|
|
| Steentijd | Boomstamkano De dennehouten boomstamkano van Pesse uit de midden steentijd wordt beschouwd als het oudste bewaarde vaartuig ter wereld. De met vuur uitgeholde boomstamkano's worden in talrijke varianten en typen over bijna de gehele wereld aangetroffen. In India, de Indonesische Archipel en Oceanie werd een hoge graad van volmaaktheid bereikt en zijn ze hier en daar nog in gebruik. De uitgeholde boomstam wordt gezien als de opvolger van vlotten uit de vroegst menselijke geschiedenis. Er zijn aanwijzingen dat zelfs "homo erectus" al vlotachtige constructies gebruikte om zee-engten over te steken zo'n 800.000 jaar geleden.
Uitlegkano (outrigger canoe)
|
| Bronstijd |
Brigg-logboat In 1885 werd in Brigg, Lincolnshie, Engeland een zeer lange boomstamkano uit de bronstijd gevonden. Deze tot "Brigg-logboat" gedoopte boomstamkano was gemaakt uit één grote eikenstam en was bijna 15 meter lang en ongeveer 1,5 meter breed en toonde aan dat men in de bronstijd al over een geavanceerde techniek beschikte voor het uithollen van zo'n grote boom.
Huidboot en boomschorskano
Daarnaast ontstond in Guyana,
Noord-Amerika en Australië de boomschorskano, ook wel "houten huidboot" genoemd. Het
"oogsten" van de schors was verschillend. De Akawai uit Guyana kapten de
purperhartboom voor de schors, heel anders dan de methode om berkenbast te
oogsten voor Noord-Amerikaanse kano's. Daar blijft de boom staan en wordt
hij niet gedood door het afschorsen.
Anker
Genaaide schepen
Zeilen en zeilwagens
Kajak
|
| ± 2000 v Chr |
Kaapstander De kaapstander werkt volgens hetzelfde principe als oudere windassen, tredmolens en hijswerktuigen die al door de Grieken en Romeinen werden gebruikt. Het is daarom aannemelijk dat de scheepskaapstander niet plotseling werd uitgevonden, maar zich tussen de oudheid en de middeleeuwen geleidelijk ontwikkelde.
Knuppelbrug
Roer
Meer, al of niet geslaagde, roervormen en -constructies: |
| ± 800 - 250 v Chr |
Gladboordige schepen Gladboordig (waarbij de planken strak tegen elkaar in plaats van dakpansgewijs over elkaar heen werden gelegd) werd al in 800 v Chr toegepast op de oud-Griekse galei penteconter. In de planken waren gaten gefreesd om ze aan de binnenzijde met een soort lamello's te verbinden, die op hun beurt met deuvels (pen en gat) werden vastgezet. Gladboordig kwam pas vanaf de 13e eeuw in gebruik bij de spantenbouw van de Zuid-Europese caravela, die omstreeks 1450 als karveel zijn intrede in de Nederlanden deed. Volgens Arne Zuidhoek werd de eerste van de lage landen al eerder in 1439 in Brussel gebouwd.
Oudste kanaal Schroef van
Archimedes
Vuurtoren
Toepassing van
stoom en eerste stoommachine
Takelsysteem met katrollen
Syracusia
Magnetische kompas
|
| 600 - 1500 |
Grieks vuur Grieks vuur is een van de best bewaarde geheimen aller tijden. Grieks vuur werd rond 672 ontwikkeld en gebruikt door het Oost-Romeinse (Byzantijnse) Rijk. Het rijk verkeerde in grote problemen en had verschillende pijnlijke zeeslagen verloren in oorlogen met de Arabische landen. Toen ze zich overweldigd zagen door de enorme Arabische vloot en weinig kans op succes hadden, gebeurde er iets bijna magisch. De Byzantijnse schepen begonnen hun nieuwe vuur uit te spuwen via speciaal geïnstalleerde sifons en het vuur verteerde alles op zijn pad, het brandde zelfs op water. Niets kon het blussen, behalve zand, azijn of urine. Wat de samenstelling van het mengsel ook was, het was waarschijnlijk behoorlijk complex, want ondanks dat andere beschavingen er wel delen van stalen of buitmaakten, waren ze niet in staat het na te maken.
Boomstamkano met zeil
Zwaard en ophaalbaar roer (7e-13e eeuw)
Schutsluis (10e eeuw)
Gegraven droogdok (10e eeuw)
Raderboot met aandrijving door ossen (13e eeuw)
Zeetonnen (13e eeuw)
Tredmolen havenkraan (13e eeuw)
Onderstaande afbeelding uit een Vlaams gebedenboek van Simon Bening (1483-1561) is van een tredmolenkraan in Brugge begin 16e eeuw, waar deze kranen al in 1288 in gebruik waren. In de haven van Nieuwpoort werden schepen ook op deze wijze gelost.
Spantenbouw (13e eeuw)
Portolaan
Scheepskanon
Kraanpoort
Patrijspoort (15e-16e eeuw)
Stadskraan (15e eeuw)
Gangbaar was dat de goederen uit de schuiten werden
gezet met handkracht of met behulp van takels in de masten van de schepen.
Ook bestonden er kleine verplaatsbare kranen. Moesten er echter grote
stukken worden gelost of masten gezet, dan kon men gebruik maken van een
stadskraan. In de meeste steden was een dergelijke kraan te vinden, meestal
één, soms meer.
Verwant: blokzetkraan, Fairbairnkraan, zwenkkraan, reuzenkraan, waterperskraan, drijvende reuzenbok |
| 1500 - 1600 |
Jacobsstaf of kruisstaf Voor zo ver bekend werd de graadstok of graadboog rond 1514-1515 door Portugese zeevaarders gebruikt, hoewel het principe mogelijk veel ouder is. Sommige bronnen leggen een verband met Babylonische (Chaldeeuwse) meetmethoden van rond 400 v.Chr., maar de bekende navigatie- en astronomische jacobsstaf zoals wij die kennen voor zeenavigatie ontstond pas in de middeleeuwen. De benaming Jacobsstaf zou verwijzen naar de mogelijke uitvinder Jacob ben Makir. Het instrument worden tegen de zon in gehouden en bestaat uit een lange regel van vierkante doorsnee, voorzien van een schaalverdeling voor ieder van de drie, later vier dwarslatten van verschillende lengte, die over de regel schuiven. De waarnemer houdt de staf met het uiteinde tegen het oog en verschuift de dwarslat tot de onderkant ervan samenvalt met de horizon, de bovenkant met de zon. De gemeten hoek wordt aangeduid op de schaal op het snijpunt van staf en dwarslat. De metingen waren lastig omdat men zon en kim niet tegelijk scherp kon zien. Hoewel de methode reeds in 1595 werd vervangen door waarnemingen met de zon in de rug (daviskwadrant), bleef de jacobsstaf in gebruik tot het begin van de 19e eeuw.
Takken- of stokjeskaart
Trinity House
Scheepsbeschuit
Stuurwiel
Eerste stoomschip?
Da Vinci duikpak (16e eeuw)
Mercatorprojectie
Pinkompas
Moddermolen
Verwant: slibrad, pompbaggerschip.
Wegwerpschip
Daviskwadrant
Op de latten BC en DE zijn graadverdelingen gegraveerd, die tezamen 90°
zijn (hoek BAE). De waarnemer kijkt door het oogvizier F en horizonvizier A
naar de kim. Hij verschuift vizier G zodanig dat de schaduw ervan op het
horizonvizier valt. De aantallen graden tussen FD en CG worden tenslotte
opgeteld, de som is de hoogte van de zon hoven de kim. Op latere
daviskwadranten zijn de latten BC en DE vervangen door hogen, gedeelten van
concentrische cirkels met A als middelpunt. |
| 1600 - 1700 |
Zeilwagen (1) Ingenieur Simon Stevin, ontwerper van waterbouwkundige- en vestingwerken, ontwierp in 1601 een zeilwagen. Een grote en een kleine versie werden in 1602 aan Prins Maurits geschonken, die er met vrienden van Scheveningen naar Petten over het strand zeilde. De prins keerde per koets terug. Toen men dit anderhalve eeuw later ter gelegenheid van een vorstelijk huwelijk wilde herhalen, bleek de zeilwagen in zo'n erbarmelijke staat dat de tocht nimmer is herhaald. Zeilwagen (2)
Scheepskameel
Bijna tweehonderd jaar later in Amerika, dienden Peter F. Ewer en anderen midden januari 1842 een verzoekschrift in bij het Hof van Massachusetts om een vennootschap op te richten "met als doel "camels" te bouwen om schepen over de zandbank bij Nantucket te tillen". De bouw van de camels begon onmiddellijk na goedkeuring, met de eerste helft op 21 juli 1842, en de tweede enkele dagen later. Het leegpompen ging op stoom. In de praktijk bleek het gebruik problematisch, met veel storingen en bijna-rampen. Het laatste schip dat door de raderstoomboot "Massachusetts" op camels werd getrokken, was het walvisjachtschip Martha in 1849.
In dat jaar verkreeg Abraham Lincoln patent op zijn "Imp. Method of Buoying Vessels Over Shoals", een vaste scheepskameel die bestond uit grote balgen die aan de zijkanten van een boot waren bevestigd en die door middel van luchtpompen konden worden opgeblazen om boten over ondiepten en obstakels in een rivier te tillen.
Quelpaert
|
| 1700 - 1710 |
Moddermolens op paardenkracht
Verwant: Slibrad.en Machine en curer les ports (1750)
|
| 1710 - 1740 |
Eerste duikpak Na het ontwerp van Leonardo Da Vinci was de Engelse wolhandelaar John Lethbridge in 1715 de uitvinder van het eerste duikpak, nou ja eigenlijk een duikvat of -ton. De eikenhouten ton had twee gaten voor de armen. De armen waren goed afgesloten met leer dat aan de ton was bevestigd om te voorkomen dat er water in kwam. Aan de onderkant van de ton zat een kleine glasplaat zodat de duiker naar buiten kon kijken. Om het vat onder water te krijgen, moest er 5 honderd pond (254 kg) lood worden toegevoegd. Zoals Lethbridge uitlegde: "haal er maar 15 pond (6,8 kg) gewicht vanaf en het zal naar het wateroppervlak drijven". Verwant ijzeren duikpak
Nikonovs "geheime schip"
Lichtschip
Als eerste Nederlands lichtschip wordt het vuurschip "Schuytezand" uit 1814 beschouwd,
de omgebouwde "Canonneerboot no. 101", die op de positie Zwaansbalg in de
Waddenzee lag. Uit oude bestekken blijkt dat elke avond een uur na
zonsondergang een lantaarn met een lamp met zes pitten in de mast moest
worden gehesen. Pas wanneer men de spijkerkoppen in het dek kon zien mocht
de lantaarn weer neergehaald worden. Zo luidden de instructies. "Bij mistig
of dik weeder moet de klok alle vijf minuten gedurende een minuut geklept en
niet geluyd worden".
Hekwieler patent
|
| 1760 - 1770 |
Scheepschronometer Tot in de 18e eeuw was navigatie op zee lastig. Met een sextant en wat hemelobservaties kon je een redelijk idee krijgen van je breedtegraad, maar de lengtegraad bepalen was veel moeilijker. Als een zeeman zeker kon zijn van de tijd op een plaats met een vaste lengtegraad (zoals Greenwich), dan kon hij gemakkelijk bepalen hoe ver oostelijk of westelijk hij zich van die lijn bevond. De beweging van een schip (plus schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid) maakte de productie van een nauwkeurig scheepsuurwerk enorm moeilijk. Daarom loofde de Britse overheid in 1714 twintigduizend pond uit (ongeveer 3,5 miljoen euro in hedendaags geld) om met een oplossing kon komen. Het duurde 47 jaar, maar in 1761 maakte een timmerman uit de arbeidersklasse, John Harrison, de eerste scheepschronometer. Het zou de Britten in staat stellen om nog twee eeuwen lang wereldwijde invloed te genieten, en pas de komst van moderne GPS maakte zijn technologie uiteindelijk overbodig.
Koperhuid In 1761 werd het onderwaterschip van het houten Britse fregat HMS Alarm als proef volledig met koperplaten bekleed tegen de gevreesde paalworm. De proef bleek zeer succesvol: de paalworm bleef weg en de aangroei van zeepokken en wier werd sterk verminderd. De persoon die koperbekleding expliciet voorstelde als bescherming tegen aangroei en paalworm was de Engelse arts en uitvinder Charles Perry in 1708. Zijn voorstel aan de Britse Admiraliteit werd toen echter afgewezen vanwege de hoge kosten. Na verdere experimenten besloot de Britse marine vanaf ongeveer 1778-1783 vrijwel haar gehele vloot van koperhuiden te voorzien. Dat gaf Britse oorlogsschepen een belangrijke snelheids- en onderhoudsvoorsprong. Nederland volgde al snel. De platen waren doorgaans 1,2 m lang en 0,5 m breed en werden in verschillende dikten geleverd. Aanvankelijk werden ijzeren spijkers gebruikt, die echter een sterke galvanische werking veroorzaakten, waardoor de spijkers oxydeerden en de platen van de romp vielen. Later heeft men koperen spijkers gebruikt. Het schip was dan "kopervast" gebouwd. Een linieschip had zo'n vierduizend platen koper nodig met een gewicht van zeventien ton, waarvan alleen al anderhalve ton koperen spijkers
Boogbrug met huizen en bedrijven
|
| 1770 - 1780 |
Golfstillende
olie Rond 1772 ontdekte Benjamin Franklin dat een klein beetje olie op het water een golfstillende werking had en publiceerde daarover, waarbij hij kennelijk niet wist dat Aristoteles dat al in ca 350 v. Chr. beschreef. In de Belgisch Nederlandse Zeemansalmanak van 1977 vinden we een uitgebreide handleiding over olie storten bij stormweer.
Bushnell's Turtle De Amerikaan David Bushnell bouwde in 1775 de eerste duikboot die ontworpen was voor de krijgsmacht. Zijn vaartuig kreeg vanwege de vorm de naam Turtle. De boot bestond uit twee houten schelpen die bijeen werden gehouden door stalen banden met bovenin zes raampjes om naar buiten te kijken. De boot werd aangedreven door een handbediende schroef. Generaal George Washington wilde die eenpersoons duikboot tijdens de onafhankelijksoorlog gebruiken tegen de Britten om hun oorlogsschepen in de haven van New York op te blazen, maar alle pogingen mislukten. Het verhaal over de zes raampjes is merkwaardig, zo niet twijfelachtig. Pas in de 19e eeuw is er sprake van patentglas in patrijspoorten die geen zicht gaven maar wel flauw licht door lieten.
Proefvaarten met stoomvaartuigen
Windmolen cirkelzaag Er bestaan vele verhalen over het uitvinden van de cirkelzaag. Wat vast staat is dat de cirkelzaag in 1777 voor het eerst gepatenteerd werd door de Engelsman Samuel Miller. Door de omschrijving uit het patent vermoedt men dat de cirkelzaag al eerder bestond. Deze zaag werd door een windmolen aangedreven en er werden scheepskatrollen mee vervaardigd. In 1799 volgde een patent door de Fransman L.C.A. Albert en in 1805 werd door Marc Isambard Brunel een cirkelzaag ontworpen die op een scheepswerf te Portsmouth werd gebruikt, eveneens voor het vervaardigen van katrollen. Omstreeks 1850 was de cirkelzaag al in zwang in houtzagerijen en timmerfabrieken. In 1855 werd een cirkelzaagmachine getoond op de Wereldtentoonstelling te Parijs. [wikipedia]
|
| 1780 - 1790 |
Paardenvaartuig konovodka 1782 Dit was een historisch paardenvaartuig, een uniek type schip dat tegen de stroom in werd voortbewogen door paardenkracht. De Russische uitvinder Ivan Kulibin ontwierp deze constructie in 1782 om het zware werk van menselijke bootslepers (burlaki) te vervangen. Paarden liepen rondjes op het dek om een grote lier (kaapstander) aan te drijven die verbonden was aan een zwaar anker een flink stuk stroomopwaarts dat vooraf door een roeiboot was uitgebracht. De lier aan boord trok het schip vervolgens via de ankerkabel stap voor stap tegen de stroom in omhoog. Een tweede versie uit 1807 heeft alleen op papier bestaan. Het vaartuig werkte op een vergelijkbare manier als het door paarden voortbewogen schip. Het anker werd stroomopwaarts uitgebracht door een bijboot. De rivierstroom dreef raderen aan die aan de zijkant van het schip waren gemonteerd, vergelijkbaar met die van watermolens. De raderen draaiden een as, die via een tandwieloverbrenging verbonden was met een andere as, waarop een trommel was gewikkeld met de ankerlijn. Op deze manier trok het schip zichzelf stroomopwaarts langs de ankerlijn. Terwijl het schip naar het ene anker werd getrokken, werd een ander anker stroomopwaarts uitgebracht en herhaalde het proces zich.
Groene tekst: Trommel waarop de lijn wordt opgewonden. Op
deze manier trekt het schip zich naar het anker toe.
Pyroscaphe, eerste door stoom aangedreven
schip
Waterwandelaar
Stoomboot met peddels
Greathead reddingsboot
|
| 1790 - 1800 |
Het vlot van St. Malo Tijdens de Franse revolutie werd in 1791 dit plan ontworpen voor de invasie van Engeland. Het vlot met kasteel van ingenieur Le Blanc droeg de naam la Chute de l'Angleterre (Engelands val). De tekst onder de gravure uit 1798 luidt: "Dit vaartuig is lang 600, breed 300 voeten, bezet met 500 stukken kanon, 36 en 48 ponders en is geschikt tot transport van 15000 man troepen, tot een landing in Engeland". Daaronder: "Windmolens met horizontale wieken geschikt ter beweging der waterraden om het vlot naar de vereischte streken van het compas te besturen geholpen door een menigte van zwaare riemen". Verder: "Bedekte plaatsen om de waterraden te doen werken door paarden indien de windmolens weggeschoten of beschadigd worden. Ophaalbruggen ter lading en lossing van troepen, paarden, geschut enz". Op de achtergrond een soortgelijk vlot.
Zeemanscollege Hier een aantal nummer-, kapiteins- of signaalvlaggen van belangrijke zeemanscolleges met het persoonlijk nummer waaronder de kapitein bij het betreffend college geregistreerd stond. Hierdoor wist men op zee met wie men te doen had en kon men elkaar rapporteren bij de reders en haveninstanties. De meestal 2½-kleeds vlaggen werden aan fokkemast of bezaanmast gevoerd.
Caissonsluis
Kusttelegraaf
|
| 1800 - 1820 |
Roeimachine met schroef In 1800 kreeg Edward Shorter patent op een "perpetual sculling machine", een revolutionaire manier van roeien. Zijn ontwerp bestond uit een tweebladige schroef op een schuine as, ondersteund door een boei aan de achterkant van het schip. De schuine as, waarop de schroef rustte, werd via een cardankoppeling aangedreven door een tweede as op het schip boven de waterlijn. De transportboot Doncaster was uitgerust met Shorters schroef. Met acht man aan de kaapstander om de voortstuwing te verzorgen, bereikte het schip een snelheid van anderhalve mijl per uur tijdens een kalme zeegang in de Baai van Gibraltar en later bij Malta.
Kunstklip en waterruiter
Eerste "praktische" onderzeeboot De Amerikaan Robert Fulton bouwde in Franse dienst in 1800 de Nautilus. Een ijzeren onderzeeboot, die als de eerste praktische onderzeeboot wordt beschouwd. Aan de oppervlakte werd de boot voortgestuwd door een waaiervormig zeil. Onderwater door middel van een met de hand aangedreven schroef. Het scheepje kon een diepte halen van 7½ meter, maar de vaart was laag en dalen en stijgen ging moeizaam.
Patentlog of wentellog
Eerste amphibievoertuig
Schaal van Beaufort
(1812)
Schepradsluis
(1812) Korte tijd later nam men stoomgemalen
in gebruik die het water via naast de sluis gegraven bemalingskanalen naar
het hogere pand konden opvoeren. In 1926 werd hun functie overgenomen door
zes electrische gemalen en in 1954 zijn in de bemalingskanalen bij elke sluis nog eens twee
elektrische pompen geplaatst.
Deze werden nodig omdat de Drentsche Hoofdvaart naast de
afnemende scheepvaartfunctie een steeds belangrijker taak kreeg als
watertoevoer voor het Drentsche plateau. Het opgepompte water wordt daarbij
onttrokken aan het Meppelerdiep dat in open verbinding staat met het
IJsselmeer via de uitwaterings sluizen bij Zwartsluis.
Pavoiseren
(1817)
Detail van een prent uit 1814, gepubliceerd ten tijde van het Verdrag van Parijs, na de val van Napoleon en de terugkeer van de Bourbons aan de macht. Het oorlogsschipschip is versierd met de kleuren van de Europese mogendheden die het vredesverdrag ondertekenden. Aan de achtersteven voert het de witte vlag van de Bourbons. Waterfiets
voor eendenjacht (Water Hunting
Tripod)
|
| 1820 - 1830 |
Scheepsschroef De Oostenrijker Josef Ressel liet in 1826 bij een smid in Triëst een waterschroef maken, geïnspireerd op de spiraal van Archimedes. Het was een soort kurketrekker van anderhalve gang [afb. 1 en 2]. Aanvankelijk zou de aandrijving met mankracht geschieden, maar al in 1828 werd er een stoomschip mee uitgerust. Het waren echter de Engelsman Francis P.Smith en de Zweeds-Amerikaanse John Ericsson die met hun patent voor een schroef met twee bladen [afb. 3] de basis legden voor de scheepsschroef zoals we die nu kennen. Ericsson dacht dat die schroef met mankracht kon worden voortbewogen. Hij was zijn tijd ver vooruit met zijn latere vinding van twee in tegengestelde richting draaiende schroeven voorzien van een groot aantal bladen waarvan de uiteinden door een ring met elkaar verbonden waren (afb. 4). Ericsson dacht de door de voorste schroef veroorzaakte verliezen ten gevolge van de rotatie van het water met de achterste schroef terug te kunnen winnen. In de praktijk bleek de winst echter verwaarloosbaar klein en niet op te wegen tegen de ingewikkelde constructie en complicatie die de tegen elkaar in draaiende assen veroorzaakten. Toch heeft Volvo Penta 180 jaar later de technologie nieuw leven ingeblazen met de IPS aandrijving.
Het was kapitein Coppin uit Londonderry, die in 1843 als eerste daadwerkelijk de Archimedes schroef met succes toepaste op zijn stoomschip Great Northern.
Fresnel-lens
Eerste hangbrug/kettingbrug
Veerdienst over het IJ met paarderaderboten
Het in 1915 opgedoken verhaal van een honderaderboot is een fabeltje en wordt toegeschreven aan iemand die (als kind?) met de paardepont gevaren had. ["De paarderaderboot", Ons Amsterdam, Th van Aken 1967 p. 342-344]. N.B. Paarderaderboot en honderaderboot zijn geschreven zonder de moderne tussen-n-regel uit 1996.
Le Bateau Zoolique
Schipmolen
|
| 1830 - 1840 |
Loodstoren (Lotsen-Wartturm) Al in de 16e en 17e eeuw maakten loodsen gebruik van natuurlijke hoogten, kerktorens en eenvoudige houten uitkijkposten om schepen te signaleren. Voor dat doel werden rond 1830 speciale observatietorens gebouwd bij Duitse haven- en riviermondingen. De z.g.n. Lotsen-Wartturm of Lotsenwarte. [Zentralblatt der Bauverwaltung, 1881] Sparonderzeeboot In 1834 werd in de Alexandrovsky-gieterij in Sint-Petersburg, volgens een ontwerp van scheepsingenieur K.A. Schilder, een onderzeeër gebouwd die was uitgerust met een lange spar met daaraan een ton met explosieven. Het schip werd in beweging gezet met vier speciale roeispanen, ontworpen volgens het principe van een eendenpoot, die per twee aan weerszijden van het schip waren bevestigd. Ze werden door roeiers in beweging gezet, maar ondanks de enorme inspanningen van de bemanning bedroeg de snelheid onder water niet meer dan 0,5 km per uur. Schilder hoopte de roeispanen te kunnen vervangen door elektrische aandrijving. Helaas verliep de wetenschappelijke vooruitgang op het gebied van elektrotechniek in die tijd zeer traag, en in 1841 werd de modificatie van de onderzeeër stopgezet. Het idee van de "spar" werd door de Amerikanen overgenomen tijdens de burgeroorlog in hun spartorpedoboot en 10 jaar later door de Nederlandse Marine Torpedodienst met de spartorpedoboot "Nummer I".
Ontwerp voor een vijfpersoons onderwatervaartuig
Elektrische reddingsboot
Draagbare reddingsboot
|
| 1840 - 1850 |
Atlantische stoomvaart Vergeleken met zeilschepen waren de nieuwe stoomschepen niet veel sneller. Desondanks begon de Brit Samuel Cunard in 1840 zijn Cunard Line met de stoomraderboot Britannia dat het tijdperk van de Atlantische stoomvaart zou inluiden. Tijdens een arctische kou in januari 1844 bevroor de haven van Boston en kwam de Britannia, die op het punt stond naar Liverpool te vertrekken, vast te zitten. De reputatie van de Cunard Line als betrouwbaar schip kwam in gevaar, maar de inwoners van Boston waren duidelijk emotioneel gehecht aan het schip. Enkele vooraanstaande inwoners van de stad legden geld bij elkaar om het ijs te breken en de liner te bevrijden. Er werd een zeven mijl lang kanaal gebroken waardoor de Britannia kon ontsnappen en zo de reputatie van de Cunard Line redde. Ze bereikte Liverpool op tijd.
Een ander gedenkwaardig moment was in januari 1842, toen het schip de beroemde romanschrijver Charles Dickens, zijn vrouw Kate en hun dienstmeisje van Engeland naar Amerika vervoerde, waar hij op uitnodiging een reeks lezingen zou houden. Hij koos voor de Britannia. Maar Dickens vond de reis helemaal niet prettig. Hij vond zijn hut claustrofobisch en bracht er meerdere dagen zeeziek door. Later schreef hij dat hij voor zijn leven vreesde toen hij vonken uit de schoorsteen richting de gehesen zeilen zag vliegen. Voor de terugkeer koos hij een zeilschip.
Halkett-boot
Lijnwerpmortier
Silent Chain schroef
Anti verdrinkingshoed
Apparaat voor het bergen van gezonken schepen
Zeeparachute en Cliff Crane
Terzelfder tijd kwam de krant met meer "nieuwste uitvindingen voor het redden van schipbreukelingen". Het mortierreddingstouw (lijnwerpmortier) van kapitein Mandy en de Cliff Crane van J.Johnston voor het redden van drenkelingen van stranden omgeven door steile klippen. De kraan staat op een langwerpig plat onderstel en kan naar behoefte vooruit en achteruit worden bewogen. In het hoogste punt is een katrol ingebouwd, waarover een sterk touw is gespannen waaraan een grote mand van een vierkante meter kan worden neergelaten. De kar is voorzien van lange scharnierende pinnen die in de grond worden geslagen om te voorkomen dat hij door het gewicht van de drenkeling(en) over de rand van de klif wordt getrokken.
Duikerklok
Krachtmetingen tussen schroef- en raderaandrijving
Vier jaar later op 20 juni 1849 vond weer een krachtmeting plaats tussen rader-
en schroefaandrijving. In het Kanaal werden de raderboot Basilisk en de
schroefaangedreven Niger met de konten aan elkaar geknoopt om te zien welke
voortstuwing het sterkst was. De proef duurde een uur waarbij de Niger de op
volle kracht stomende raderboot met een snelheid van 1.466 knopen achteruit
trok. (Niger rechts, Basilisk links).
Scheepstelephon
Buis van Bourbon
Navigatieverlichting
|
| 1850 - 1860 |
Dekstoel tegen zeeziekte De Victoriaanse tijd bracht veel rariteiten voort zoals dit idee ter voorkoming van zeeziekte. De dekstoel staat op een kogelgewricht en is verbonden met een gasgevulde ballon. Om te voorkomen dat de ballon te veel heen en weer schommelt, is deze aan een stang erboven bevestigd. Een later idee tegen zeeziekte waren de Vessels for prevention of sea-sickness van Bessemer.
Onderzeeboot met tredmolen aandrijving Wilhelm Bauer was ook de uitvinder van een revolutionair kabellegsysteem voor een zwevende onderzeese telegraaf- of elektriciteitskabel aan ballonnen op een diepte van 70 meter met om de 200 tot 300km een drijvend "kabelstation".
Spudpaal
Langste hangbrug/kettingbrug in 1853
Grootste waterrad ter wereld
Captivator
Ophaalbare scheepsschroef Vroege stoomschepen schakelden bij gunstige weersomstandigheden over op zeilen. De scheepsschroef, die dan niet werd gebruikt, remde het schip echter af. Dit werd opgelost door de schroef in het schip te hijsen. Dit is een model van zo’n ontkoppelingsmechanisme. Het werd in 1856 aan de Koninklijke Marine aangeboden door Huijgens, die een dergelijk apparaat eerder had gezien op het Britse schip Duke of Wellington. Tekst en afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam .
Kleinste stoomboot Uit midden negentiende eeuw stamt dit ontwerp voor het stoom- roeibootje NINA. Het scheepje werd geleverd met twee schroeven van verschillende diameter. Eén met een doorsnee van 38 cm voor normaal gebruik en een van 24 cm voor varen in ondiep water, wat mogelijk was met een diepgang van 7 cm. Sterke veren brachten het roer na iedere uitslag terug in de uitgangspositie, een idee om de stuurman te ontlasten. Bij de levering behoorde tevens een karretje voor op het droge en dat alles voor $ 250,- (and much less for kits). Rond 1880 kwamen de eerste wat grotere stoomjachtjes voor pleziervaart Bron: Het schip Utopia, Jan F.Röntgen
Reddingsboei
met schatkluis
Het sigaarschip
Aanlegsteiger in getijdehaven Ook in 1858 berichtte "Die Gartenlaube" over problemen bij een drijvende aanlegsteiger in de haven van Liverpool. De gigantische, drijvende steiger had tot dan toe, het voor die tijd enorme bedrag van, 140.000 pond gekost (Het blad sprak over een miljoen thalers) en was de verbinding met de hoge, fortachtige Princess Pier. Vanaf daar dalen vier grote beweegbare bruggen af naar de steiger, die met het getij omhoog en omlaag kan gaan. De steiger zelf is een drijvend platform, rustend op 63 rechthoekige, stevig aan elkaar vastgeketende pontons. Helaas bleken de bruggen te kort bij eb en zo steil, dat niemand met zware bagage op of af kan stappen, laat staan grote ladingen en vee kan vervoeren. Ingenieur Sir William Cubit van dit kolossale bouwwerk wil nu een soort stoomglijbaan op de bruggen installeren, waardoor vee en kinderen met behulp van stoom omhoog en omlaag kunnen glijden, maar hij weet nog niet hoe hij daar daadwerkelijk aan moet beginnen. Hij zei: "ofwel door een vaste locomotief te gebruiken om de kettingen waaraan de glijbanen hangen op en af te wikkelen, ofwel door een hydraulische pers te gebruiken, wat mij een zeer omslachtige en dure perskracht lijkt te vereisen".
Misthoorn
|
| 1860 - 1870 |
Swan of the Exe In 1860 liep dit zwaanvormige jachtje van kapitein Peacock van stapel. Onder de waterlijn is de'Swan' een catamaran. Tussen de beide rompen bevindt zich ter verhoging von de stabiliteit een tank voor ballastwater. Evenals bij het levende voorbeeld kon dit scheepie - als de wind het even laat afweten - zich voortbewegen met behulp van een stel zwemvoeten. Een hogere snelheid kon worden bereikt door roeiriemen. Een verdere beschrijving: "De afwerking van de kajuit doet niet onder voor een eersteklas treincoupé. Centraal in deze ruimte staat een tafel, groot genoeg om l2 personen te laten aanzitten. Via uitsparingen in het tafelblad kunnen zij hengelen in het water tussen de rompen. Een snelkookpan voorziet in een snelle toebereiding van de vangst. De kookdampen kunnen ontsnappen langs de zwanehals en de neusgaten. ln de borst van de zwaan bevindt zich een als boudoir ingerichte ruimte waar de dames zich kunnen terugtrekken". Let wel, de aangegeven lengte was slechts 6 meter
Patentmodel voor een stuurinrichting op stoom Dit patentmodel uit 1860 van werktuigbouwkundig ingenieur Frederck Sickels demonstreert zijn idee voor een stuurinrichting op raderboten waarbij stoomdruk in een paar cilinders niet alleen de zijwaartse beweging van het roer van een schip zou regelen, maar het roer ook stabiel in een bepaalde stand zou houden tegen de kracht van het door de raderen achteruit gestuwde water.
Eerste ijzeren pantserschip
Pantserschip Ironclad Monitor
Visstaart- of flaproer
Decoy Ironclad Black Terror
De Connector In 1863 werd te Blackwell aan de Thames een merkwaardig stoomschip te water gelaten. Het was de Connector, die bestond uit drie secties, scharnierend aan elkaar bevestigd. Door deze constructie kon het schip als het ware over de golven glijden. De secties konden worden losgekoppeld en afzonderlijk geladen. De machine was in de achterste sectie geplaatst. De proefvaart zou bevredigend zijn verlopen, maar er is nooit meer iets van vernomen.
De Hunley onderzeeboot In 1864 was de kleine Hunley de eerste onderzeeboot van de Zuidelijke staten in de Amerikaanse Burgeroorlog. Zij was het eerste onderwatervaartuig dat ooit een vijandelijk oorlogsschip tot zlnken bracht. De Hunley, die van een zeveneneenhalve meter lange ijzeren ketel was gemaakt, was eigenlijk weinig meer dan een doodkist op zee en werd voortbewogen door "elleboogstoom". Tijdens proeftochten ging zij ten minste driemaal met de bemanningen ten onder. Ten slotte dreef zij in de nacht van 17 februari 1864 een torpedo in de Housatonic van de tegenpartij, dië voor anker lag in de geblokkeerde haven van Charleston. Een krant van de zuidelijken juichte over de triomf, maar de Hunley ging wel met haar prooi ten onder
Stoomijsbreker
(1864)
De ijsbrekers van Britnev verspreidden zich over de hele wereld. Britnev verkocht de ontwerpen aan vertegenwoordigers uit verschillende landen: Denemarken, Nederland, Zweden, de Verenigde Staten en Canada. Hij bouwde zelf nog twee ijsbrekers: de "Buy" in 1875 en de "Boy" in 1889. In Rusland was de beroemde admiraal Stepan Osipovich Makarov de eerste die Britnevs prestatie erkende. Hij gaf in 1897, na de dood van de uitvinder, opdracht tot de bouw van 's werelds eerste grote ijsbreker van de Arctische klasse, de Yermak. Bessemer Saloon
Steam Ship
Hij besloot daarop een ander ontwerp toe te passen dat was gebaseerd op een salon welke op een vrijdragende gyroscoop was gemonteerd. Het S.S. Bessemer heeft daadwerkelijk twee keer de oversteek gemaakt. Bij de maidentrip in 1875 liep het schip bij kalme zee en goed zicht op de pier van Calais. Na reparatie werd een tweede poging ondernomen. Wederom reageerde het schip door de gyroscopen niet op het roer en liep ondanks een zeer ervaren gezagvoerder andermaal op de pier, waarna Bessemer wijselijk besloot af te zien van zijn plan voor een vloot van gyroscopische schepen.
Methode voor aanleg en onderhoud van onderzeese kabels
Tegenwoordig worden vrijwel alle moderne zeiljachten met een asymmetrische gennaker uitgerust. Het grote verschil is dat een gennaker niet geschikt is om pal voor de wind te zeilen, maar vooral goed werkt op schijnbaar scherpe koersen. Door de asymmetrische vorm zijn hier dan ook veel hogere snelheden mee te halen dan met een symmetrische spinnaker. Afbeeldingen: hetzeilhuis
Reuzenkraan voor tillen van stoomketels In de zestiger jaren van de 19e eeuw bouwde machinefabriek C. Waltjen en Co een gigantische havenkraan in Bremerhaven voor het installeren en verwijderen van grote stoomketels van met name de transatlantische Lloyd-stoomschepen. Voorheen was dit alleen mogelijk in Engelse droogdokken. De twee draagpoten van de kraan waren 29 meter hoog en werden gesteund door een 35 meter lange schuine achterpoot die via een schroef met een diameter van 22 centimeter ruim 13 meter verlengd of ingekort kon worden zodat de kraankop tot over het middenpunt van de grote schepen kon worden gekanteld. Het hijsen en positioneren gebeurde met kleine stoomachines van 10 pk. De hijssnelheid was ongeveer 30 cm per minuut. Bron: Die Illustrirte Zeitung 10 februari 1866.
In 1866 had Robert Whitehead al een automobiele torpedo gelanceerd. Hoewel het idee afkomstig was van een Oostenrijks officier, Luppis genaamd, is het Whitehead geweest die de constructie heeft uitgevoerd; derhalve wordt hij als de grondlegger van de torpedo beschouwd. De torpedo werd voortbewogen door samengeperste lucht, die de schroef aandreef. De naam "torpedo" komt van de torpedovis, een soort rog die een elektrische schok afgeeft om zijn prooi te verdoven.
Titan en Hercules blokzetkranen
|
| 1870 - 1880 |
Return Steam Trap Bij de toepassing van stoomkracht moest condenswater handmatig verwijderd worden via een ventiel, dat niet alleen lastig was, maar waarbij ook veel stoom verloren ging. In 1870 patenteerde James H. Blessing uit Albany (New York) de "Return Steam Trap". Deze stoomafscheider voerde het condensaat terug naar de ketel, waardoor aanzienlijk op brandstof en voedingswater werd bespaard. Zijn uitvinding werd wereldwijd toegepast en daar uit ontstond rond 1890 een eenvoudiger versie onder de merknaam Bundy Steam Trap speciaal aangeprezen voor gebruik aan boord vanwege de eenvoudige, robuuste constructie.
In 1870 vertrok een Yawl getuigde en compleet omgebouwde scheepsloep uit Liverpool met bestemming New-York. Het vaartuig was naast het zeiltuig voorzien van een tweeblads scheepsschroef die opgehaald kon worden en met spierkracht kon worden aangedreven. Op zich niet nieuw, maar eerdere experimenten hadden uitgewezen dat de voortgang van een op deze wijze aangedreven boot het roeien met riemen of peddels niet eens benaderde. Voor schroefaandrijving bleek een stoommachine noodzakelijk. Kapitein Buckley bedacht echter dat bij voldoende wind een grote zesblads windmolen de scheepsschroef kon aandrijven en durfde zelfs te verklaren dat hiermee de dagen van het stoomschip geteld waren. Voor het gemak vergat hij dat de voortgang dan wederom windafhankelijk was. Na het ronden van de Ierse kust is nimmer meer iets gehoord van Kapitein Buckley en zijn metgezel. Toch vond zijn idee ruim honderd jaar later navolging door Jim Wilkinson met zijn windmolenboot "Revelation". Bron: Het schip Utopia van Jan F. Röntgen.
Schilling kanaalboot aandrijving
Waterfiets In 1871 plaatste de London Illustrated News een illustratie van koningin Victoria op een waterfiets. Naast de vorstin zit haar schoondochter Prinses Alexandra en achter haar zorgen de latere koning Edward VII en een lid van de hofhouding voor de voortstuwing en besturing. De afbeelding is van een diorama in het Londense Science Museum.
Ruim 10 jaar later plaatste Das Neue Universum dit artikel over de vélocipède-boot.
Fischträgerbrug over de Elbe In 1872 werd deze merkwaardige brug, naar een ontwerp van bruggenbouwer Lohse, over de Elbe in gebruik genomen. Het was de Harburger Elbbrücke. Tussen Harburg en Hamburg liggen twee takken van de Elbe: de Süderelbe bij Harburg, ongeveer 400 meter breed, en de Norderelbe bij Hamburg, ongeveer 290 meter breed. De eilanden ertussen, doorsneden door kleinere takken van de Elbe, hebben samen een breedte van ongeveer 7 km. Naast diverse kleinere bruggen moesten daarom ook twee grote bruggen worden gebouwd. Eén daarvan, die de Norderelbe overspant met drie bogen, of liever gezegd dubbele bogen, werd in het tijdschrift "Die Gartenlaube" voor de lezers afgebeeld.
Eerste Europese monitors In navolging van de USS Monitor werden in 1871 voor de Oostenrijks-Hongaarse marine achtereenvolgens de riviermonitors SMS Leitha en SMS Maros te water gelaten, vernoemd naar de Oostenrijkse rivier Leitha en de Hongaarse rivier Maros. SMS staat voor Seiner Majestät Schiff. De Leitha kwam voor het eerst in actie in 1878 tijdens de bezetting van Bosnië, toen de monarchie Bosnië-Herzegovina binnenviel, dat tot dan toe onder Turks bewind had gestaan. Het schip nam actief deel aan gevechten op de rivier de Sava. Daarna voerde ze routinetaken uit op de Donau en zijrivieren. Het schip ligt momenteel als museumschip afgemeerd aan de Donau in Boedapest, vlakbij het Hongaarse parlementsgebouw.
Iets later werden voor de Zweedse marine zeven monitorschepen van de Hildur-klasse te water gelaten, waarvan de HSwMS Sölve nog ala museumschip bestaat. HSwMS staat voor His/Her Swedish Majesty's Ship.
Ondanks de ondergang van de USS Monitor (hierboven) was de Nederlandse Marine gecharmeerd van het ontwerp en liet op basis daarvan een aantal "monitors" als ramschip bouwen. De naam werd een klasse-aanduiding voor pantserschepen met laag vrijboord en onderwater een zwaar gepantserd vooruitstekende scherpe steven om vijandelijke schepen te kunnen rammen. Ook werd wel de benaming ramtorenschip gebruikt omdat de schepen met een geschutstoren en een ramsteven waren uitgerust. Verder bedoelt om landstellingen vanaf kustwater en rivieren te kunnen bestoken. Helaas bleken de rammonitors evenals hun Amerikaanse voorbeeld door de slechte rompvorm en het grote gewicht nauwelijks bestuurbaar en werd onbedoeld van alles en nog wat geramd. Zie het verhaal van de rammonitor Zr.Ms. Adder uit 1875, welke in 1882 bij ruw weer op de Noordzee ter hoogte van Scheveningen verging. Men denkt dat hoge golven de lage schoorsteen insloegen en het vuur doofden, waarbij explosies optraden en sommige stokers omkwamen. Hier het gedicht Vreeselijke ramp.
Spartorpedoboot Tijdens diezelfde Amerikaanse burgeroorlog hadden spartorpedoboten hun dienst bewezen. In Europa was de Nederlandse marine in 1875 een van de eerste met torpedoboot nr.1. Bij de spartorpedoboot stak onder water een lange ophaalbare boom, de spar, voor het schip uit. Op de spar was een springlading bevestigd, die onder het vijandelijke schip werd geplaatst, waarna de lading elektrisch tot ontploffing kon worden gebracht. De spartorpedoboten werden al spoedig verdrongen door torpedoboten met een vistorpedo, een torpedo met eigen aandrijving. Me7. Zie ook zeevaart.
The Illustrated London News schreef: o.a.: Grootste droogdok ter wereld In 1871 werd het toen grootste droogdok voor oorlogsschepen in gebruik genomen. Het was het Britse Somnerset Dock op Malta. Das Buch für Alle schreef in 1872: "Het heeft een lengte van 131 meter aan de voet, een breedte van 32 meter tussen de richels, een breedte van 10,5 meter aan de voet en een breedte van 24,5 meter bij de ingang. Een linieschip of een eersteklas pantserfregat heeft ruimschoots de ruimte in dit bassin, zoals te zien is op onze foto. De bouw van dit dok duurde vier jaar en ging gepaard met ongekende moeilijkheden, want de rots waaruit de holte moest worden uitgehouwen, zat vol scheuren en spleten, waardoor soms zoveel zeewater binnendrong dat het bijna onmogelijk was het tegen te houden, ondanks het feit dat acht enorme stoompompen dag en nacht werkten. Nu het broze gesteente is verwijderd en de scheuren en kloven zijn opgevuld, is het dok een van de beste ooit gebouwd." Stokloos anker In 1871 kreeg William Wasteney Smith Amerikaans patent op een stokloos anker met kantelbare bladen, die zich beide ingroeven. Tot die tijd werd vooral gebruik gemaakt van een stok- of admiraliteitsanker, dat als nadeel had dat slechts een blad zich ingroef. Richard Hall maakte een stokloze variant met gekromde bladen. De Smith- en Hall-ankers werden favoriet bij de Royal Navy en zijn tot op heden in gebruik als conventioneel stokloos anker.
Verbeterde voortstuwing van kanaalboten
Novgorod, Popovka en Livadia In 1873 werden de Russische Novgorod en het zusterschip Popovka te water gelaten. Het waren cirkelvormige platboomd met ijzer beklede kanonneerboten. Het idee van ontwerper vice-admiraal Popov was dat zo'n pannenkoek zeer stabiel zou liggen en in heel ondiep water kon opereren. Ideaal voor de kustverdediging. Omdat hij begreep dat een normaal roer niet zou werken, werd gestuurd met behulp van zes scheepsschroeven. Helaas werkte de theorie niet. Het schip was nauwelijks van koers te veranderen, maar kon wel als een tol ronddraaien. De marine-uitdrukking popoffen voor het manoeuvreren met twee naast elkaar vastgemaakte schepen komt hier vandaan. Was hij geïnspirreerd door het pantserschip monitor?
Het popovka principe werd ook toegepast op het keizerlijk jacht Livadia van het tsarenhuis Romanov. De ronde popov-vorm werd elipsvormig en diende als basis voor een traditionele romp daarboven. Het schip werd voortgestuwd door drie schroeven en was aanmerkelijk beter te besturen dan de originele popovka en aanzienlijk sneller. De latere levensloop van de Livadia is schimmig. Bekend is wel dat ze tot in de jaren twintig als moederschip bij de Russische marine diende.
Onzinkbaar deel van een schip
Eerste scheepslift
Dubbelrompschip In 1874 is geëxperimenteerd met een groot zeewaardig stoomschip met twee halve rompen. Het was de Castalia. De logische gedachte was dat zo een zeer stabiel en comfortabel passagiersschip gerealiseerd kon worden. In de praktijk klopte dit inderdaad, maar het schip was veel te traag en moest na elke tocht kostbare reparaties ondergaan tengevolge van het wringen van de rompen. In 1877 werd daarop de Calais-Douvres gebouwd met twee volledige rompen welke 9 jaar dienst heeft gedaan als veerboot tussen Dover en Calais. Het "dubbelrompschip" dat zeer populair was bij de reizigers werd aangedreven door raderen tussen de rompen en bereikte een snelheid van 13 knopen.
Fairbairn kraan
Communicatie tussen lichtschepen en de wal Plimsollmerk
Waterperskraan
Torpedoboot of torpedobootjager
Verstebare
schoepen bij raderboten
Wire chute
Mechanisch dieptelood
Olietanker
|
| 1880 - 1890 |
Stoomjachtjes De eerste plezierboten op stoom kwamen rond 1880 uit Amerika. Het 30 meter lange stoomjacht was het populairst. Het kon comfortabel door drie man worden bediend: machinist, stoker en stuurman. Het had een topsnelheid van 30 km/u en verbruikt in die tijd 90 kg kolen. Van een vergelijkbaar ontwerp was het kleinere stoomjacht van 18 meter lang. Deze had een topsnelheid van 24 km/u en verbruikt in die tijd slechts 40 kg kolen. Das Neue Universum schreef in 1882: "Het is niet aan te raden om deze ergens anders te gebruiken dan op rivieren en binnenmeren." De "Mary" hieronder was 10,4 m lang, 2,5 m breed en had een veel ruimte innemende ketel met een diameter van 75 cm en een hoogte van 150 cm. Het vermogen was 7 pk. Het bootje werd gebruikt voor het in kaart brengen van het bovenste deel van de Mississippi.
Drijvend droogdok
Mobiele stoomzaag
Verwant: Amerikaanse zaag voor dwarszagen van boomstammen.
"Zonnemachine" anno 1880
IJzeren duikpak met "panorama" helm (1880)
Jarvislier
Fenian Ram of Holland Boat No. II
Opvouwbaar reddingsvlot
Telefoneren vanaf de boot
Verbeterde hefboomwerking van de helmstok
Nieuwe
gaslicht vuurtoren
Scheepsspoorlijn
James B.
Eads ging in zijn plan uit van een wagon van 122 m lang met wielen die niet
op draaistellen waren gemonteerd, waardoor geen bochten met een straal
kleiner dan 32 km konden worden genomen. Hiervoor ontwierp hij drijvende
draaischijven, die qua ontwerp lijken op pontons en zo zijn geconstrueerd
dat ze stabiel genoeg zijn om het schip te dragen. De draaischijfponton is
verankerd in een cirkelvormig bassin.
Box-Boat
Nieuwe
elektrische vuurtoren
Verwant: vuurbakens.
Ontwerp voor een elektrische onderzeeboot
Vliegers en ballonnen
World Typewriter
Amerikaans Zwemtoestel
Stoomaangedreven zwenkkraan 1887 Noodroer en
reddingsvlot
Eerste
elektrische onderzeeboot
Skûtsje
Het weekblad Panorama van augustus 1952 schreef: "Ieder jaar worden in
Friesland op zes plaatsen wedstrijden gehouden voor vrachtschepen,
zogenaamde skütjes. (let op de schrijfwijze) Er zijn echter niet veel
schippers meer die hun boot zeilklaar hebben en het staat wel vast, dat deze
mooie sport uitsterft.", waarop in 1953 het skûtsjesilen een dieptepunt
bereikte met slechts vijf deelnemers. Gelukkig heeft de SKS (Sintrale
Kommisje Skûtsjesilen) het tij weten te keren. |
| 1890 - 1900 |
Stoomreddingsboot De eerste gemotoriseerde reddingsboot ter wereld was de stoomreddingboot Duke of Northumberland van de Britse Royal National Lifeboat Institution. De boot kwam in september 1890 in dienst in Harwich. Al in oktober werd zij voor het eerst ingezet bij een reddingsactie, waarbij de boot zich volgens de tijdgenoten uitstekend gedroeg ("behaved admirably"). Helaas is van die allereerste inzet niet goed gedocumenteerd hoeveel mensen precies werden gered. De eerste stoomreddingsboot was in 1895 in Hoek van Holland gestationeerd. Verwant: motorreddingsboot. Reddingsmiddel
Drijvende reuzenbok
Zandelevator
Windmolen als
elektriciteitsgenerator
Turret schepen
De kiel
Plannen voor kabelbanen
over de Rijn
Basculebrug met
rollende contragewichten
Pantserkruiser
Elektrisch jaagpaard
Hydraulisch droogdok
Treinveerboot
Waddenveerboot
Onderzeeboot op wielen (1)
Opblaasbaar reddingsvest
Poging om rompsnelheid te overschrijden
|
| 1900 - 1910 |
Slibrad Als voorloper van de slib-, sleep-, of hopperzuiger werd nog tot in het begin van de twintigste eeuw op getijdenwater gebruik gemaakt van een slibrad. De "slibhark" werkte de grond los dat daarna door de getijstroom afgevoerd werd.
Hellend vlak
Pontonbrug aan ballonnen
Scheepstoilet "IJsselpotje"
Eerste riviertanker
Eerste Russische onderzeeboot
Eerste Nederlandse onderzeeboot
Dagblad Scheepvaart 1906: "Vlissingen, 7 juli. De op de rede gehouden schietproeven met de onderzeese torpedoboot LUCTOR ET EMERGO hebben uitstekend voldaan. Dinsdag vertrekt het vaartuig naar het Nieuwediep voor de officiële proeftochten."
Anti-torpedonet
Van de dreadnoughtschepen is maar een exemplaar behouden gebleven, de USS Texas. Dit schip werd in 1912 te water gelaten en kwam in 1914 in dienst. Het was actief op de Noordzee tijdens de Eerste Wereldoorlog en heeft in de Tweede Wereldoorlog konvooien begeleid op de Grote Oceaan en invasiestranden beschoten in Noord-Afrika. In 1948 werd de Texas uit dienst genomen en is nu een museumschip in Houston, Texas.
Motorreddingsboot
Onderzeeboot op wielen (2)
Surfboats
|
| 1910 - 1920 |
Aluminium duikpak Tweehonderdveertig kilo woog de eerste versie van een aluminium duikpak uit 1910, dat lijkt op een kostuum uit een sciencefictionfilm van de jaren 50. En toch slaagde deze uitvinding erin een duiker tot een diepte van 212 voet (ongeveer 65 meter) in Long Island Sound te brengen.
Eerste motorschip
Grootste zeilschip ooit
Eerste landing op een varend schip
Flettnerroer
Monopoolboot
Kitchenroer In 1914 vroeg de Lancashire-ingenieur John G.A. Kitcghen patent aan op zijn uitvinding van een bijzonder roer. Zijn kitchenroer lijkt het ei van columbus. Het bestaat uit twee bakken, die als de grijper van een hijskraan, de schroef omsluiten. De constructie draait als een normaal roer, maar bovendien kunnen beide platen achter de schroef sluiten of naar weerszijden openen. De schroef draait altijd met dezelfde snelheid in dezelfde richting. Er is geen keerkoppeling nodig. Door het naar elkaar toe brengen van de platen gaat het vaartuig langzamer varen. Door het volledig sluiten wordt achteruit gevaren. Met het openen of sluiten van de platen kan men dus de vaart regelen van vol vooruit tot vol achteruit. Bovendien kan in achteruitvaart gestuurd worden. De uitwerking is verbazend, want bij weinig of geen vaart luistert het vaartuig onmiddellijk naar het roer. Waarom hebben we hier nooit meer iets van gehoord?
Q-ship Q-ship zou de afkorting zijn voor Queen ship. Dat was een antiduikboot schip gecamoufleerd als koopvaardijschip. Een taktiek die voor het eerst werd toegepast in de eerste wereldoorlog. De zeer opvallende schepen dienden als lokvogel voor de Duitse U-boten en waren dusdanig zwaar bepantserd dat één of twee torpedo's nauwelijks schade gaven. Bovendien hadden ze weinig diepgang zodat torpedo's er ook wel onderdoor liepen. Als de duikboot na een aanval boven kwam werd hij met zwaar geschut tot zinken gebracht. In de tweede wereldoorlog is nog tot oktober 1943 gebruik gemaakt van Q-ships. Het programma werd echter ontbonden omdat de Duitsers het spelletje door hadden en de Q-ships door de zwaardere torpedo's te grote verliezen leden.
Dazzle camouflage
Dubbelhalfschip HMS Zubian
Bevoorradingsschip voor Zeppelins
Hydrofoil of wingboat
|
| 1920 - 1930 |
1920: Patent op een verbeterde davit Het vergaan van de Titanic in 1912 en het enorme verlies van mensenlevens op zee tijdens WO I zette de Nederlander Ane Pieter Schat aan tot het ontwikkelen van zeer ingenieuze davits, toestellen om ook onder ongunstige omstandigheden snel reddingsboten veilig te water te kunnen laten. Op 3 november 1920 patenteerde hij een van zijn eerste ontwerpen van een davit. In de jaren hierna volgden meer dan 300 andere reddingsmiddelen patenten, die duizenden mensenlevens zouden redden.
Life-saving
apparatus
Waterwandelen (ski-ing
on water)
Handschroefboot
1922: Eerste
echte vliegdekschip
Duikpak voor ondiep
water.
Noodoproep "Mayday". De noodoproep zou voor het eerst gebruikt zijn in 1923 op voorstel van F.S. Mockford, verkeersleider van Croydon Airport in London. Hem was gevraagd eens na te denken over een woord dat door piloten en grondpersoneel van verschillende nationaliteit onmiddellijk begrepen zou worden als noodsignaal. Omdat het meeste verkeer in die tijd tussen Croydon en Le Bourget in Parijs was, stelde hij mayday voor, dat zowel voor Fransen als Engelsen goed uit te spreken was. "mayday" mag alleen gebruikt worden in een noodsituatie waarbij schip en bemanning in direct gevaar verkeren. Kustwachten hebben wereldwijd permanente luisterwacht op VHF kanaal 16. De mayday-oproep dient (indien mogelijk) in de Engelse taal te worden uitgesproken:
Verwant: SOS in morse code:
Flettner rotorschip
Schroefaandrijving door automobiel
Oertz-roer
Vliegtuigboot In 1926 kondigde de "Sächsischen Gleitbootverkehrsgesellschaft" aan dat binnenkort een "gleitboot" in gebruik zou worden genomen op de Elbe tussen Dresden en Schandau. "Het vaartuig heeft een compacte, druppelvormige romp en biedt plaats aan 50 personen in twee salons. De houten vloer heeft een vorm die zorgt voor minimale luchtweerstand, ondanks de hoge snelheid van 50-60 km/u. Het zweefvaartuig, de 'Delphin I', wordt aangedreven door een grote tweebladige vliegtuigpropeller". Het is onbekend of, en hoe lang, de dienst heeft bestaan. Bron: Jaarboek Das Neue Universum (1880 - 2002)
Reddingsbroek
Zeppelin-glijboot
Voith-Schneider- of kantelbladschroef
Drooglegging van de Noordzee volgens een Duits plan uit 1929. Een dijk tussen de kop van Denemarken (Jutland) loopt via de Doggersbank naar de Engelse kust van Norfolk bij de plaats Cromer. Het Kanaal tussen Dover en Calais wordt eveneens met een dijk afgesloten. Een derde dijk loopt van Southend-on-Sea naar Dover en een vierde van Calais naar Hoek van Holland. In de zo ontstane Noordzeepolder met randmeren zou ruimte voor spoorwegen en nieuwe steden zijn. Hoe de afwatering van Rijn, Maas, IJssel en Theems zou moeten geschieden is een raadsel. In het kadertje zien we een dijk van 30 m hoog, zo te zien vanaf de zeebodem. Dat lijkt nogal optimistisch. Bij de langste dijk naar Denemarken heeft de Noordzee ten zuiden van de Doggersbank op de meeste plaatsen weliswaar een diepte van minder dan 50 meter, maar ter hoogte van Jutland is al sprake van een diepte van ten minste 100 meter. Een onmogelijke opgave dus. Ter herinnering: onze afsluitdijk in 5 jaar aangelegd in water van 7 meter diep en in het zesde jaar 1933 voor verkeer geopend was al een wereldprestatie. Bron: Het leven, Spaarnestad Photo, mogelijk een uittreksel van een uitgebreider artikel uit het weekblad Panorama.
|
| 1930 - 1940 |
Gyro-stabilisatie In de twintiger en dertiger jaren werd er geëxperimenteerd met gyro-stabilisatoren om het slingeren van een schip tegen te gaan.. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de precessiebeweging van een tol die het slingeren dempt. De stabilistie werd met succes toegepast op oorlogs- en koopvaardijschepen. Bij passagiersschepen was het minder succesvol omdat het schip de neiging had om te lang in een helling te blijven liggen alvorens zich op te richten.
Amfibiefiets
Luchtkussenvoertuig Hovercraft Elektrische buitenboordmotor De eerste elektrische bb-motor werd rond 1934 ontwikkeld door uitvinder O. G. Schmidt. Schmidt had ook een koperen soldeerbrander uitgevonden, geproduceerd en verkocht vanuit zijn huis in Wheatland, North Dakota. Schmidt besloot zijn groeiende productieactiviteiten te verplaatsen naar Fargo. Vanwege de nabijheid van de grens tussen Minnesota en North Dakota noemde Schmidt het bedrijf Minn Kota Manufacturing Co., en zo kreeg de Minn Kota trollingmotor zijn naam.
Wrakkenwet
Bulbsteven of
Yurkevich-bol
De Kalakala IJsanker Motorjacht naar ontwerp van Anthony Fokker
Onderzeeboot snuiver
|
| 1940 - 1950 |
Baileybrug Een Baileybrug is een vakwerkbrug, die in 1940-1941 door Donald Baily op verzoek van het de Britse Ministry of Supply werd ontwikkeld voor militair gebruik tijdens de Tweede Wereldoorlog en veelvuldig werd gebruikt door Britse, Canadese en Amerikaanse militaire genie-eenheden . Een Baileybrug heeft als voordeel dat er geen speciaal gereedschap of zwaar materieel nodig is om te monteren. De houten en stalen brugelementen zijn klein en licht genoeg om per vrachtwagens te worden vervoerd. Terplekke met de hand te worden samengesteld en vanaf één kant van het vaarwater segment voor segment naar de overzijde te kunnen worden geschoven. Bij een brede oversteek werd de brug op pontons gelegd. De bruggen waren sterk genoeg om tanks te dragen. Baileybruggen worden nog steeds veelvuldig gebruikt in civiele bouwprojecten en als tijdelijke oversteekplaats voor voetgangers en voertuigen.
CAM-schip (Catapult Aircraft Merchantman)
Airborne Lifeboat
Laatste redding met een roeiboot
MAC-schip (Merchant Aircraft Carriers)
Anti onderzeebootwapen Hedgehog In november 1942 werd het anti onderzeeboot wapen, de ‘Hedgehog’
ingezet, een granaatwerper die 24 granaten tegelijk kon afvuren. De
granaten explodeerden pas bij contact met de romp van de onderzeeër. De
“Hedgehog”vuurde vanaf het voordek
Amfibievoertuig "Duck"
Project Habakkuk, een vliegdekschip van ijs
Verder werd voorbij gegaan aan het feit dat een ijsberg slechts voor een klein deel boven het water uitsteekt. Afhankelijk van het percentage zuurstof in het ijs kan dit verschillen, maar een ijsberg zal maar voor een vijfde tot een zevende boven water liggen. Hoe diep zou de Habbakuk dan wel niet moeten steken? Demagnetisering in WO II
Andere methode van roeien
Eerste polyester boot
Onzichtbaar schip, het Philadelphia-experiment
SCUBA
(Self-Contained Underwater Breathing Apparatus)
Eerste
experimentele stealth onderzeeër
Eénpersoonsduikboot Biber De Bibers zouden een belangrijke rol spelen in de
Slag om de Schelde. Zij werden vanuit Hellevoetsluis en Maassluis door een
sleepboot naar volle zee gebracht. Ter hoogte van Voorne werden de
trossen losgegooid en voeren ze op eigen kracht naar de
Westerschelde.
Van november 1944 tot en met 7 mei 1945 zijn er door de
eenmansduikbootjes 28 schepen op de Westerschelde tot zinken
gebracht. Sommige door aanvallen met torpedo’s, andere door het
plaatsen van “slimme zeemijnen’. Maar toch was het wapen niet zo
succesvol als werd gedacht, want veel jonge bestuurders verloren het
leven door koolmonoxidevergiftiging.
Bemande torpedo
Noodlottig reddingsmiddel
Sprengboot Tornado
"Pinwheel" manoeuvreren
Smaldeel
|
| 1950 - 1960 |
Schottelaandrijving Schottelaandrijving (Schottel RudderPropeller, SRP) werd ontwikkeld door Josef Becker in 1950. Het was de eerste praktisch toepasbare 360° draaibare schroefaandrijving (een zogenaamde Z-drive), waarbij de schroef zowel voor voortstuwing als voor sturen zorgt. Die eerste roerpropeller (150 pk/110 kW) werd geïnstalleerd in Becker's eigen boot, de Magdalena, genoemd naar zijn vrouw.
Eerste onzinkbare
polyester boot
Mislukte proef
op het ms Rijndam van de H.A.L.
Boegschroef
Aquaman
Eerste
containerschip
Marifoon
Telescopische
loopplank
Airslot romp
Raketboot
Weserroer
Eerste hekdrive
|
| 1960 - 1970 |
Bathyscaaf De bathyscaaf "Trieste" is een historisch Zwitsers ontworpen duikvaartuig dat op 23 januari 1960 geschiedenis schreef door met Jacques Piccard en Don Walsh de bodem van de Marianentrog (Challenger Deep) te bereiken op ruim 10.900 meter diepte. Ook wel "zeven mijlen onderzee" genoemd. Het vaartuig, ontworpen door Auguste Piccard, gebruikte petroleum voor drijfvermogen en ijzeren ballasten voor de afdaling. Het bestond uit een met petroleum gevulde drijver (kan niet samengedrukt worden) voor opwaartse kracht en een stalen bol (gondel) voor de bemanning, gebouwd door Krupp. Ondanks de extreme druk en duisternis namen ze levende wezens waar, zoals platvis, wat bewees dat leven op dergelijke diepten mogelijk is. Na de recordduik werd de Trieste door de Amerikaanse marine gebruikt, onder andere voor het zoeken naar de gezonken onderzeeboot USS Thresher in 1963. Het vaartuig bevindt zich momenteel in het National Museum of the U.S. Navy in Washington D.C.
Amphicar
"Platte" raderboot
Aquascope
Ekranoplan
FLIP (FLoating
Instrument Platform)
Scheeps-richtingaanwijzer
Ertstanker (OBO carrier)
Zweefvaartuig Columbia
SWATH-schip
|
| 1970 - 1980 |
ATB Articulated Tug Barges (ATB's) zijn begin jaren 70 ontstaan. Er bestaat eigenlijk geen één-op-één Nederlands woord voor deze duwboot. Ze zijn ontwikkeld als antwoord op de beperkingen en gevaren van traditionele sleepboten die hun lading aan een lange kabel achter zich aan trokken. De Amerikaanse scheepsarchitect Edwin Fletcher ontwierp het eerste succesvolle scharniersysteem (genaamd ARTUBAR). Dit was het begin van de moderne ATB waarbij de duwboot in een uitsparing achterin de duwbak (de notch) past en daarmee één geheel vormt.
Body Sail
Onderwatergeweer APS
Postzegelset met boten 1975
Kabellegschip
Footprint Boat
Tipplaatschroef (-propeller) Aanvankelijk de TVF-propeller (Tip Vortex Free), later de verbeterde CLT-propeller (Contracted and Loaded Tip) om uiteindelijk te worden tot de huidige GPT-propeller (Groningen Propeller Technology) ontwikkeld door Karel de Jong. Er kan volstaan worden met een iets kleinere schroefdiameter, waarbij het rendement bewezen verbetert, het schroefgeluid en trilling vermindert en zelfs de bestuurbaarheid achteruit verbetert, want de tipbladen verminderen ook het wieleffect. Verwant: Dynafin, Voith-Schneider schroef.
|
| 1980 - 1990 |
Eerste motorschip
met zeilpanelen
Windmolen voortstuwing
Dubbele schroef
Olieopvangschip
|
| 1990 - 2000 |
Magneto HydroDynamische aandrijving In 1991 is door Mitsubishi Heavy Industries, Ltd uit Japan een prototype van een schip met MHD aandrijving te water gelaten. Bij deze magneto hydrodynamische aandrijving wordt zeewater met kracht door stuwbuizen naar buiten geblazen zonder dat daar bewegende delen aan te pas komen. De voortstuwing geschiedt door met vloeibare helium gekoelde supergeleiders. In theorie een geweldig systeem dat geruisloos zijn werk doet. Maar om de grote magneten tot het noodzakelijke bijna absolute nulpunt te koelen zijn grote energie vretende koelmachines nodig. Uiteindelijk werkte het systeem wel, maar het zoutgehalte van het zeewater was te laag om de te verwachten hoge voortstuwingskracht te krijgen. Het schip, de op snelheid gebouwde Yamato-1 haalde slechts een snelheid van 15km/u en is nooit verder gekomen dan enkele proefvaarten.
De Walgvogel Na langdurige, doch vruchtbaar overleg, is bij
notariële acte op l-4-91 opgericht de 'B.V. Jammerwind'. Het schip is viermastgetuigd, met volledige
hydraulisch bedienbare "Fool-Proof"-tuigage. Om beter te
kunnen genieten van de rust en vrede van de mooie natuur worden aan
dek 6 speedboten en 8 waterscooters meegevoerd. Er zijn drie aparte
stuurstands, waar iedere gast zijn of haar roertorn kan beleven. De
ruime en van een bar voorziene stuurhut zal openstaan voor de echte
navigatieliefhebbers.
De VASH
Sea Shadow
Autosub Long Range (ALR)
Freedom Ship
Update 2026: Lang was het stil rond het project. Totdat Roger Gooch en
Robert Pflueger van Freedom Line Cruises architectenbureau Schopfer
Associates vroegen nieuwe ontwerpen te maken. Aanmeren in havens is
vanzelfsprekend geen optie voor een schip met deze lengte. In de
praktijk zal er voor de kust voor anker worden gegaan en kunnen
passagiers met tenders of bijvoorbeeld helikopters aan wal worden
gebracht. Als die praktijk er ooit van komt. Veel maritieme experts zien
het Freedom Ship nog steeds als een visionair vastgoed- en
marketingconcept en niet als een project dat daadwerkelijk zal worden
gebouwd. |
| 2000 - 2010 |
Aquada In navolging van de Amphicar uit de zestiger jaren, een auto met twee bescheiden scheepsschroefjes, ontwikkelde Gibbs Technologies UK in 2000 de "Gibbs Aquada", een hogesnelheids-amfibievoertuig met indrukwekkende prestaties. Met een druk op de knop trokken de wielen zich terug om een 175 pk sterke V6-straalmotor met bijna 900 kg stuwkracht te onthullen. Het omschakelen duurde slechts 12 seconden en eenmaal in plané kon de Aquada een topsnelheid van 48 km/u bereiken. In 2004 vestigde de beroemde zakenman Richard Branson met een Gibbs Aquada een nieuw record voor de oversteek van het Kanaal per amfibievoertuig. Branson overwoog zelfs een vloot Aquada's aan te schaffen om klanten van zijn luchtvaartmaatschappij Virgin Atlantic te vervoeren om passagiers over de Theems te vervoeren en zo de files tussen het centrum van Londen en de luchthaven Heathrow te omzeilen. Dat plan is er nooit van gekomen, en helaas bleven de verkopen van de Aquada's ook steken. In 2016 kondigde Gibbs aan de 20 overgebleven Aquada's te verkopen voor $ 250.000 per stuk.
Grootste veetransportschip
Droplock of
Valsluis
X-bow ship
Proteus Catamaran (waterspin)
Sea Breacher
Seabob
ShoreTension
O-foil |
| 2010 - 2020 |
Stevelduct In 2010 heeft de Stichting Vergeten Technieken een idee van Aad van den Ende als project geadopteerd. Het betreft een eenvoudige methode om onbemand, volcontnue, emissieloos en energieloos miljoenen tonnen vracht te vervoeren van de Maasvlakte naar Duisburg en (emballage/containers) terug. Het is niet zozeer een uitvinding dan wel een slimme toepassing van de oude techniek van stevelen. De "vaarweg" bestaat uit twee naast of onder elkaar gelegen kunstmatige rivieren op pijlers. De heen en terug trajecten bestaan ieder uit vijf goten van elk 40 a 50km lang met een verval van 20cm/km, waarin "stevelaars" (ondersteboven rijdende vaartuigen) op de waterstroom kunnen stevelen. Het geheel kreeg de naam stevelduct.
RORO-schip
Sluistrap
Toekomstmuziek of horrorscenario?
Amfibie Veerdienst
Eerste elektrisch aangedreven vrachtschip Shuttle Bike
Eindelijk kwam in 2012 een waterfiets die doet wat je wil en ook nog redelijke snelheid heeft. Het Italiaanse SBK kwam met de Shuttle Bike Kit, waarmee een moutainbike, een gewone fiets of een elektrische fiets met een "rugzakpakketje" van 12,7 kg omgebouwd kan worden tot een stabiele waterfiets die "voetmatig" een snelheid van 6km (rustig trappen) tot 10km per uur (stevig doortrappen) bereikt. Het achterwiel drijft via een kabel (op de foto te zien) een propeller aan, die onderaan het voorwiel is bevestigd en daarmee besturing met het fietsstuur tot zeer korte bochten mogelijk maakt. Zie verder schillerbikes van Judah Schiller uit California die het idee pikte? en een dure versie ontwikkelde. Zijn kant en klare waterfiets is zeewaterbestendig en kan met twee propellers zelfs een snelheid van 15km per uur bereiken. Afhankelijk van uitvoering moet bij hem wel tussen de zes en tienduizend dollar worden afgetikt. De prijs van de originele Shuttlebike kit (het rugzakje) met pompje en opblaasbare drijvers is 958 euro incl verzendkosten. Vanguard, 's werelds
grootste semi-submersible
Boat Conveyor Windfoilen Windsurfen is een Olympische sport. Steeds meer windsurfers gaan over op surfplanken met foil. Met slechts weinig wind kunnen al behoorlijke snelheden bereikt worden. Men spreekt bij elke wind over drie keer zo snel. Voorstanders willen windfoilen (hydrofoilen) vanaf 2024 graag als nieuwe Olympische standaard opnemen..
Suppen
Kantelsluis
Cirkelbrug
OPOC-dieselmotor Hull Cleaner robot
Wasteshark Grootste schip ter wereld in 2017
Vismigratie Kornwerderzand Vindskip met hoge romp als zeil
Ramform Hyperion onderzoeksschip
Carrousel Rave Tug Het grootste gevaar bij het assisteren van een zeeschip is het risico van kapseizen wanneer de sleepboot tijdens het sleepwerk dwars komt te liggen en door de enorme krachten omver wordt getrokken.. Novatug heeft daartoe de Carrousel Rave Tug ontwikkeld. In Nederlands waarschijnlijk "Carrousel sleepboot". De niet meer bestaande site groenervaren.nl verteld in 2018: Het Carrousel sleepsysteem is even simpel als effectief. Het bestaat uit een relatief eenvoudige staalconstructie rond de opbouw van de sleepboot. De trekkracht van de sleper wordt uitgeoefend op deze vrijdraaiende ring. Dit in tegenstelling tot het vaste punt bij conventionele sleepboten, namelijk de trommellier of towing pin (beting), zoals dit al sinds het begin van de sleepvaart wordt gedaan. Sleepboten met een carrousel-systeem kunnen ten opzichte van het sleepobject vrijelijk om hun as draaien zonder de lijn te moeten laten vieren. Wanneer de sleeplijn strak staat, verplaatst het verschuivende sleeppunt ook het middelpunt van de kracht ten opzichte van het zwaartepunt van de sleper.
Kleinste reddingsvest ter wereld
Hexapod (Beest van Delft) Een hexapod, naamsverwant: azipod, is een testmachine met zes hydraulische actuators als poten. Dit "Beest van Delft" (TU Delft) maakt het mogelijk om het platform vrij te bewegen met 6 graden vrijheid (horizontale en verticale translatie en rotatie rond elke translatie-as). De hexapod wordt gebruikt voor dynamische duurzaamheidstesten van gelaste scheepsstukken. Wat de Hexapod van de TU Delft uniek maakt, is dat het grote krachten kan uitoefenen op relatief kleine verplaatsingen. De hexapod van Delft kan in zes richtingen krachten tot 100 ton uitoefenen op materialen en delen van constructies. Dit kwalificeert de Hexapod voor multiaxiale vermoeidheidstesten onder complexe belastingomstandigheden - representatief voor de belastingen die worden ondervonden door de krachten van een ruwe zee (in vaktaal: variabele/willekeurige amplitudelading, niet-proportionele belasting geïnduceerd door fase en/of frequentie).De lage frequentie van 30 hz zorgt ervoor dat veroudering van 20 jaar in 4 weken geneten kan worden. Bron en afbeelding: Maritime and Transport Technology van de TUdelft.nl.
SeaWing Op de beurs SMM in Hamburg maakten Airbus en AirSeas bekend dat Airbus een eerste SeaWing systeem heeft gekocht voor één van de vier RoRo-schepen waarmee de vliegtuigbouwer onderdelen vervoert tussen de verschillende productielocaties in Europa en die in de Verenigde Staten. De Europese vliegtuigbouwer heeft een assemblagefabriek in Alabama. Met een spanwijdte van 35 meter en een zeiloppervlak van 500 vierkante meter moet de SeaWing dan een brandstofbesparing van 20% opleveren. De SeaWing lijkt op de 10 jaar geleden in Duitsland ontwikkelde vlieger van het inmiddels failliete SkySails. Net als bij het SkySail draait de aan het voorschip trekkende SeaWing continu achtjes in de lucht. ‘Dat zorgt voor een sterkere en snellere luchtstroming langs de vlieger, wat extra lift oplevert bij een parafoil', aldus algemeen directeur Vincent Bernatets van AirSeas: ‘De door ons ontwikkelde parafoil is daarbij geoptimaliseerd door in aerodynamica gespecialiseerde ingenieurs van Airbus. ‘Wanneer de luchtkussens in het frameloze parafoilzeil zich vullen, zorgt dat voor een vleugelprofiel met nog meer lift.' Bovendien gaat het oplaten en binnenhalen volledig automatisch. Bron: Artikel van Hans Heynen voor Schuttevaer, 21 september 2018.
De geheel uit carbonfiber-epoxy vervaardigde elektrische sandwich speedboot SAY29E van de Duitse botenbouwer SAY heeft op de Bodensee het snelheidsrecord voor e-boten met een lengte tussen de 8 en 10 meter gevestigd. De SAY29E is 8.85m lang. Er werden in totaal zes runs in een rechte lijn afgelegd, waarbij de hoogst gemeten snelheid 95 km/u was. De elektromotor had een maximum vermogen van 360kW. Het toegepaste Kreisel battery pack had een capaciteit van 120 kWh. Bron: Professional Boatbuilder. De datum van het record werd niet vermeld. Waarschijnlijk zomer 2018.
Onderwater hyperloop Wereldwijd worden tests uitgevoerd met de hyperloop, een soort buizenpost op groot formaat. Een capsule vliegt met zeer hoge snelheid (tot 1200km/u) door een vrijwel vacuüm gezogen buis. Maritiem onderzoeksinstituut Marin in Wageningen doet onderzoek (2019) naar de mogelijkheid van een trans-Atlantische onderwater-hyperloop als alternatief voor het vele vliegverkeer dat dagelijks de oceaan oversteekt. Vracht, maar wellicht ook personen zouden dan in 30 meter lange "pods" veilig met grote snelheid zonder luchtvervuiling de oceanen kunnen oversteken. Yacht Support Vessel Superrijke eigenaren van superjachten hebben een groot probleem. Waar laten ze hun speeltjes? Denk aan jetski's, miniduikboten, speedboten, RIB's, zeilboten catamarans en natuurlijk een helikopter. Daar is op z'n minst een bijboot voor nodig. Vanaf 2009 speelde Damen Shipyards daarop in met de ontwikkeling van een "Yacht Support Vessel". Aanvankelijk met een lengte van 50 meter. Op dit moment [2020] zijn er al 15 Damen yacht support vessels in de vaart in diverse uitvoeringen en lengtes. Inmiddels staan er twee op stapel van 75 en 85 meter. De hulpvaartuigen met kraan kunnen tevens dienen als bevoorrader van voeding, brandstof en reserveonderdelen en volgens schuttevaer ook voor grootschalige bbq's en party's.
|
| 2020 - heden |
Aquaskipper En wat te denken van de aquaskipper? Een slimme hydrofoil die met alleen spierkracht een snelheid tot wel 30 km/u (reclame) kan bereiken. Een leuk speeltje waarbij je continu moet huppen. Wellicht een alternatief voor de saaie sportschool. In 2020 kwam een elektrische versie op de markt eSails en Wingsails Wind-Assisted Propulsion Systems of Wind-Assisted Ship Propulsion, WAPS of WASP profiteren van wind om voorwaartse stuwkracht te genereren, waardoor de vereiste motorstuwkracht wordt verminderd en bijgevolg het brandstofverbruik en de uitstoot van verontreinigende stoffen worden verminderd. Het Spaanse Bound4blue ontwikkelde twee systemen: eSails en inklapbare Wingsails. In juni 2021 werden de starre zeilen voor het eerst in een 12 meter hoge eSails uitvoering geïnstalleerd op een Panamees vissersvaartuig en in december van dat jaar volgde installatie van 17 meter hoge eSails op een vrachtschip. Klik voor meer informatie op de plaatjes. Verwant: windschip, reuzenvlieger, panelenschip, telescopische zeilen, Flettner-rotorschip.
Waterstoftanker
Crew Transfer Vessel (CTV) Door aankoop van het Australisch Nauti-Craft patent, brengt Wallaby Boats in 2022 een hydraulisch geveerde catamaran in de vaart, die passagiers met grote snelheid vrijwel zonder golfhinder kan vervoeren. Deze crew tender of crew transfer vessel (CTV) gaat personeel naar windparken op de Oostzee brengen en halen. Het schip wordt gestabiliseerd door vier onafhankelijk bewegende poten op de drijvers en kan ook ingezet worden als loodsboot of klein werkvaartuig. Nautic-Craft zelf brengt een kleinere versie voor kapitaalkrachtige recreatievaarders. Bronnen: Nauti-Craft en Wallaby Boats.
Elektrische draagvleugelveerboot
Offshore-schepen op waterstof
Offshore-schip op methanol
Grootste containerschip
Toroide propeller
Rotorkoproer
Inboard Performance System (IPS)
Novimove, de moderne scheepskameel
Cruiseschip van de toekomst
Telescopische vleugelzeilen One-stroke swashplate engine "e-REX" Dynafin Saildrone
Flexibel droogdok 2025: Genomineerde in de
duurzaam dertig dag onder de
titel pr8-design.nl .
Foto's JohP Hydrofoil Ebike
Valpijpschip
|
Heel graag op- of aanmerkingen. |
Mocht je ondanks
alle in acht genomen zorgvuldigheid menen rechten te kunnen ontlenen
aan in deze pagina gebruikt materiaal, laat de schipper dat dan zo spoedig mogelijk weten.