beschrijving

Scheepskamelen en waterschepen


Een linieschip wordt mede onder eigen zeil naar dieper water gesleept.

 

invaren sluiten omhoog

De hier getekende schoorconstructie kon bij sommige schepen ook vanuit het schip worden gestoken.
Zie de schilderijen en het opengewerkte model onderaan de pagina.

 


Het linieschip "Holland" gedragen door kamelen. Gravure van Dirk de Jong
 


Het tussen twee caissons ingeklemde schip werd door meerdere waterschepen voortgetrokken.
Deze zware sleepnetvissers hadden een fors zeiloppervlak voor de vereiste trekkracht.
Ze voerden geen zwaarden maar hadden wel een grote scheg en kielbalk tegen verlijeren.

 


 


Gedetailleerd opengewerkt model van Charles Bentam [1742] uit de modellenkamer van het Rijksmuseum.
 Hieronder een uitleg van de voorbereidingen tot "kameelslepen". (mijn interpretatie, dus onder voorbehoud)

Het was een zeer bewerkelijke operatie om zo'n combinatie "pampusklaar" te maken. Dat was niet erg want haast kende men nog niet. Het gebeurde meer dan eens dat een zeevaarder dagen of zelfs weken voor pampus lag omdat de waterstand in de Zuiderzee te laag was om de ondiepte met behulp van kamelen te passeren. Bij voldoende water ging het als volgt: Uit de geschutspoorten of speciaal voor dit doel aangebrachte en tot hernieuwd gebruik dicht te schalken "kameelpoorten" werden zware steunbalken geschoven en tegen het berghout geschoord. Daarna werden de op diepgang gebrachte kamelen ingehaakt en met een kaapstander tegen het schip getrokken. Vervolgens werden de op de kameel beschikbare stempels die met de geschoorde steunbalken correspondeerden opgevijzeld. Voor het stijfzetten was een aanzienlijk aantal stempels met ieder een eigen braadspil met ťťn handspaak beschikbaar. Op dit model onderscheiden we per kameel aan de buitenzijde vijfentwintig stempels terwijl slechts acht worden gebruikt. Bij het linieschip Holland zijn twaalf in gebruik.
Nadat beide kamelen op deze wijze strak waren ingesnoerd kon het gelijktijdig leegpompen van de caissons beginnen. Dat was een landurige geschiedenis. Op dit model zijn per kameel zo'n twintig pompen te onderscheiden. Er moest waarschijnlijk eerst water geputst worden om de pomp laf te geven. (van bovenaf water in gieten om de pomp zuigend te maken). Daarna begon het uren durende slagpompen met twee man per pomp tot het schip voldoende omhoog was gekomen. Slagpompen welke met een gekstok aan een gek of mik heen en weer bewogen moesten worden waren minder efficiŽnt dan keten(ketting)pompen die met een rad of wiel werden aangedreven. Toch zien we op het model uit 1742 alleen slagpompen, terwijl reeds vanaf 1695 diverse octrooien werden aangevraagd op verbetering van het pompsysteem. Meerdere mensen kwamen met ideeŽn voor snellere pompen, meer reservoirs e.t.c.

 


Ontwerptekening van een waterschip door Pieter Glavimans uit 1802. De slepers werden ook door de marine gebouwd.