Het vaartuig Cleopatra

Vanaf ca 1970 v.C. werden obelisken in paren voor de poorttorens van Egyptische tempels geplaats. Het waren naar boven toe spits toelopende uit één stuk monoliet gehouwen zuilen op een vierkant grondvlak. Zo ook, maar van later datum (waarschijnlijk 1475 v. C) de twee van pharao Tuthmosis III in Heliopolis, die zo'n 20 jaar na de dood van Cleopatra (ze pleegde in 30 v. C op 39 jarige leeftijd zelfmoord, waarna Egypte een provincie van Rome werd) door de Romeinen naar de Caesarium Tempel in Alexandrië werden verplaatst. Deze waren van roze graniet. Wetenswaardig is dat de Egyptenaren de naalden gebruikten als zonnewijzer (gnomon). Ze verdeelden de dag in 12 delen, die in de schaduw van de obelisk op de grond werden gemarkeerd. Dat is de reden waarom lengte en omvang van de obelisken varieerden met de afstand tot de equator, waarbij tevens rekening gehouden werd met de positie ten opzichte van de noordster (poolster). De Romeinen begrepen niet waarom de verplaatste obelisken in Alexandrë het als zonnewijzer lieten afweten.Tijdens een aardbeving in 1301 is de westelijke omgevallen en bijna in zee gerold. Dit exemplaar staat sedert september 1878 aan de oever van de Thames niet ver van Trafalgar Square. Het zusterexemplaar vanaf 1881 in New York's Central Park. Beide hebben als bijnaam "Cleopatra's Needle".
 

Het transport van de Londense "Cleopatra's Needle" verliep rampzalig:


Om de naald van Egypte naar Londen te transporteren werd gebruik gemaakt van een "Shipping wonder of the world", het eenmalige, speciaal voor dat doel ontworpen vaartuig Cleopatra.

De obelisk werd reeds in 1801 door Sir Ralph Abercrombie verworven als geschenk van Mehmet Ali, onderkoning van Egypte aan George IV. Er was echter geen middel van vervoer. Het duurde 76 jaar voordat in 1877 luitenant-generaal en schrijver James Alexander in opdracht van Prince Albert serieus in onderhandeling ging met de khedive van Egypte om tot daadwerkelijk transport over te gaan. De miljonair James E. Wilson (Sir Erasmus Wilson?) bood aan alle kosten van het vervoer op zich te nemen. Op voorstel van ir. John Dixon en zijn broer W. Dixon, werd een cilindrische romp rondom de naald gebouwd. De romp werd vervaardigd van smeedijzeren platen (van de Thames Ironworks te Millwall) en had een lengte van 28,3m en een diameter van 4,57m (93 bij 15 voet). Voor- en achterzijde liepen puntig toe om een scheepsvorm te benaderen en het geheel moet er min of meer als een duikboot hebben uitgezien. De constructie werd ter versteviging voorzien van een aantal schotten die tevens de 20,87m lange en 187 ton zware obelisk op zijn plaats moesten houden.

Het "vaartuig" werd te Alexandrië om de obelisk aangebracht, te water gerold en door het ss. "Olga" op sleeptouw genomen. Op 21 sept. 1877 vertrok de sleep uit Alexandrië. Op de romp was een dekhuis geplaatst en een mast met steunzeil. Er waren zeven runners aan boord.

Tot Gibraltar ging alles goed, maar op 14 okt. kwam de sleep in de Golf van Biskaje in een hevige storm. Men werd genoodzaakt de Cleopatra los te maken. Bij een poging de runners te redden sloeg een reddingboot om en zes opvarenden van de Olga verloren het leven. De sleep, die bleef drijven, werd de volgende dag ontdekt door het Britse ss. "Fitzmaurice", dat het vaartuig naar de haven van El Ferrol in Noordwest Spanje bracht.

afb: History of the Egyptian Obelisks
De gekapseisde Cleopatra

John Dixon zond daarop de sleepboot "Anglia" van Wm. Watkins, beter bekend als "Three-Finger Jack" (het was een driepijper), die uiteindelijk op 15 januari 1878 met de sleep uit de Spaanse haven vertrok en zes dagen later op de 21e te Gravesend aan de monding van de Thames aankwam, waarna de Cleopatra werd afgemeerd nabij de Houses of Parliament. Pas acht maanden later werd "Cleopatra's Needle" opgesteld op de Victoria Embankment aan de Thames, geflankeerd door twee bronzen sphinxen van George Vuilliamy. Het was een jaar nadat de naald uit Egypte was vertrokken...


Het slepen Cleopatra van El Ferrol naar Engeland door "Three Finger Jack".

 


Oprichting van de naald op de Victoria Embankment aan de Thames.

 


Het transport van de New Yorkse "Cleopatra's Needle" verliep voorspoediger:

Toen de Britten in 1877 met de voorbereidingen begonnen om de Naald van Cleopatra naar Londen te vervoeren wilden de Amerikanen ook zo'n "needle" in New York. Dat was mogelijk, want in Alexandrië stond een wat eerder uit het zand opgegraven zusterexemplaar. De Amerikaanse consul in Egypte, Elbert E. Farman informeerde naar de mogelijkheid om de naald te verwerven. De Egyptische leider Ismail Pasha besloot de obelisk aan de VS te schenken als symbool van de goede betrekkingen tussen de twee landen. In de VS werd geld ingezameld om de zuil te transporteren, waarbij miljardair William Henry Vanderbilt 10.000 dollar ter beschikking stelde. In 1880 bereikte de 21 meter hoge obelisk New York. Het vergde daarna nog 117 dagen om het gevaarte met 32 paarden naar zijn bestemming in het Central Park achter het net geopende Metropolitan Museum of Art te transporteren.


Foto [1875] uit Alexandrië van de zusternaald, welke sinds 1881 in New York's Central Park staat.

 

Bronnen:
Shipping wonders of the world. [C.Winchester, London 1936/37]
Maritieme Encyclopedie [J.v.Beylen e.a, Bussum 1970]
Skeppet [Björn Landström 1961]
History of the Egyptian Obelisks
Wetenschap in Beeld, uitgave 3/2014 Historia.

 


En dan nog deze:

Koningin Hatshepsut (Hatsjepsoet) liet in haar tijd (1507-1458 v.C.) twee obelisken van Assoean naar Karnak vervoeren. Deze waren met 350 ton per stuk veel zwaarder dan Cleopatra's Needles (244 ton)  en zijn waarschijnlijk op bovenstaande wijze met een lange doorbalkte lichter vervoerd, welke volgens Björn Lanström getrokken werd door 27 kleinere schepen in drie kiellinies met ieder 30 roeiers.