gebruik van maakt, doe het dan wel op de goede manier; links de scheepsnaam rechts de thuishaven, of scheepsnaam boven, thuishaven onder. Thuishaven zonder scheepsnaam midden of rechts. In Belgie is het voeren van scheepsnaam en thuishaven op de achterzijde overigens wel verplicht en dan leesbaar op een afstand van 50 meter!
Tiburin Soms vind je wetenwaardigheden die niet direct met scheepvaart te maken hebben, maar toch vermeldenswaardig zijn. Het Nieuw en Volkomen Woordenboek van Konsten en Weetenschappen uit 1775 geeft bij "Tiburin" de volgende omschrijving: "Is een wreede visch, die op menschen aast en omtrent het eiland Cuba gevonden wordt. Vincentius Blanc verhaalt dat hy om een mensch magtig te worden, een schip wel 500 mylen nazwemt. Dit beverstigt hy met het voorbeeld van een Spaansche kapitein, komende van Florida. Deeze wierd van Porto-Rico van zoodanig een visch vervolgt, alwaar hy eindelyk gevangen wierd. Men vond in zyn buik het hoofd en de horens van een ram, dien de matroozen reeds voor eenige dagen over boord hadden geworpen".
Tips en Trucs Nuttige tips op hccwatersport.
Tjalk
Tjotter
Tochtschuit
Toerenteller Voor gebruik bij dieselmotoren zijn speciale elektronische toerentellers beschikbaar. Zo'n toerenteller wordt niet op de motor maar op het W-contact van een drie-fasen wisselstroomdynamo aangesloten. Als dat W-contact ontbreekt kan het eenvoudig en voor weinig kosten worden aangebracht door een revisiebedrijf voor startmotoren en dynamo's. Een doe-het-zelver die een draadje kan solderen doet het zelf. Vaak hoeft het dynamohuis niet eens open. Download The 12 Volt Doctor's Alternator Book en kijk op de pagina's 83 en 111. Niet de PDF-nummering, maar de eigen paginanummering.
Een toerenteller wordt geleverd met schema waardoor aansluiten een simpel klusje is. Het is wel noodzakelijk de teller te ijken a.d.h.v. een mechanische (hand)toerenteller die op de krukas van de motor gehouden wordt en meestal bij voornoemd bedrijf in bruikleen beschikbaar is. Met een stelschroefje wordt de elektronische toerenteller dan "gelijk" gezet.
Jeroen de Haan geeft op zijn site een tip voor het afstellen zonder handtoerenteller. Plak twee stickers op het vliegwiel tegenover elkaar en zet de motor aan. Beschijn het vliegwiel met een TL lamp op het lichtnet (50Hz). Als de twee stickers stilstaan, draait de motor exact 1500 toeren. Met één sticker kan ook, maar die staat pas stil bij 3000 toeren.
Een toerenteller is met behoorlijke nauwkeurigheid als snelheidsmeter te gebruiken Zie kilometerraai.
Toilet Scheepstoilet, ook wel aangeduid als plee, gemak, galjoen, of de plek voor het heimelyk gevoeg. Kortom de plaats waar je walstoter (drol van een zeeman) te water wordt gelaten. Zie onder-  en bovenwatertoilet, die overigens m.i.v. 2009 niet meer zijn toegestaan. Het woord toilet behoorde aanvankelijk tot deftig taalgebruik. Na de invoering in de 20e eeuw van het watercloset ontstond een contrast tussen beide woorden: een plee werkte zonder stromend water. Tegenwoordig is plee weer synoniem met wc en toilet, maar behoort het tot een platter stijlregister. "WC" komt van het Engelse "water closet" (waterkast) en "toilet" kan ook betrekking hebben op de handelingen om je te kleden en te kappen of de aanduiding voor een damesjapon, een fijn lijnwaad of zijde. Verwant: vuilwatertank.
Tonnage Als iemand je vraagt wat de tonnage van je schip is, zal je als antwoord het gewicht in kilo's [tonnen] geven, een getal dat tevens de waterverplaatsing aangeeft. Vooropgesteld dat je het gewicht weet is dit het juiste antwoord. In de beroepsvaart wordt tonnage echter ook anders aangegeven. Voor waterverplaatsing, draagvermogen en laadvermogen van binnenschepen en tankers geldt hetzelfde [1000 kilo is een ton], maar voor zeegaande vracht- en passagiersschepen wordt de inhoudsmaat bruto registerton gebruikt. Dat is 100 kubieke voet of 2,83m³. De netto registerton, de daadwerkelijke laadruimte, wordt volgens internationale regels vastgesteld door bepaalde ruimten van de bruto inhoud af te trekken.
Tonnen Zie betonning.
Torenkijker In vroeger tijden werd bij terugkeer van het eerste schip van de vissersvloot een bal gehesen op de kerktoren. Dat was het werk van de torenkijker, aanzegger of bonbroodwinner (Vlaardingen).
Torenzeil
Driehoekig grootzeil zonder gaffel dat tot de top van de mast reikt. Ook wel bermudazeil of marconizeil genoemd. "Bermudazeil" (-tuig) omdat het in de 19e eeuw reeds in gebruik was op de Bermuda eilanden en "marconizeil" (-tuig) omdat de lange mast (paalmast) deed denken aan de lange zendmasten van Marconi's draadloze telegrafie. Dezelfde zeilvorm was in de 17e eeuw al in Nederland in gebruik op kubboot, gondel en Aalsmeerse punter [Me]. De bediening van het grootzeil is relatief eenvoudig met weinig lopend want en door een voorspelbaar gedrag ideaal om te leren zeilen. Uitstekend geschikt voor wedstrijdzeilen. Er kan scherper aan de wind worden gezeild dan met een gaffeltuig, daarentegen minder snel bij ruime wind. Nadeel is dat de zeilen steeds op de juiste spanning moeten staan en het strijken niet bij elke voorliggende koers even gemakkelijk gaat, want het voorlijk kan bij spanning op het zeil lelijk vast lopen. Op het plaatje een kitsgetuigd schip (twee masten) met torenzeil en kotterstag (meer dan één fok).
Touw

Touw voor lijnen of trossen. Het meest gebruikt is wantslag (rechtsom) geslagen touw, dat uit verschillende linksom in elkaar gedraaide strengen bestaat. Tegenwoordig meest drie strengen (kardelen). Voor schoten en vallen wordt liefst gevlochten touw gebruikt dat minder rek heeft en gemakkelijk door blokken loopt. Bij gevlochten touw als tros spreekt men wel over een deltatros en het is haast ondoenlijk om dat te splitsen. Vroeger bestond touw uit natuurvezels als hennep, manilla, sisal of kokos. Henneptouw heeft losse, harde en harige vezels en neemt gemakkelijk vocht op. Het zinkt snel, is zwaar en werd vaak geteerd (lapzalven) tegen vochtopname. Manillatouw wordt gemaakt van de bladvezels van de stam van de wilde banaan. Het is glad en hard, neemt weinig vocht op, maar is niet zo sterk als hennep. Sisaltouw wordt gemaakt van de vezels van de Agave; is goedkoper dan hennep of manilla en wordt als vervanging daarvoor gebruikt. Kokostouw wordt gemaakt van de vezels rond de kokosnoot, het is zeer rotbestendig en wordt gebruikt voor stootkussens, leguanen en kabelaring. In de VOC-tijd werd in Indië touw geslagen van de bastvezels van de vijgeboom (ficus). Dat "vijgertouw" had dezelfde eigenschappen als kokostouw. De verzamelnaam voor al dat touwerk was koordasie en men gebruikte namen als: kabeltouw, poorttouw, putstouw, zwabbertouw, gietouw, sjortouw, plichttouw, rakketouw, haketouw, bootstouw... Moderne touwsoorten zijn van kunststof, zoals polyamide (nylon), polyester (tergal, vectron, dracon) of polypropyleen (toplon, danaflex, primaflex) met soms zelfs kevlar als versterking. Polyamidetouw heeft de meeste rek en is daardoor zeer geschikt als anker-, meer-, of sleeplijn. Polyestertouw heeft weinig rek en is goed bestand tegen schavielen. Polypropyleentouw drijft en heeft weinig rek en kan zelfs zo gefabriceerd worden dat het eruit ziet en aanvoelt als ouderwets henneptouw.
Ledige touwen: dus noemd men aan boord van een schip die touwen, dewelke door geen blok of katrol lopen [NvW].
Verwant: splitsen, bindsels en knopen.
Trailer
hellingen
Zie Trailerhellingen in Nederland per plaats of vaarweg.
Traverseren Het oversteken van een rivier door schuin tegen de stroming in te varen en op die manier recht aan de overkant uit te komen. Een rivierpontje voor "kleine overvaarten" noemde men een traversier.
Treil of trawl Het zakvormig sleepnet, dat over de zeebodem wordt gesleept om garnalen, platvis en in ondiepe wateren ook rondvis en haringachtigen te vangen. In de diepzeevisserij (pelagische visserij) wordt een zwevend treilnet gebruikt om domweg alles (behalve bodembewoners) te vangen. Zie ook: trawler.
Trekschuit
Trenzen Bij dikker touw of staalkabel wordt de tussenruimte tussen de strengen opgevuld met lossig touw, waardoor de omtrek gladder wordt en een smarting of bindsel beter aangelegd kan worden.
Trimmen Het dusdanig verdelen van gewicht dat de boot niet te veel voor- of achterover ligt. Men spreekt ook van trimmen bij het aanpassen van de stand van het zeil aan de windrichting. Verwant ballast.
Trimvlak Bij hoge snelheden heeft een waterverplaatsend schip de neiging zich aan de achterzijde in het water vast te trekken. Vooral bij een sterk geveegd onderwaterschip kan dit een probleem worden. Een redelijk werkende oplossing is het achterschip een stukje te verlengen met een plaat die ten opzichte van het vlak enigszins naar beneden loopt. De "kont" krijgt hierdoor meer lift en zal niet zo gemakkelijk naar beneden trekken. Zo'n trimvlak kan bestaan uit een enkele plaat onder water, maar kan ook dienen als bodem voor een vuilwatertank c.q. vast zwemplateau.
Trolling valve Ook wel genoemd trawling valve of slenterklep. Het is de mogelijkheid om de keerkoppeling traploos te laten slipppen, zodat ondanks de vaste reductie de schroefas toch op elk gewenst toerental kan draaien om bijvoorbeeld langzame manoeuvres in een jachthaven uit te voeren. Trolling geeft ook de mogelijkheid om de boot bij geringe stroming stil te laten liggen of zeer langzaam te varen, zoals dat in de trawlvisserij gebeurt (vandaar de naam). Verder behoort de inschakelklap van het koppelingsmechanisme tot het verleden.
Tros Als een touw een omtrek heeft van niet meer dan 4cm spreekt men van een lijn.
Bij een dikkere lijn spreekt men van een tros en bij een driestrengstros van een kabel. Zulke kabels worden in kabelslag vervaardigd. D.w.z. de trossen worden in wantslag (rechtsom) geslagen en drie van die trossen worden als strengen in kabelslag (linksom) tot een kabel geslagen. Bij staalkabel kent men ook de langslag, genoemd naar ene meneer Lang die de methode invoerde waarbij trossen en kabel in dezelfde richting zijn geslagen. Hierdoor ontstaat een zeer soepele staalkabel.
Truilen Benaming uit de Noordwesthoek van Overijssel voor het met een vaarboom vanaf de wal voortduwen van de boot. Met name punters, vlotten en bokken. Klik hier voor een beschrijving en afbeelding.
Trijsen Trijsen is hijsen. De trijs was het touw waarmee een blindera (het dwarshout aan de boegspriet) aan lijzijde gebrast (omhoog getrokken) kon worden om te voorkomen dat de ranok in het water komt wanneer bij de wind gezeild wordt.
Tucht Tijdens de lange tochten vroeger was tucht aan boord een noodzaak. Zie straffen aan boord.
Tuigage Of takelage; verzamelnaam uit de zeiltijd, waaronder alles wordt verstaan dat nodig is om het schip op windkracht te kunnen varen. De rondhouten, het staande en lopende want en de zeilen. Staand want: de ondersteuning van de mast. Onder rondhout wordt verstaan de mast, giek, gaffel, boegspriet en vroeger bij handelsschepen de laadbomen. Klik op een van de volgende links voor de zeilbenamingen van een: brik(binnenvaart)klipper of viermastbark en het rondhout- en tuigplan van een driemaster.
Bij tuigage worden twee hoofdvormen onderscheiden en een combinatievorm.
Vierkant- of dwarsscheeps getuigd, uitsluitend ra- of vierkante zeilen, b.v. volschepen.
Langsscheepsgetuigd, uitsluitend snij- of langsscheepse zeilen, b.v. schoeners en moderne zeiljachten.
Langs- en dwarsscheepsgetuigd, een combinatie van snij- en razeilen, b.v. barken en brikken.
Tuigketting Ketting met bijna ronde schakels die gemakkelijk door een blok loopt. Werd o.a. gebruikt bij kettingbesturing, maar in de zeiltijd vooral als vervanging van lopend touwwerk (b.v. schoten en draairepen) op plekken die sterk aan slijtage onderhevig waren. Vandaar de toevoeging "tuig"."Verwant: damketting.
Turfschip
Twinrigging Twinrigvisserij is een pas in 1983 door Deense vissers ontwikkelde vorm van visserij. De Nederlandse belangstelling voor deze zomerse visserij is uiterst pril en ondergaat sinds 1999 een sterke ontwikkeling. Het zijn vooral de eigenaren van Eurokotters en grote boomkorkotters die deze vorm van vissen met twee (twin) sleepnetten omarmen. Er kan volstaan worden met veel minder motorvermogen, dus minder brandstof en de vangst is schoner en minder beschadigd. De betere kwaliteit vis levert bovendien meer op.
Tij Zie getij- of getijdewater.

 

Heel graag op- of aanmerkingen.

Op alle materiaal (layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming.

Mocht je ondanks alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.

verantwoording