Stag(g)ernaat

Vaste part aan het bovenste blok, de klaploper of hulptakel.
Halend part aan het onderste blok, via een enkeljol.
Bij dit takelgestel (talie) is net als bij de derdehand hieronder slechts een derde van de kracht nodig.

Enige andere takels

van links naar rechts:
- enkeljol, (éénschijfsblok).
- dubbeljol of hondefok (twee éénschijfsblokken,
- derdehand (éénschijfsblok en tweeschijfsblok),
- vierloper (twee tweeschijfsblokken),
- vijfschijfs- of halfjijn (tweeschijfsblok en drieschijfsblok).


De naam "hondefok" (plaatje 2) is waarschijnlijk net als "hondsvot" afgeleid van hondsend.
Het uiteinde van het vaste part (het hondsend) werd aan een ring (hondsvot) van het bovenste blok vastgezet.