beschrijving

Trekschuit/Jaagschuit


Prent van Reinier Ooms, midden 17e eeuw.


Het trekvaartennetwerk [1665] in de Noordelijke Nederlanden na voortvarend gegraaf vanaf 1656.
 Bron: de scriptie van Jan Rozek voor het behalen van de graad "Master in de Geschiedenis" aan de universiteit van Gent


Trek- of jaagschuitje; kijk ook bij Schippejaag'n.
Volgens G.C.E. Crone: "Afkomstig van eene Amsterdamsche
schuitenwerf waar thans het Amstelhotel staat". [ 1830]


Trekschuit Den Haag - Delft. Aquarel zonder naam, Atlas van Stolk, 19e eeuw.

 


Trekschuit (beurtscheepje voor personenvervoer) in een veenkoloniekanaal met deklast op de roef.


Zuid-Hollandse trekschuiten op een mooie zomerdag in Leiden [rond de eeuwwisseling 19e - 20e eeuw].
Binnenvaarttaal duidt ze in het bijzonder als pak- of tentschuiten.


Uitsnede van een oliedoek van Ludolf Backhuyzen [1631-1708] van een tafereel op het IJ.
Op de voorgrond een trekschuit. Binnenvaarttaal spreekt liever over een (speel)jaagschuit.

Mijn interpretatie: Het tafereel doet denken aan Jan Steen. Zijn de opvarenden aangeschoten? Er is een leeg bommekijn te water geraakt. Bij de rijk versierde spiegel wordt het vaatje met een bootshaak of vaarboom opgevist of naar de kant geduwd. De man en vrouw op de achterplecht zijn fraai gekleed. Gaat het om een bruidspaar? De jaagmast is getooid met vlag en wimpel. Een muzikant zit lustig te fluiten. De man bij de mast zingt mee, of vraagt met zijn armgebaar: "Wanneer vertrekken we nu eens?" Op de voorplecht tracht men kennelijk iemand bij zinnen te brengen terwijl vanaf de steiger een nieuw vaatje wordt aangedragen.
Op de achtergrond een fregat dat de gegeide (opgehaalde) zeilen laat drogen. Opvallend is de enorme vlagvoering van die tijd. Mogelijk negenkleeds (elke kleurbaan manshoog).