|
| Ra | De rondhouten op een vierkantgetuigd schip, waaraan de zeilen worden gevoerd. De ra's zijn beweegbaar aan de voorkant van de mast bevestigd. Men onderscheidt onderra's en marsera's (bovenra's). In de 17e eeuw kende men ree of roe(de). Men sprak b.v. over een begijn-ree en een bezaans-roede. Bij gevechtshandelingen gingen de "raas in ketting": ... en men de groote Fokke-Raas met yseren Kettingen, boven onder de Mars of Mastkorf vastmaakt, op dat zy door den Vyand niet zoo ligt van boven neder kan geschooten worden [NvW]. Verwant: Brassen. |
| Raai | Zie kilometerraai. |
| Raamrubber vervangen |
Het
vervangen van raamrubbers is een handigheid. De een zal er altijd problemen mee hebben,
voor de ander is het een fluitje van een cent. Ikzelf was er nooit handig in en ben
inmiddels, ook om van de eeuwige zwarte strepen af te zijn, overgegaan op aluminium. Er zijn ruwweg twee methoden. 1. Rubber rond het glas en dan het geheel plaatsen. (met helper) 2. Rubber in de sponning en daarna het glas plaatsen. (e.v.t. zonder helper) Methode 1. Breng het rubber met de uiteinden naar boven om het glas aan, e.v.t. met tape vastzetten. Leg een touwtje rondom in de buitenste sleuf van het rubber en smeer sleuf en randen van de sponning in met afwasmiddel of nog beter vaseline. Glas met rubber kan nu met de onderkant vanaf de buitenzijde in de sponning gezet worden. Er moet met kracht gedrukt worden terwijl een helper aan de binnenzijde het touwtje rondom eruit trekt. Als het goed gaat springt het rubber over de rand op z'n plek. Let goed op dat tijdens deze operatie het glas goed recht staat en geen overdreven kracht wordt gebruikt waardoor het raam naar binnen wordt gedrukt en het hele verhaal overnieuw kan beginnen. Bij moeilijke stukken voorzichtig met een rubber hamer kloppen. Als de touwmethode niet lukt kunnen de randen ook met een kunststof- of houten spatel stukje voor stukje omgewerkt worden. Voor het aanbrengen van de pees is een pezentrekker (pees-spie trekker) nodig die vaak in bruikleen wordt gegeven door de leverancier. Gebruik ook hier afwasmiddel of vaseline. Snijd de pees pas op lengte als hij er bijna helemaal inzit en zorg dat de uiteinden niet samenvallen met die van het rubber. Methode 2. Breng het rubber met de uiteinden naar boven in de sponning aan, e.v.t. met tape vastzetten. Smeer de binnengleuf in met afwasmiddel of vaseline. Plaats het glas vanaf de buitenzijde met een onderhoek in het rubber en houdt het zonder kracht op zijn plek. Werk het rubber met een kunststof- of houten spatel van onder af voorzichtig stukje voor stukje om het glas. Soms kan een heel stuk "geritst" worden. Met een helper is het gemakkelijker, die kan bij lastige stukken vanaf de binnenzijde werken. Verwant: aluminium ramen en soepel houden van rubber. |
| Radar | Het woord is een samentrekking van RAdio Detection And Ranging. Met een ronddraaiende antenne wordt snel na elkaar steeds een bundel elektromagnetische golven van een zeer hoge frequentie (9300 Mhz) uitgezonden. Voorwerpen, die in de bundel komen, reflecteren de golven naar de antenne die gekoppeld is aan een radarontvanger welke de tijd die de (zwakke) echo nodig heeft verwerkt tot een afstand en het voorwerp zichtbaar maakt. Op het beeldscherm is de antennepositie (het eigen schip) het middelpunt en wordt de bundel als een ronddraaiende streep geprojecteerd, enigszins vergelijkbaar met een ronddraaiend zoeklicht. Telkens als de streep hetzelfde punt passeert wordt betreffende echo vernieuwd. Op die manier is de richting van een bewegend voorwerp te bepalen. Ook de snelheid, maar dat vergt zeer veel ervaring. Voor gebruik op binnenwater is alleen zeer dure professionele apparatuur welke ook voorwerpen op korte afstand reflecteert geschikt. Voor de pleziervaart bestaat weliswaar een "goedkopere" jachtenradar, maar deze is veel te grofmazig en kan/mag alleen op zee en ruim water (IJsselmeer, Oosterschelde e.d.) gebruikt worden. Het watersportverbond vindt dan ook dat radar voor pleziervaartuigen op binnenwater - tot nu toe - onder de categorie leuke toeters en bellen valt. Voor wie bereid is zo'n 10.000 euro neer te tellen is er wellicht hoop. Alphatron Marine levert een geïntegreerd totaalpakket dat gebruik maakt van navigatiesoftware van het Amerikaanse Nobeltec. De radar is verbonden met een digitaal kaartsysteem op een laptop waar beide beelden over elkaar worden geprojecteerd. De gebruiker zal nog steeds een radardiploma moeten halen, maar krijgt dan een perfecte visualisatie van zijn/haar positie met omringende scheepvaart. Voorlopig [2006] alleen te combineren met zeekaarten. Afwachten dus of de prijs van een combinatie binnenvaartradar en -kaarten hetzelfde is... |
| Radaropleiding | Er zijn maar weinig mogelijkheden voor de pleziervaarder. De schipper werd attent gemaakt op twee opleidingen. Het gaat om onze zuiderbuur NaviClass met een driedaagse theorie- en praktijkopleiding op een varend binnenschip op de Schelde en in Nederland om de praktijkgerichte radarcursus voor watersporters van Peters Marine Consultancy. Bij PMC is zelfs privé-les op eigen boot met radar mogelijk. |
| Raderboot |
| Rak | Rechte zeiltrajecten worden een rak genoemd. Voor-de-winds rak en kruisrak zijn aanduidingen voor trajecten van de wind en in de wind. De termen worden hoofdzakelijk in de wedstrijdsport gebezigd, want bij gewoon toerzeilen wordt meestal alleen een kruisrak bedoeld. "Rak" is eigenlijk de benaming voor een recht stuk waterweg tussen twee bochten, boeien of andere wateren. Een ent zees of wegs tussen het ene land of hoofd en het andere land. De betekenis is terug te vinden in namen als Damrak, Volkerak en Langerak. Het is echter ook de benaming voor de verbinding tussen ra of gaffel met de mast. Zie ook kloot en slagboegen. |
| Rakbanden | De van kloten (kralen) voorziene lijn die het zeil aan de mast houdt |
| Ratjepé | Alleen als wetenswaardigheid. Tot het midden van de vorige eeuw werd wereldwijd bij alle marine's een bruine sneldrogende verf gebruikt voor het ijzerwerk en in het bijzonder ter voorkoming van aangroei van de scheepshuid. Eigenlijk dus menie en antifouling tegelijk. Het giftige goedje dat in 1860 was uitgevonden door Captain John Rathjen uit Bremerhaven bevatte o.m. lood, arsenicum en koper en werkte verbazend goed. Op de bussen stond "Rathjen's Patent Paint". De maten verbasterden dit tot "ratjepé". |
| Ravallen | Zie straffen aan boord. |
| Rechter oever |
Zie linkeroever Nee, geen grap. |
| Rechtsteven | Verzamelnaam voor schepen met een hellende steven met rechte stevenbalk. Kwam vooral voor bij oude vissersschepen. Men noemde de zware balk streek [PvD]. Voorbeelden zijn blazer, grundel, hengst, hoogaars, schokker en pluut. Verwant steilsteven, kromsteven. |
Reddingvest![]() |
Met een goed reddingvest kan je niet zwemmen. Het heeft aan de borstzijde
meer vulling en een dikke kraag zorgt dat de drenkeling ook op ruw water in bewusteloze
toestand met het gezicht boven water blijft. Een opblaasbare wordt sinds de tweede
wereldoorlog Mae West genoemd naar de toen bekende rondborstige filmster. Volgens
de piloten van de RAF: "Because it bulges in the right places". De automatische
versie van zo'n inflatable draagt comfortabel, maar is niet 100% betrouwbaar
getuige een dodelijk ongeval in de haven van Enkhuizen in oktober 2004, waarbij het
opblaasmechanisme weigerde. Jaarlijkse controle is dus absoluut noodzakelijk! Sinds enige
jaren bestaan er Europese normen (EN) voor alle reddingvesten. Ze zijn ingedeeld op
drijfvermogen en mate van veiligheid voor een bewusteloze drenkeling. De zwaarste
aanduiding is 275N. De letter N staat voor Newton, waarbij elke 10 Newton 1 kg
drijfvermogen geeft, in hoofdzaak gerelateerd aan het gewicht van de gedragen kleding. Bij
het dragen van een zeilpak of andere zwaarweerkleding adviseert de KNRM een reddingvest
van 275N. Voor rustig binnenwater en bij gebruik van zomerkleding kan echter prima een
reddingvest met een lager normnummer worden toegepast. 100N, of liever 150N. Pas op bij
luier dragende peuters. Moderne wegwerpluiers hebben een enorm drijfvermogen, waardoor het
kindje voorover met de kont omhoog komt te liggen. Deze toestand duurt tot de luier zich
vol gezogen heeft met water. Ronduit gevaarlijk dus. Gebruik daarom bij luierdragertjes
een vest van minimaal 150N. De laagste norm 50N biedt geen bescherming bij bewusteloosheid
en is daarom geen reddingvest maar een drijfhulpmiddel. De afbeelding is van een
lifejacket zoals eind 19e eeuw door de bemanning van een Engelse lifeboat werd gebruikt.
Let op de grotere kurken aan de voorzijde. Dit artikel is tot stand gekomen in samenspraak met de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij KNRM. Verwant: drenkeling, onderkoeling en man over boord. |
| Ree! | Uitroep van de roerganger voorafgaand aan het overstag gaan bij een zeilboot. Ree in de betekenis van "klaar" (gereed) of "roer naar lij". De uitroep was oorspronkelijk reeree [NW]. In de praktijk zal het commando gegeven worden na de waarschuwing: "klaar om te wenden", waarna bij "ree" de fok los gelaten kan worden waardoor de kracht op het grootzeil de overhand krijgt en de boot laat oploeven. |
| Reep | Ander woord voor touw of lijn. Het Engelse rope (touw) zou ten grondslag liggen aan reep. Het touw met drijvers aan een visnet heet zo, maar we zien het ook in combinatiewoorden als talreep, valreep, smeerreep en stuurreep. Over de stuurreep valt nog wat aardigs te vertellen. Pas met de toepassing van het stuurrad aan het eind van 17e eeuw kwam de stuurreep in beeld. De helmstok werd verkort en aan weerszijde werd een reep bevestigd die via blokken naar het stuurrad liep. De beste stuurrepen kwamen van de walrussen uit de Witte Zee. Het waren als touw ineengevlochten repen walrushuid. |
| Reepschieter | Jonge opvarende van een drijfnetvisser die bij het inhalen van de vleet belast is met het opschieten van de reep in het reepruim. Net een tikje hoger dan een afhouder. |
| Registratie | Plezierjachten, uitgezonderd snelle motorboten, hoeven niet geregistreerd
te worden. Er bestaat een mogelijkheid je schip te boek te laten stellen bij het kadaster,
maar dat is op vrijwillige basis. Het schip wordt dan afhankelijk van vaargebied als
binnenschip (categorie B) of zeeschip (categorie Z) geregistreerd met een uniek
brandmerknummer. Het leuke is dat op het "roerend" schip nu regels van onroerend
goed van toepassing zijn. Denk aan het verkrijgen van een hypotheek en een betere
juridische bescherming bij diefstal. Verkoop brengt wel papierwerk met zich mee. De
eigendomsakte zal in het kadaster overgeschreven moeten worden. Voor schepen met een
waterverplaatsing van meer dan 10 ton is tussenkomst van een notaris of beëdigd
scheepsmakelaar nodig, voor kleinere vaartuigen niet. Als je hier geen gebruik van wenst te maken kan je de boot ook laten registreren bij de Stichting Nationaal BotenRegister. Nog dit jaar (2005) komt het Nationaal BotenRegister met een serie tag's waarin de gegevens van het vaartuig digitaal zijn opgenomen. Deze tag's kan je op geheime plaatsen aanbrengen waardoor het vaartuig op afstand herkenbaar wordt met een daarvoor bedoelde tagreader. Op verschillende plaatsen in het land zullen deze tagreaders worden geplaatst en zal het vaartuig herkend worden indien het als "gestolen" staat geregistreerd. Snelle motorboten moeten wel een registratiebewijs hebben dat verkrijgbaar is op het postkantoor en volgens voorschrift (uit de bijlage van het registratiebewijs) op de boot moet worden aangebracht. Het aanvraagformulier daarvoor is te downloaden op de site van de RDW. Let op: registratiebewijzen van vóór 1 maart 1995 zijn sinds 1 maart 2000 niet meer geldig. Oude registratiebewijzen moeten op het postkantoor worden omgewisseld. De kosten [prijspeil 2005] zijn 25,70 euro. Het registratienummer blijft gelijk. Kan iemand mij de logica vertellen??? Nieuwe, volgens CE-normen gebouwde schepen, worden tegenwoordig door de bouwer voorzien van een cincode. Kijk verder ook bij thuishaven. |
| Registratie visboten |
Vissersvaartuigen
voeren duidelijk zichtbare lettertekens en nummers. Dit consentnummer geeft aan
in welke thuishaven het schip is ingeschreven. Elke gemeente waar vissersschepen hun
thuishaven hadden moest een register van consenten (vergunningen) bijhouden met doorlopend
nummer. Tegenwoordig samengevoegd in het Centraal
Visserijregister. Omdat het leuk is de thuishaven van het schip te weten, hieronder de
54 nu nog in gebruik zijnde consentletters:
|
| Reglementen | Voor de vaargebieden in Nederland en de kustwateren zijn verschillende reglementen van kracht. De belangrijksten zijn het BPR en RPR. Op het overzichtskaartje kan je zien waar andere reglementen van kracht zijn. |
| Relais | Een relais is een indirect bediende schakelaar die meestal langs elektrische weg via een anker of draaispoel een maak-, breek-, of omkeerverbinding tot stand brengt. Relais kunnen een veel zwaardere stroom schakelen dan een handschakelaar en worden aan boord toegepast bij het op afstand schakelen van zware stroomverbindingen. Voor de bedieningsknop van het relais kan volstaan worden met een dunne schakeldraad. Een aansluitschema bij luchthoorn. |
| Reling | Open hekwerk rond het gangboord, eertijds regeling. Verwant: scepter, verschansing. |
| Remming | Remmingwerk
biedt kunstwerken bescherming tegen schade door aanvaren en geeft soms mogelijkheid
tot tijdelijk afmeren in afwachting van het draaien van brug of sluis. Het is verboden aan
de doorvaartzijde van de remmingwerken te meren omdat de doorvaart voor de beroepsvaart,
die na openen van de brug altijd eerst opvaart, niet belemmerd mag worden. De beschermende
paalconstructie aan het uiteinde van een sluishoofd wordt aanvaarhoofd of geleidingshoofd
genoemd. Verwant: dukdalf, fuikwanden. |
| Reven | Het verkleinen van het
zeiloppervlak bij sterke wind. Het zeil wordt aan het onder- of voorlijk opgerold of samengebonden, m.b.v. ingenaaide riflijntjes
(reefknuttels of seizings) of een doorlopende reeflijn. "Even een rifje zetten".
Een vroegere methode om het zeiloppervlak te verminderen was om het zeil wat omhoog of
naar voren te halen met een kat- of geilijn. Men kende b.v.
de zwane(n)vleugel. Het razeil werd aan loefzijde gegeid (opgehaald) zodat het daar tegen
de ra gebonden was en slechts een gedeelte aan lijzijde (van de wind af) bijstond. Vooral
toegepast om bij te liggen bij zware storm. Op zeegaande vierkantgetuigde
schepen waren de zeilen zo zwaar dat het met een geitalie
gebeurde. De Middeleeuwse zeelui uit de Middellandse Zee kenden het reven niet. Het
zeildoek werd geheel of in het geheel niet gebruikt. De Noorderlingen wisten het wel. Ze
konden het zeiloppervlak verminderen door de zeilen bij de top of in het midden op te
vouwen. (Hendrik Willem van
Loon). Zie ook seizing.
|
| Riem | Een houten spaan met smal roeiblad en lang rond handvat, met ongeveer in het midden een balkje dat in de dol past, of een oog dat om de roeipen scharniert bij het roeien. We kennen bled- en slagriemen. De bledriem heeft een breed roeiblad en de slagriem een ovaal roeiblad. |
| Rinket | Schuif waardoor water in of uit de sluiskolk kan stromen tijdens het schutten. |
| Rivier varen | Varen op rivieren is
weer eens wat anders. Je krijgt te maken met veel beroepsvaart en natuurlijk de kribben.
Belangrijke stelregel: Vaar nooit in het midden, kijk voortdurend om je heen en gebruik de
marifoon om uit te luisteren. Volg bij het maken van contact (b.v. met die "grote
jongen" achter je) de juiste procedure en roep aan met de scheepsnaam. Als je die
niet kunt lezen pak dan de verrekijker... Met name op de Gelderse IJssel kan afhankelijk van het jaargetijde veel stroom staan. Stroomafwaarts varend worden dan ook hoge vaarsnelheden bereikt. Vanwege de drukte of sterke tegenstroom stroomopwaarts, kan je besluiten om te gaan "kribbetje varen". Dat wil zeggen dat je steeds tussen de kribben vaart waar nauwelijks of geen stroom staat en soms zelfs in tegengestelde richting, de neer. Denk bij het ronden van de koppen aan een ruime afstand vanwege de steenstort. Beroepsvaart wil tegenstroom ook graag zo dicht mogelijk langs de kribben varen om zoveel mogelijk buiten de stroomlijn te blijven. Zorg dus dat je er niet tussenkomt. Stroomafwaarts zullen binnenschippers de buitenbochten nemen, daar staat de meeste stroom en stroomopwaarts de binnenbochten. Die vaargeul (stroomlijn of slochter) is d.m.v. bakens op de wal aangegeven. Als je daar op let kan je mooi anticiperen op wat de binnenschipper zal gaan doen. Verder zal het tegemoetkomende vrachtschip bij het varen aan de verkeerde wal zijn blauwe bord tonen. Je hebt daar overigens alleen mee te maken als je zelf stroomafwaarts vaart. Hieronder een afbeelding van een bocht in de rivier met bijbehorende tekens (BPR, bijlage 8, art 5: markering loop van de vaargeul). Verwant: blauw bord, betonning, vaarregels. |
| Rode diesel | Er zijn twee soorten
dieselolie, rode en witte. De brandstof is hetzelfde, maar aan de rode is een kleurstof
toegevoegd die nog heel lang meetbare sporen in de tank achter laat. De rode brandstof is
met minder accijns belast en dus goedkoper. Helaas is het voor de gewone pleziervaarder
niet toegestaan rode diesel voor de voortstuwing te gebruiken, het mag zelfs niet in de
tank aanwezig zijn. Bij een aparte tank voor kachel en/of koken is rode diesel wel
toegestaan. Het komt er dus op neer dat rode diesel slechts brandstof is voor zoals het ministerie van Financiën (tik daar in het zoekveld "rode diesel") omschrijft: "Al het andere dan wegverkeer en pleziervaart". Het ministerie vindt dat financiën met een hoofdletter moet worden geschreven. Klik maar op de link. |
| Roef | Op
binnenwater de benaming voor een kajuit of hut. Op de meeste
binnenvaartschepen bevindt de roef zich achter het stuurhuis en herbergt een complete
woning. Op Franse spitsen zag je die woning wel onder het achterdek omdat dan de volledige
breedte van het schip benut kon worden. De oude benaming coot = achteronder werd
eer aan gedaan. Een soort bakdekker dus. Er zijn ook schepen gebouwd die de roef "aan
de den" hadden. De woonruimte was dan vóór het stuurhuis boven het ruim (de den)
gebouwd. Dat leverde weliswaar veel leefruimte, maar was bepaald niet handig bij laden en
lossen, want dat gedeelte van het ruim moest handmatig gestuwd of gelost worden. Op trekschuiten betaalden de passagiers vroeger wel "roefgeld" om in de roef te mogen zitten. |
| Roeien
|
Om een
boot d.m.v. roeispanen (riemen) voort te bewegen zijn een viertal
methoden; jolroeien, boordroeien, om-en-om roeien en wrikken. Een goed roeitempo is 20 slagen per minuut. Bij het jolroeien
(marineuitdrukking) wordt de boot geroeid door één man met twee riemen. Bij het boordroeien
door meer mensen, hetzij één man per doft met twee riemen,
hetzij twee man naast elkaar op dezelfde doft, waarbij ieder een (kortere) riem hanteert.
|
| Roeiers |
In havens werden de trossen van zeeschepen door roeiboten naar boeien en meerpalen gebracht, geboegseerd. Tegenwoordig met motorvlets, maar die heten nog altijd roeiersboten en hebben meestal een tweekoppige bemanning: de roeier en de vastmaker, in Rotterdam gewoon roeiers geheten, maar in het havengebied van IJmuiden en Amsterdam vletterlieden of de koperen ploeg. Er wordt ook wel eens een barkasroeier of hemelpiloot waargenomen, maar dat is een vlootpredikant. "Boegseren" was oorspronkelijk het voortslepen en manoeuvreren van een zeilschip door een of meerdere sloepen. Vooral het overstag gaan op rivieren en kanalen bij weinig wind was zonder hulp soms onmogelijk. Als het schip met het roer dwars en de fok te loevert weigerde te reageren moest met het bijbootje stevig geroeid worden om de kop alsnog om te krijgen. Het was de kunst wanneer de fok weer wind pakte zo snel mogelijk los te gooien en aan boord te komen. |
| Roer | Zie uit koers, balansroer, propulsieroer en vuistregel roerwerking. |
| Roerkoning | De as door het roerblad waarmee het roer kan worden gedraaid. |
| Roeruitslag | Buiten grootte, vorm en plaats van het roer is de maximale uitslag van belang voor de grootte van de draaicirkel. Sommige fabrikanten van hydraulische besturing beweren met stelligheid dat een uitslag van 35º naar beide kanten het beste rendement geeft. Letterlijk uit de catalogus van Vetus: "Een grotere uitslag geeft voor roeren met de gebruikelijke afmetingen geen extra winst ten aanzien van de manoeuvreerbaarheid, ook al wordt vaak het tegendeel beweerd". De niet nader onderbouwde zinsnede "gebruikelijke afmeting" is vaag. Mijn ervaring bij twee schepen van 10 meter lang met een balansroer is anders. De hydraulische besturing werd volgens voorschrift aangelegd met een max. uitslag van 35º. Resultaat een beduidend grotere draaicirkel dan voorheen bij de kabelbesturing. Na het inkorten van de liever (roerarm), waardoor de uitslag vergroot werd tot ca 40º was de draaicirkel weer teruggebracht tot de oorspronkelijke grootte. Voorwaarde is wel dat een cilinder met voldoende capaciteit wordt gebruikt, immers de krachten worden groter. Verwant: balansroer, propulsieroer, draaicirkel , hydraulische besturing, uit koers en vuistregel roerwerking. |
| Roest | "Dus
noemt men eene soort van Oker, dat natuurlyk of door konst op eenige Metaalen voortkomt,
die aan den invloed der Lucht blootgsteld zyn, of gestadig door zuure vogten bevogtigd
worden. Het Yzer geeft een bruinagtige of geelagtige Roest" [NvW]. Menig bootbezitter wordt er moedeloos van. De eeuwige strijd tegen roest op oudere schepen. Wat er ook gedaan wordt, elk jaar steekt het weer de kop op. De inmiddels verboden loodmenie was eigenlijk het enige product dat voor uitstel zorgde. Er wordt volop geëxperimenteerd met primers, roestoplossers, roestomvormers, roestweerders als Hammerite en roeststopmiddelen als Owatrol en RLS, doch niets lijkt te werken. Dat klopt. Ervaring leert dat er maar één methode afdoende is. De roest moet totaal, maar dan ook totaal, verwijderd zijn, waarna het blanke staal onmiddellijk - en niet een dag later - met een goed hechtende primer opgesloten dient te worden. Zolang de roest niet voor 100% is verwijderd, zal het altijd weer terugkeren. Roest is de oxidatie (corrosie) van ijzer. Het ontstaat door de invloed van water en zuurstof en helaas wordt niet zoals bij aluminium, koper, zink en tin, een dun afsluitend oxidelaagje gevormd, maar onstaat een bruine steeds groeiende poreuze koek, barstensvol zuurstof, die elke beschermende afdeklaag onherroepelijk doet scheuren, waardoor het proces gewoon doorgaat. Verwijder roest nooit met een staalborstel. Je krijgt weliswaar een glad oppervlak, maar alle vuil, vet en verfresten zijn in de poriën van het ijzer gewreven. Niet bepaald een ondergrond voor een goed hechtend verfsysteem. De op één na beste methode (na stralen of lawaaiige
naaldhamer) is het gebruik van een Perago roterende schijf. Daarna een "roestverwijderaar" als
b.v. HG aanbrengen, dat natuurlijk niet echt roest verwijdert maar een
prima middel is om roestsporen zichtbaar te maken. De nog niet verwijderde roest zie je
als zwarte vlekken. Opnieuw schuren/krabben, goed naspoelen en opnieuw verwijderaar
aanbrengen. Net zolang herhalen tot alles blank blijft. |
| Rollezer | Wat de verse balie voor de kok was, was de rollezer voor de bottelier. Een helper. Vroeger had hij tot taak voor de olieverlichting te zorgen, koffie voor het wachtsvolk gereed te maken en na wacht de rol van het wachtsvolk van de eerstkomende wacht af te lezen. De kreet was: "Rollezen! Wachtsvolk luister uit naar je naam". |
| Romp snelheid |
De rompsnelheid
is de maximum snelheid van een waterverplaatsend schip afhankelijk van vorm en
lengte (carène) van het onderwaterschip en uiteraard de weerstand van het water. Meer
motorvermogen zal nauwelijks invloed uitoefenen. Het achterschip zal alleen maar dieper in
het water worden getrokken waarbij de golfweerstand van boeg- en hekgolf zal
toenemen en de vaareigenschappen slechter worden. Aan de hand van de lengte van de waterlijn kan je de volgende vuistregel gebruiken om de rompsnelheid te berekenen: 2.45 x wortel waterlijn (in meters) = rompsnelheid in knopen. Vermenigvuldig dat met 1.852 en je weet de rompsnelheid in kilometers. Wil je alleen kilometers weten gebruik dan 4.54 x wortel waterlijn (in meters). De vuistregel gaat slechts op als er voldoende water onder het schip is. Men spreekt zelfs over 10x de diepgang. Inmiddels is op ons forum gebleken dat de formule voor kleine schepen (< 10 meter) vaak een lagere uitkomst geeft dan de werkelijke snelheid. Voor de meeste zeiljachten gaat de formule ook niet op. De doelgerichte rompvorm zorgt voor een hogere rompsnelheid dan de uitkomst. Forumlid Frans uit Deurne vond een Boat Speed Calculator om een indruk te krijgen van rompsnelheid en bijpassend motorvermogen. Uiteraard geldt de formule niet voor planerende schepen (speedboten). Zodra de rompsnelheid overschreden wordt zal de boot in plané komen en met meer motorvermogen juist wel harder gaan. Een uitstekende uitleg van waterweerstand in relatie tot rompsnelheid staat op de site van Pim Geurts waar nog veel meer wetenwaardigheden over een "varend schip" te vinden zijn. Verwant: kruissnelheid, koppel en vermogen, elektrovaren.
|
| Rompvorm | Of
spantvorm. Van links naar rechts de meest voorkomende vormen te beginnen met de
eenvoudigste, de platbodem, ook wel platboomd genoemd, met daarnaast de rondbodem, ook wel
rondboomd; niet te verwarren met rondspant. Als derde de knikspant, heden ten dage de
meest gebruikte vorm voor (stalen) motorboten. De multiknikspant heeft twee of meer
knikken en benadert daarmee de V-rondspant die nauwelijks nog gebouwd wordt. Daarnaast de
rondspant en de wat stabielere gepiekt(e) rondspant. Vervolgens de bij zeilboten veel
gebruikte S-spant met doorgebouwde kiel en tot slot de diep-V-spant die eigenlijk alleen
bij snelle motorboten wordt toegepast.
|
| Ronde en platbodem jachten | Verzamelnaam
voor jachten, ook als "rond- en platbodem jachten", afgeleid van de
oud-Nederlandse typen vissers- en vrachtschepen die met een ronde kim werden gebouwd, of
met een hoekige kim en een in dwarsdoorsnede platte bodem. Zie het overzicht: rond- en platbodem jachten |
| Rondhout schaven | Een tip
van Henk de Boer voor het zelf maken van rondhouten; Hij schrijft: Bij het maken van een rondhout, ga je over het algemeen uit van een vierkante balk. Die krijgt alvast het gewenste dikteverloop mee. Daarna ga je verder met 8-kant zagen of schaven, dan 16-kant, 32-kant en eventueel 64-kant. Tot slot verder rondschuren. Bij het 32-kant en 64-kant schaven is het zaak om de schaaf precies op de rib tussen de twee "oude" schaafvlakken te houden. Dat kan lastig zijn omdat het hoekverschil tussen de schaafvlakken maar klein is. Hieronder een praktisch hulpmiddeltje: Neem een (versleten) band van een bandschuurmachine. Knip deze open. De achterkant van de band goed inwrijven met merkkrijt of wasco. Trek de band zigzaggend over het rondhout-in-wording. De overgangen tussen de schaafvlakken worden nu als scherp afgetekende lijnen zichtbaar! Verwant: mast, paalmast. |
| Rondtorn | Als je
met een bakstagwind (windje in de rug) voor een brug of sluis ligt te wachten kan het
noodzakelijk zijn een "rondtorn", d.w.z. een draaicirkel van 360° maken. Met een rondtorn wordt ook de slag van touwwerk rond een voorwerp aangeduid, vaak afgemaakt als een rondtorn met twee halve steken en toegepast bij bolders, meerpalen of ringen.
|
| RPR | Rijnvaart Politie Reglement. Dit geldt op de Rijn in Nederland, de Waal en de Lek. Zie overzichtskaartje. |
| Rubberboot | Foute naam! Er bestaan geen rubberboten. Ze hebben zelfs nooit bestaan. Nou ja, alleen in WO II als rivieroverstekers, waarbij het materiaal bestond uit rubber op canvasdoek. De juiste benaming is "opblaasboot" of nog juister: "opblaasbare boot". De opblaasboot (niet het speelbootje van plastic) is super veilig, want zelfs geheel vol met water kan de boot nog steeds hetzelfde gewicht dragen. Een goede opblaasboot heeft gescheiden luchtkamers, een stijve bodem met V-vormige kiel en een stevig hekbord waar - indien gewenst - een zware bb-motor aan bevestigd kan worden. Een RIB (Rigid Inflatable Boat) is een kruising tussen een opblaasboot en een klassieke boot. Terwijl de soepele, met lucht gevulde tube drijfvermogen geeft, zorgt de kunststof of aluminium romp als een soort chassis voor de nodige stevigheid. RIBs zijn relatief licht, kunnen veel dragen, varen snel en voelen zich prima thuis op ruw water. |
| Ruime wind | Of van-de-wind, zie zeilstanden. |
| Ruimende wind |
Je spreekt van een ruimende wind als de windrichting op de kompasroos gezien verandert met de wijzers van de klok mee. De windroos kent een verdeling in 360 graden, waarbij 90 graden staat voor oostenwind, 180 graden (zuid), 270 graden (west) en 360 (noord). Bij een ruimende wind (met de wijzers van de klok mee) neemt het aantal graden toe. Het woord ruimen staat oorspronkelijk ook voor verbeteren of gunstig. Nou dat klopt wel, want een ruimende wind gaat meestal samen met afnemende wind en een weersverbetering. Een onstuimige zee wordt dus stiller, of zoals men zei: "de zee is aan het afslechten". Vroeger zei men ook wel: "De wind schaveelt (schavielt)". Verwant: krimpende wind en weer. |
| Runner | Van oorsprong
Amerikaanse benaming met verschillende betekenissen:
|
| Rust |
|
| RVS | Roestvast staal (roestvrij
is een verkeerde naam) is een uitstekend maar wel duur materiaal voor aan boord. De term
"roestvast" wordt gebruikt omdat RVS niet roestvrij is, maar wel in hoge mate
roestbestendig. Het is een samenstelling van staal, chroom, nikkel en een beetje
molybdeen, niobium, mangaan en koolstof. Legeringen bestaan in zo'n 60 variaties van
nummer 301 tot 904L en nog zo'n 20 gedeponeerde handelsnamen. Er bestaan magnetische
(zonder nikkel) en niet-magnetische soorten. RVS zonder
nikkel is niet bestand tegen zeewater. Als de goede soort is gebruikt, voor scheepsbouw
meestal 304 of 316 (met nikkel) en de nabewerking is goed; professioneel gelast, geslepen
en gepolijst (lasnaden gebeitst en gepassiveerd) zullen geen bruine plekken (vliegroest)
ontstaan. Huidige scheepsbouwers verpakken RVS nog wel eens in een coating. Pure onzin.
Dan hoef je ook geen RVS te gebruiken. Je moet dat wantrouwen, er is waarschijnlijk een
goedkope variant gebruikt. De buitenlucht zorgt juist voor een beschermend oxydelaagje.
Bij de 316 nikkelhoudende variant, eigenlijk de beste, doet die behandeling zelfs meer
kwaad dan goed. Voor de aanschaf van de juiste kwaliteit RVS zal je moeten vertrouwen op
de leverancier. Bij de aanschaf van bouten en moeren kan je naar de aanduiding
kijken. A4 is legering 316. Een test met een magneet kan ook uitkomst bieden, maar type
304 is, wanneer het koud was bewerkt, mogelijk toch licht magnetisch geworden. Gebruik
overigens bij een stalen schip onderwater geen RVS; de huid in de directe omgeving zal
onherroepelijk putvorming gaan vertonen door galvanische
corrosie. Indien het om wat voor reden toch gewenst is moeten vaste verbindingen
gelast zijn met overgangsdraad en een goede kathodische bescherming hebben (het liefst bij
elk bevestigingspunt een anode). Bron: o.a. Metals Property Database |
Rijgklem![]() |
Voor de
doorverbindingen in het elektrisch boordcircuit worden het liefst rijgklemmen gebruikt.
Het lijkt voor de hand te liggen daarvoor een of meerdere strippen kroonsteentjes te
nemen, maar die zijn meestal niet corrosiebestendig. De "koper" uitziende
kolomschroefjes en doorvoeren blijken vaak niet van messing te zijn en roesten dus. Op
zijn minst moet de bedrading voorzien worden van adereindhulzen. Goede rijgklemmen bestaan uit polyamide met corrosievrije schroef- of klemverbindingen en zijn, zoals de naam al zegt, op een bijbehorende grondrail te "rijgen". Per contact kunnen meestal meerdere draden worden ingeklemd. Bij een goede rijgklem zit de ader vast onder een beugel met een klemplaatje erboven. De schroef zet af tegen het plaatje waardoor de beugel met ader tegen het plaatje geklemd wordt. Als de draad op juiste wijze (zie afbeelding onder) wordt ingevoerd zijn adereindhulzen niet noodzakelijk om een goede verbinding te garanderen. Rijgklemmen zijn verkrijgbaar voor verschillende draaddiameters en zelfs met ingebouwde zekeringhouder. Het is netjes, overzichtelijk en gemakkelijk te wijzigen. Bovendien zijn er cijferkaarten verkrijgbaar, zodat een codering aangebracht kan worden ter identificatie van de verbinding.
|
| Rijnaak |
| Heel graag op- of aanmerkingen. |
Op alle materiaal
(layout, tekst en afbeeldingen) rust het auteursrecht van schipper Cees e.a.
Overname van artikelen of delen daarvan is slechts geoorloofd na schriftelijke
toestemming.
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.