beschrijving

Kaag 17e eeuw

  1 mastwortel
  2 hommer
  3 standaard
  4 greelband
  5 bonnet
  6 geilijnen (katlijn, katteval)
  7 gaarde
  8 spriettalie
  9 bakstag
10 hoofdlijnen
11 spriet
12 voetreep

 

de bonnet [5] kan bij sterke wind afgenomen worden i.p.v. te reven.

De hommer [2] is de ronde of meerhoekige krans, de verdikking onder de masttop, waarop de ring rust waaraan het want wordt vastgemaakt. (hoofdlijnen en bakstag)

standaard [3], greelband [4] en voetreep [12] worden gebruikt om de spriet bij strijken of kaaien ook in positie te houden.
Met de geilijnen [6] wordt het zeiloppervlak verminderd (reven)
Met de gaarden [7] wordt de spriet in zeilpositie gehouden.
De bakstag [9] aan de mast kan losser gezet worden, waardoor het zeil verder naar buiten komt bij schuin van achter komende wind (bakstagwind)

 

 


Een gaffelkaag volgens Pieter Le Comte [1831]

Hij schrijft: "De door mij voorgestelde gaffelkaag is geladen met Noordsche balken, heeft hare zeilen geborgen en is bezig ter plaatse harer bestemming te geraken. De knecht met den haak gereed staande, om de vaart te stoppen, hetwelk ook wel wordt bewerkstelligd door de zwaarden op en neer te doen zakken, ten einde dezelve den grond vatten". Zie zandloper.

 

 

Uitsnede van het schilderij van Adam Willaerts uit 1629. "Gezicht op Dordrecht over de Merwede" uit de collectie van het Dordrechts Museum.. We zien een veerkaag die waarschijnlijk de verbinding Dordrecht - Rotterdam onderhield. De hekvlag lijkt het wapen van Dordt te voeren. Het topvlaggetje is een windvaan en laat een zwaan zien, zoals de metalen "windzwanen" op Lutherse kerken.