Dus worden in Holland menschen genoemd, by welken
zig het meeste scheepsvolk onthoudt. Deezen houden kostgangers en zoogenaamde slaapers,
doorwandelen de stad, en vraagen de aankomende gasten of ze al van eene herberg voorzien
zyn? of zy ook lust hebben om op een oorlogsschip dienst te neemen of naar Oostindiën te
vaaren? Ingeval ze gasten aantreffen die berooid syn, en van den nood eene deugd moeten
maaken, dan zyn ze beide geholpen. Dergelyke zielverkoopers nu herbergen niet alleen
allerlei slegt volk, en zulken die hun geld by hoeren in kroegen hebben verkwist, maar ook
somwyle deugdsaame jongelingen. En men vindt er die aan eene menigte dergelyke persoonen
de kost en slaapplaats bezorgen, schoon beide zeer soberlyk; zoo dat ze ter tyd als de
scheepen moeten uitloopen, of als het in oorlogstyd aan volk ontbreekt, de Compagnie een
zonderlingen dienst doen. Insgelyks als het gemeene volk staat aangenomen te worden,
brengen zy hunne gasten op het Oostindische huis. Men zoude ze derhalven met meer recht makelaars
in menschen mogen noemen; aangezien zy niemant tegen zyn wil noodzaaken dienst te
neemen, veelmin hem verkoopen; maar een ieder verkoopt zigzelve. Voorts helpen zy menig
eerlyk jongman voort, die andersints wegens gebrek zig tot bedelen of steelen zou
begeeven. Als nu de togt ter zee aanstaande is, rusten zy hunne kostgangers armoedig
genoeg uit; want een ieder ontvangt slegts
- twee blaauwe hembden
- een hoed
- een pye overrok
- twee paar schoenen
- twee paar koussen
- een paar slaapmutsen
- twee kamisoolen
- twee broeken van linnen
- een hoofdpeuluw
- een paardedeken
- zes pond tabak
- een vaatje van vier quart brandewyn
- een douzijn tabakspypen
- papier en pennen
- een kluwen garen met eenige schoenmakerseizen
- en eindelyk een ryksdaalder drinkgeld. |
| Dit alles te saamen bedraagt naauwelyks de som van
24 gulden. Bovendien neemen ze op het Oostindisch huis, voor 's mansrekening nog een
kussen en een bultzak om er op te slaapen. Hiervoor komt dan nog eene maand soldy meer in
rekening voor den zeevaarenden. Integendeel ontvangt de zielsverkooper voor zynen
tafelgast deezelfs eene transportbrief van de Compagnie van 150 Hollandsche guldens.
Hiervan trekt hy vooreerst zyn kostgeld af, voor het overige rust hy hem uit, zonder dat
de arme gast iets wegens zyne rekening durft vraagen, maar hy moet tevreden zyn met het
geene de zielverkooper gedaan heeft.[NvW] |
|