| In tegenstelling tot hetgeen we
wellicht logisch vinden koersten de Indiëvaarders op de heenweg niet langs de Afrikaanse
kust, maar staken de Atlantische oceaan over om zo dicht mogelijk onder de Braziliaanse
kust te blijven en daarmee gebruik te maken van zo gunstig mogelijke wind. Vanaf 1616
schreven de zeilaanwijzingen van de Heeren Zeventien ook voor om na Kaap de Goede
Hoop de constante westenwinden te gebruiken om pas ten zuiden van Straat Soenda op
noordelijke koers te gaan. In de winter van het zuidelijk halfrond voer men dicht onder de
Australische kust langs (zoals de pijl aangeeft). In de zuidelijke zomer hield men een
ruimere afstand. De oostelijke koers werd nogal eens te lang aangehouden, waardoor
kapiteins 's nachts de westkust van Australië pas opmerkten als ze er al op zaten. Het
aantal wrakken van VOC schepen is daar dan ook opvallend. |