De dekken van een linieschip |
![]() De benamingen zijn heden ten dage op zeeschepen nog steeds in gebruik. Over "koebrug" het volgende: Witsen schrijft in Scheepsbouw en bestier: "Een tweede verdek op sommige schepen, 't geen zeer ondiep is, tot berging van plunje en slaapplaats der schepelingen. Dit verbindt de schepen en maakt ze vast, gaat over 't gehele schip ofwel ten halve alleen. Koebrug betekent ook een traliewerk, 't geen boven over het schip gespannen werd, daar soldaten op staan als men slaat, van een vinkenet daarin verschillende, dat dit alleen het midden van 't schip bedekt, en het vinkenet het gehele schip." Met de omschrijvingen "laag van verdieping" en "zeer ondiep" wordt de hoogte bedoeld. Op de koebrug kon niet rechtop gestaan worden. De hoogte was ± 1.20 meter. Tegenwoordig is koebrug de naam voor het onderste dek van een schip. |