Gaffelkanonneerboot


Scheepsmodel uit 1830.
Het in die tijd nog niet zoveel toegepaste gaffeltuig verhoogde de wendbaarheid van het rivierscheepje. De hoofdbewapening bestond aanvankelijk uit een 18-ponder als boegstuk en twee 8-ponders als hekstukken. Het schip vertoonde gelijkenis met de Scheveningse bom en werd daarom ook wel als kanonneer-bomboot aangeduid.

Daaronder een aquarel van Johannes Christiaan Schotel [1787-1838] van kanonneerboot "No.2" van buitengewoon luitenant ter zee der 2e klasse Jan Carel Josephus van Speyk.

Op 5 februari 1831 geraakte kanonneerboot "No.2" van Van Speyk aan lager wal, waarop de Belgen aan boord sprongen. Liever dan zich over te geven liet hij zijn schip de lucht in vliegen. Hoewel naast de enteraars vrijwel zijn gehele bemanning omkwam wordt deze wanhoopsdaad in de geschiedenisboekjes als heldhaftig omschreven. Slechts enkele schepelingen kregen lucht van zijn plan en wisten bijtijds overboord te springen en hun hachje te redden, waardoor zijn laatste woorden en wijze van uitvoeren bekend zijn geworden. Hij sprak volgens hen: "Dan liever de lucht in" en wierp zijn sigaar in het kruidvat. Gelukkig hebben we vandaag de dag een heel ander oordeel over mensen die zichzelf opblazen. Nadien werd de marine een tijd lang (in ieder geval nog in het adelborsten-jaarboek van 1919) met een kleinerend "Jan Kaas" aangeduid. Heden ten dage is Jan Kaas een geuzennaam voor een marinier.