beschrijving |
Enkele Aken |
![]() Stevenaakje als pleziervaartuig. (aakje met later aangebrachte rechte steven?)
|
![]() Stevenaak in paviljoenuitvoering.
|
| De Hasselter aak was een type vaartuig dat tussen
1885 en 1900 in Hasselt werd gebouwd. Hiermee nam de Overijsselse scheepsbouw
grootscheepse allures aan. Het gaf daarmee aan een binnenzeilvaartuig afmetingen die
slechts overtroffen werden door de Rijnschepen. De schepen konden flinke deklasten
vervoeren en waren zeer geschikt voor de turfvaart. Het bouwmateriaal was in hoofdzaak
eiken, de bodem was van Noors vuren hout. Het voorschip was ovaal en naar voren hangend,
de achtersteven stond loodrecht omhoog, onder de helmstok was het achterdek 30 cm
verhoogd. Hier was de woning van het schippersgezin. Er waren drie kooien (slaapsteden),
een grote en twee kleineren, de laatsten boven elkaar. Hasselter aken zijn voor leken
moeilijk te herkennen. De vorm is wat lomper dan andere modellen. Het boeisel, de bovenste
rand van de zijkant, is recht en breed. De ankergaten zijn vaak hoog in het boeisel
aangebracht. De Hasselter aak was ongeveer 75 voet lang (Amsterdamse voet van 28,3 cm) en 16
voet. breed. De tuigage bestond uit grootzeil, fok en kluiffok. Ze vervulden in de jaren
1920 en 1930 een voorname rol. Het kanaal de Dedemsvaart werd druk bevaren met Hasselter
aken. Zwolse Courant van 8 april 2002 en 27 juli 2002. |
Over de Zandaak:
Kleine zandaken werden veel gebouwd rond de grote rivieren. Om beugelend
het zand uit de rivier te winnen. Bij deze kleine schepen waren de platen niet altijd
rondgezet, met als gevolg dat de scheepshuid tussen de gangen onderling en bij de heve
knikken vertoonde. Vaak is er ter lengte van het laadruim een uitsparing in het boeisel
waarin een wegneembaar houten zetbord geplaatst kon worden om het laden en lossen te
vergemakkelijken. Zandaakjes konden getuigd zijn met een grootzeil aan een rechte of
kromme gaffel of spriettuig. Deze aak is nog origineel en een van de weinige overgebleven
scheepjes.Corne Bossers, Raamsdonksveer, 5 maart 2006. |
Over de Werkendamse rietaak:
| Om en nabij de vorige eeuwwisseling werden de
eerste geklonken ijzeren aken gebouwd. Het waren brede ondiepe vrachtscheepjes die
geschikt waren voor het vervoer van lichte ladingen met bovenlast. In het gebied rondom de
Biesbosch en de benedenrivieren lieten tot circa 1925, riet- en griendbazen talloze van
dit soort aakjes bouwen. Rietaken waren in die tijd de meest bekende kleinere
beroepsschepen die in de Biesbosch en bij gorzen en grienden in het Benedenrivierengebied
in gebruik waren. De aak werd ingezet voor het vervoer van riet en andere griendproducten.
Rietsnijders verbleven een hele week op de aak in het benauwde vooronder, waar ze sliepen
en aten. Met een "vuurduveltje" werd de ruimte warm gestookt. Van de honderden
ijzeren rietaken die ooit in het rivierengebied voeren, resten er slechts enkelen in
originele staat. Scheepvaartkrant van 7 september 2005. |
Over Rietaak "D'n ouwe Biesbosch":
De rietaak was ooit één van de bekende kleine
zeilende beroepschepen in de Biesbosch en op de benedenrivieren. Het zeiltuig was vaak
niet meer dan een fokzeil en een grootzeil. Het zeiltype was een sprietteug. Rond de
vorige eeuwwisseling verschenen de eerste geklonken ijzeren aken. Dit waren nabootsingen
van de houten scheepstypes die in de eeuwen ervoor van hout waren gebouwd. Het waren
brede, ondiepe vrachtscheepjes die uitermate geschikt waren voor het vervoeren van een
lichte, hoge bovenlast. De meeste rietaken hadden een lengte die varieerde van 10 tot 18 m
en waren voorzien van een open laadruim. In het gebied rondom de Biesbosch werden tot
circa 1925 deze speciale aken gebouwd voor de riet- en griendbazen. Deze scheepjes werd
hoofdzakelijk gebruikt om de gesneden bossen riet van de uitgestrekte gorzen naar de
rietheuvels te vervoeren. Aanvankelijk werd met deze vaartuigen gezeild of geboomd. Later
werden ze voort getrokken door een klein sleepbootje.![]() De leefruimte in zon rietaak was zeer beperkt. Het vooronder was ongeveer 2m diep en 3m breed. Aan beide was een slaapplaats getimmerd, waarop een met kaf gevulde matras of een bultzak lag en een stel gestikte dekens. De ruimte tussen de kooien was niet meer dan 1.25m. Daar tussen stond het potkacheltje voor de verwarming van het verblijf en waarop tevens werd gekookt. De hoogte bedroeg vrijwel nooit meer dan 1,50m. Op het dek zat een luik waarmee men het vooronder in konden. Op de boorden konden met behulp van pinnen zetboorden opgezet worden. Daardoor werd de laadcapaciteit vergroot. Dat was vooral voor het vervoer van bieten naar de suikerbietenfabriek. Dit was dan vooral in het najaar. In de winter werden de aken gebruikt voor het vervoer van riet en rijshout naar de opslagheuvels of naar de vaste wal. De mensen verbleven er de hele week op. Alleen op de zondag waren de mannen thuis bij de vrouw en kinderen. In het voorjaar en zomer werden de aken onderhouden en werden ze ook wel gebruikt voor het vervoer van hout en riet dat die winter was gesneden en naar de vaste wal toe moest. Met sommige aken werd wel eens zand gebeugeld op de rivieren. Tot de teloorgang van de riet- en griendcultuur rond 1970, waren er in de Biesbosch en langs de benedenrivieren nog tientallen aken in gebruik. Daarna werden veel rietaken tot recreatiejacht of woonark omgebouwd. Het werd duidelijk dat dit specifieke scheepstype, dat zo eigen was aan onze regio, als beroepsvaartuig langzaam maar zeker ging verdwijnen. Anno 2005 zijn er van de honderden rietaken die in Nederland zijn geweest nog maar een stuk of vijf in redelijke originele staat bewaard gebleven. Eigenaar P.C.Leeuwis, 25 december 2005. |

Beitelaak, door Sopers omschreven als Rijnschip.
Voor de bergvaart was een jaaglijn aangebracht [omstreeks 1640].