|
|
|
|
| Fahrenheit |
Fahrenheit was vroeger de meest gebruikelijke temperatuuraanduiding. In Nederland zeker tot
de jaren vijftig en nu nog steeds in Engelstalig gebied. Een zomers
temperatuurtje van 80º was zeer
aangenaam. Iedereen wist wat dat inhield. Wij niet meer. (26ºC). Hoe reken je ook weer om? Kijk bij temperatuurschaal. |
| Fender of Stootwil
|
In de pleziervaart is fender een ander woord voor stootkussen of stootwil: "[willen]: Stucken van oude kabels, die
men buitewaerts tegen de zijde van het schip hangt, om quetzinge voor te komen".
De willen werden ook wel schuttouw genoemd. De oude benamingen voor een
stootkussen was: Poddingzak of wrijfworst. In de beroepsvaart zal men met fender over het algemeen de horizontale beschermrand van touw, rubber of kunststof bedoelen aan voor- en achtersteven van b.v. sleepboten, maar ook langs steigers en aan berghouten. De lengte van een stootwil moet ongeveer 2/3 van de hoogte van het vrijboord zijn. Bevestig aan de stootwil een lijn van een dusdanige lengte dat deze vanaf elke plek van het schip tot plat in het water gelaten kan worden. Een snelle en doeltreffende methode om de stootwil uit te hangen is het gebruik van de mastworp. Met deze knoop kan je (na enige oefening) de stootwillen snel uithangen en/of in hoogte verstellen. De mastworp wordt weliswaar als onbetrouwbaar beschouwd omdat hij bij glad touw iets kan slippen, maar dat is voor een stootwil onbelangrijk.
|
| Ferrietuig |
Een spriettuig heeft het bezwaar dat het zeil over één boeg altijd tegen de spriet hangt en daarmee de bolling tegenhoudt. Het ferriezeil is op een andere wijze aan de spriet bevestigd waardoor het zeil bij overstag gaan over de spriet gehaald kan worden, wat overigens bij korte kruisrakken vanwege de bewerkelijkheid niet gedaan werd. Ferrietuig werd in de tijd van Groenewegen geschreven als ferrytuig en in de 19e eeuw als ferrijtuig. |
| Films/video's | Collega Pieter Klein van Binnenvaarttaal maakte een lijst van scheepvaartfilms die op het kustvaartforum zijn verschenen. |
| Filter | Zie brandstoffilter (dieselbacterie), waterafscheider en wierpot. |
| Fishfinder | Echolood waarmee onder/voor de boot naar vis gezocht kan worden, tevens dieptemeter. |
| Fittingen | In het 12/24V boordnet worden voor verlichting alle denkbare lampfittingen
gebruikt. Thuis zijn we gewend aan de grote (E27) en kleine fitting (E14) voor
gloeilampen, spaarlampen en ledlampen.
Daarnaast de zeer fragiele en steeds minder toegepaste twee pens (bi-pin) G4 steeklamp
voor halogeenverlichting. Voor aan boord ligt dat anders. Zeker bij oude schepen is een
zeer grote verscheidenheid aan schroef-, steek-, klem- en bajonetfittingen voorhanden. Om
enige duidelijkheid (nou ja) te scheppen volgen hier de meest voorkomende coderingen. Halogeen in verlichting: bajonet Ba en twee pens steeklamp G4. Halogeen in schijnwerpers: twee pens G6, platte stekerpen PK, ronde stekerpen P en buis R7s. Koudspiegel: twee pens GZ en GX. Buis: verschillende lengtes in klemfitting S8,5 PLS (spaar) in twee pens G23 en vier pens 2G7 Gloeilampen: zie plaatje voor onderlinge verhouding van schroef- en bajonetcodering.
|
| Flamberen | In scheepvaarttermen is flamberen het in konvooivaart berispen van een schip dat zich niet op zijn post bevindt of van de bevelen van de konvooileider afwijkt. Van Lennep spreekt in 1856 al over "een sein en een schot als bewijs van ontevredenheid". |
| Flapkan | Drinkkan met deksel. De inhoud was een mengel = 2 pinten = 1,2 liter, maar ook wel als 10 mutsjes = 1,5 liter. Schepelingen kregen een flapkan bier per dag om "het voedsel te verteren en diende wel gehopt en in de lente of grasmaand te zijn gebrouwen" [NW 415]. Dit standaardrantsoen verdween in de loop van de 17e eeuw omdat het ouderwets gebrouwen bier op lange reizen niet houdbaar was. Op korte reizen naar de Noord- en Oostzee bleef bier wel dé scheepsdrank. Verwant: bottelier, victualiën, zeemansvoeding. |
| Flexibele koppeling | Een flexibele koppeling, ook wel elastische koppeling genoemd, zorgt voor een trillingdempende verbinding tussen schroefas en aandrijving. Ondanks de aanduiding flexibel betreft het een starre verbinding, d.w.z. schroefas en motor + keerkoppeling moeten "in lijn" staan. Nagenoeg in lijn staan, want bij moderne flex-koppelingen is een uitlijnfout tot 2° mogelijk. De meeste fabrikanten leveren flexibele koppelingen die door een ingebouwde stuwdrukdemper de stuwkracht met gedempte axiale trillingen op motor en steunen kunnen overbrengen. Wanneer de motoropstelling dit niet kan verdragen, dient een afzonderlijk stuwdruklager te worden toegepast. Verwant uitlijnen, homokineet. |
| Flottielje | Flottielje wordt gebruikt om een groter verband van oorlogsschepen aan te duiden. Dit in tegenstelling tot een smaldeel of eskader. Een flottielje bestaat uit meerdere divisies (groep van gelijksoortige lichte oorlogsschepen) met benodigde ondersteuning als vlaggenschepen en tankers. Het kan een administratieve aanduiding zijn, maar ook een tactische. Een verzameling schepen bij zeil- en historische evenementen wordt ook wel flottielje genoemd. De oorsprong van het woord lijkt uit het Spaanse flotilla te komen als verkleinwoord van flota (vloot). |
| Fluitlicht | De meer gangbare naam voor het geel helder rondom schijnend licht dat een groot motorschip gelijktijdig met een geluidssein moet tonen. Art 4.01 lid 2 BPR. |
| Fluitschip |
| Fok | De fok is het driehoekig zeil aan de voorstag of fokkestag van een zeilschip. Het zeil is zo gesneden dat het net voorbij de mast komt, maar toch een spleet openlaat naar het grootzeil. De fok dient niet alleen om meer wind te vangen, maar vooral als hulpmiddel bij het wenden en laveren. De fokkeloet (oude naam: ganzenvleugel) is het rondhout waarmee de fok op een voor-de-windse koers wordt uitgehouden [te loevert gezet], waarbij het ene uiteinde tegen de mast, en het andere in de schoothoek [onderhoek] van de fok steunt. De touwleuver, het oog op die plek voor de fokkeschoten, werd mot genoemd. Een bolgesneden brede en zeer grote fok, die wel op een voordewindse koers met weinig of matige wind wordt gebruikt, heet halfwinder. Op vierkantgetuigde schepen is de fok het onderste razeil aan de voormast. Verwant: genua, spinnaker. |
| Fokkeboom | Het rondhout bij de onderkant van de fok (het voorzeil), dat het mogelijk maakt dat de fok bij het overstag gaan vanzelf naar de andere kant, het andere boord, over gaat. |
| Foksel | Bemannings(slaap)verblijf voorin de boeg. Ook wel de algemene benaming voor een bemanningsverblijf ongeacht de plek. De naam komt van het Engelse fo'cs'le [forecastle, het voorkasteel op Middeleeuwse schepen]. Het was slecht toeven in de piek, de lage taps toelopende ruimte, die ook nog gebruikt werd als kabelgat, of waar het volkslogies direct boven lag. Op het noordelijk halfrond altijd koud en klam en op het zuidelijk halfrond bloedheet en klam. De benaming voor het kabelgat was niet voor niets "hel". |
| Franse motor |
| Fregat |
| Fries jacht |
| Friese boot |
| Friese maatkast |
| Friese tjalk |
| Fuikwanden | Bij de aanleggelegenheid van een pontveer met koplading lopen de wanden met sterke, soms verende, stootbalken net als bij een fuik steeds dichter naar elkaar. Deze fuikwandmethode is min of meer terug te vinden bij het remmingwerk (geleidingshoofd) dat de toegang tot een sluis of ander kunstwerk vormt. |
| FZP | FZP (Fries Zomer Peil) is een niveau- of referentievlak ten opzichte waarvan waterhoogten (in Friesland) kunnen worden uitgedrukt. Het ligt op NAP-66cm. Zie ook LLWS en LAT. |
Op alle materiaal
(layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke
toestemming.
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.